Harry Krul

Trots is eigenlijk de beste omschrijving voor hoe de mensen van buurtvereniging Slangenburg praten over ‘hun vendeliers.’ Tijdens een bezoek aan commandant Bennie Arendsen en oudgediende Herman Lettink wordt dat al gauw duidelijk. Want waar er in de begintijd slechts één vendelier was, bestaat de groep momenteel – inclusief de muzikanten – uit maar liefst vijftien personen! En dat zijn echt niet alleen ouderen; er zijn er zelfs vier van rond de twintig jaar.
Het interview vindt plaats op de geboortegrond van de vendeliers, want de opa van Irma (de vrouw van Bennie) was Bernard Wennink. Hij begon in 1932 met vendelzwaaien tijdens de kermis in de Slangenburg, bij café De Wiemelink. Omdat de kermis na de oorlog regelmatig ontaardde in vechtpartijen (veelal door dronken Doetinchemmers), is de kermis in 1957 opgeheven.
Pas in 1971 werd buurtvereniging Slangenburg opgericht. Een van de activiteiten van de vereniging was het nieuw leven inblazen van de vendeliersgroep. Bernard Wennink, Roel van Kooten, Gerard Keurentjes, Tonnie Engelberts en Wim Anneveldt gaven de aanzet tot de oprichting van de buurtvereniging. In het begin was Bernard Wennink de enige vendelier. Zo verzorgde hij het ‘zwaaien’ bij Zaal De Veldhoen in Langerak, bij kermissen en dergelijke, op muziek van de aanwezige muzikant die dan de vaandelwals speelde. Bernard gebruikte het vaandel dat in 1932 gemaakt was en dat hij thuis had staan. Hij trad graag op bij ’t Onland. Als daar een feest was en Siebelink verzorgde de muziek, kwam Bernard; hij hoefde zijn hand maar op te steken of de vaandelwals werd ingezet. Bernard zei altijd: “Eén borrel vooraf en dan gaan we zwaaien.” Dat werden er weleens meer, want: “Op één been kun je niet zwaaien.”
Begin jaren zeventig kwamen Herman Meijer en Henk Bongers erbij als vendeliers. Bernard had dat slim aangepakt: hij vroeg eerst Henk, die zei: “Ik wil alleen als Herman het ook doet.” En tot zijn verbazing wilde Herman wel, dus kon Henk geen nee meer zeggen! Op dat moment was Bernard commandant en waren Herman en Henk de vendeliers. Een commandant zwaait niet, maar geeft de orders en doet het praatje voor het bruidspaar of de jarige.
Hoe kwamen ze aan de vaandels?
Leo Smits beschilderde het doek aan twee kanten. Wim Anneveldt maakte de vaandelstokken en Bennie Bannink vervaardigde het koperbeslag: de onderbol met het contragewicht van lood en het bovenknopje. De stok met beslag, contragewicht en doek is behoorlijk zwaar. Hij moet ongeveer halverwege de stok eenvoudig op de hand in evenwicht gehouden kunnen worden – dan is hij goed. De vaandelstok van de dames is iets korter en lichter dan die van de heren. Iedere vendelier heeft zijn eigen vlag.
Het zwaaien gebeurt met zogenaamde slagen: er zijn zes slagen van laag naar hoog, en van linksom naar rechtsom. De rugslagen zijn het zwaarst, zo heb ik begrepen. Voor een voorstelling van zo’n zes minuten moet regelmatig worden geoefend, waarbij degene die voor je staat het tempo aangeeft. Elke derde dinsdagavond van de maand wordt er geoefend bij ’t Onland. Voor beginners worden bezemstelen gekocht, waarmee men eerst flink moet oefenen!
Het zwaaien gebeurt tijdens het buurtfeest zelfs drie dagen achter elkaar: voor de maker van de vogel, bij het opzetten van de vogel, voor de nieuwe koning en bij ’t Onland voor alle prijswinnaars. De laatste zwaaibeurt vond plaats op de 100e verjaardag van Gerda Heurnink.
In de jaren tachtig werd de vendeliersgroep ook uitgebreid met vrouwen. De buurvrouwen hebben toen vaandels geborduurd. Aan de éne kant stond kasteel Slangenburg, aan de andere kant ‘Eendracht maakt macht’. Ook moesten er uniformen komen; daarvoor ging men naar Seezo in Keijenborg.
Op een gegeven moment stopte vrijwel de hele groep, maar kwamen er jongeren voor in de plaats. Zij waren tijdens het buurtfeest enthousiast gemaakt.
De huidige vendeliersgroep bestaat uit vijftien personen: één commandant, drie muzikanten, vijf heren en zes dames die zwaaien. De muziek bestaat uit twee accordeons en één harmonica (trekzak).
Omdat er meer vrouwen bij kwamen, heeft de buurt nieuwe vaandels laten maken. Deze worden in Polen op satijn gedrukt. Het koperwerk van de stokken is duurder dan het bedrukte doek! Omdat er drie nieuwe dames en twee nieuwe heren (allemaal jongeren van rond de twintig jaar) gingen zwaaien, liet men weer nieuwe damesvlaggen maken. Herenvlaggen waren er nog genoeg. De stokken zijn in Silvolde met koper beslagen voor goed houvast – en het staat ook nog mooi!
Commandant Bennie is bijzonder blij met de huidige groep: een mooie mix van jong en oud (van 19 tot 64 jaar), mannen en vrouwen. Hij wil zelf nog een poos doorgaan en vond opa Bernards commandantspet altijd prachtig. Maar die pet én de commandantstok zijn helaas verloren gegaan tijdens de brand bij Bennie Vossers. Sinds kort heeft Bennie een nieuwe, koperbeslagen commandantstok van 90 cm, waarop hij heel trots is.
Volgend jaar, bij het 55-jarig bestaan van de buurtvereniging, zullen de vendeliers zeker weer zwaaien – onder leiding van Bennie.


In de jaren tachtig zijn deze door buurvrouwen geborduurd.
