Epidemie op Slangenburg

Jan Berends

Al enkele maanden staat ons land in het teken van corona, met maatregelen die heel ingrijpend zijn voor ons gedrag en een enorme impact hebben op het bedrijfsleven, om maar niet te spreken over de zieken en slachtoffers die een diepe indruk nalaten.

In de veertiende eeuw sloeg de pest toe in Italië en daarop is de Decamerone van de schrijver Giovanni Boccaccio geïnspireerd. Hij schreef dit werk waarschijnlijk tussen 1349 en 1360.

Het boek vertelt ons over jongelui, die voor de pest vluchten vanuit Florence naar een villa in de heuvels in de nabijheid van de stad om in quarantaine te gaan. Het gezelschap bestaat uit zeven jongedames en drie -heren. Ze hebben een vaste dagindeling en vermaken zich met musiceren, dansen en spelletjes, maar na de siësta vertellen ze elkaar in een 14-daags verblijf verhalen, soms gebaseerd op een thema, soms op een vrij onderwerp. In het weekeinde gebeurt dat niet en zo worden in tien dagen tien verhalen verteld met veel humor, spot, kritiek op gezagsdragers en erotiek. Tien verhalen per dag gedurende tien dagen, totaal 100 verhalen en daaraan ontleent het boek dus de naam, Decamerone.

En nu is het voor ons erg interessant dat in kasteel Slangenburg een drietal schilderijen te vinden is dat verwijst naar de Decamerone. Niet direct meesterwerken, maar door alle gebeurtenissen van de afgelopen tijd toch aardig te memoreren en te bezien. De stukken zijn te vinden in de alkoofkamer, een schouwstuk, en in de blauwe salon bevinden zich twee deurstukken. De schilder is niet bekend, maar de herkomst wijst in de richting van de Haagse schilder J.H.A.A. Breckenheimer, (1772-1856), die werk heeft geleverd aan de familie Van der Goltz, de grafelijke familie, die Slangenburg had geërfd van de familie Steengracht.

Giovanni Boccaccio (1313 – 1375) was een Florentijnse dichter, schrijver en humanist. Boccaccio balanceerde tussen twee werelden. In zijn vroege werken richt hij zich nog volop op de middeleeuwen, de ridderidealen en de hoofse literatuur die populair was bij de adel. In zijn latere periode, onder meer onder invloed van zijn goede vriend Petrarca, hoort zijn werk bij de Italiaanse renaissance. Hij is vooral bekend om zijn Decamerone, een raamvertelling met honderd verhalen, een werk dat bepalend was voor de Italiaanse prozaliteratuur en dat vandaag tot de belangrijkste werken uit de wereldliteratuur wordt gerekend.

De alkoofkamer

Hier zien we op de schouw het begin van de eerste novelle van de vijfde dag ‘Cimon van Cyprus door de liefde ontbolsterd’. Cimon was de zoon van een belangrijk adellijk heer op Cyprus, die opgegroeid was als een botterik waaraan de vader weinig plezier beleefde. Hij werkte op het land, maar op zekere dag trok hij met een knuppel op de schouder door een bosje. Op deze plek trof hij een wondermooi, slapend meisje aan, gekleed in een dun gewaad, dat weinig van haar lichaam verborg. Ze was vergezeld door twee vrouwen en een man. Diep onder de indruk en leunend op een stok wachtte hij tot zij de ogen zou opslaan. Hij vond deze Iphigenia de mooiste vrouw die hij ooit had gezien. Hij was volstrekt sprakeloos en toen zij ontwaakte vroeg zij wat hij van haar wilde.

Deze episode wordt op het schilderij afgebeeld.

Verontrust riep zij haar bedienden om te vertrekken, maar Cimon wilde met haar mee en pas bij huis gekomen kon zij zich van hem verwijderen. Van het land keerde hij nu terug bij zijn vader en was geheel veranderd. Getroffen door de liefde veranderde hij, deed belangrijke studies, kleedde zich naar behoren en zijn ruwe, boerse stem kreeg een welluidende klank en hij werd een meester in zang- en snarenspel.

Er werden huwelijksaanzoeken gestuurd aan de vader van het meisje, maar deze werden afgewezen, omdat zij al was beloofd aan een belangrijk edelman op Rhodos, Pasimundas, die haar liet ophalen. Op reis per schip naar haar bruidegom enterde Cimon het schip en wist haar te schaken, zonder maar enige schade verder aan het schip te veroorzaken. Nu kwam men in een vreselijk storm terecht en konden ternauwernood het vege lijf redden en liepen een baai op Rhodos binnen, waar ook het eerder overvallen schip was beland. Daar werden Cimon en zijn makkers gevangen genomen, zij ontkwamen aan de doodstraf, maar werden levenslang opgesloten.

Pasimundas, de bruidegom, maakte nu plannen voor de bruiloft met Iphigenia en wilde dat zijn broer Hormisdas tegelijk met Cassandra zou trouwen.

Lisimachus, die had gedacht dat hij Cassadra tot zijn vrouw zou kunnen maken, smeedde plannen om haar te schaken en dacht daarbij aan Cimon in de gevangenis. Hij maakte contact en zo werden de plannen gemaakt om op de huwelijksdag een overval te plegen. Daar ontstond een gruwelijk gevecht, waarbij de broers Pasimundas en Hormisdas sneuvelden, de bruiden werden geschaakt, meegenomen naar het schip en daarna voeren ze vrolijk weg. Onder groot enthousiasme werden de huwelijken gevierd van Cimon met Iphigenia en Lusimachus met Cassandra en na een lange tijd van geweldige drukte en opschudding konden ze zich toch weer vestigen op Cyprus en Rhodos.

De zesde novelle op de tweede dag geeft het verhaal ‘Beritola, de reeënmoeder’, weer over een vorstelijke familie die door oorlog op Sicilië uit elkaar wordt gereten. De vader Arrighetto Capece wordt gevangen genomen, zijn zwangere vrouw Beritola vlucht per schip met haar zoontje Giusfredo naar Lipari, waar zij haar tweede zoon baarde. Met een min wilde zij naar Napels reizen, maar het schip werd door een storm naar een eiland gedreven. De arme vrouw doolde over het eiland en bij terugkomst op het strand zag zij dat hun boot was gekaapt en dat deze wegvoer met haar beide kinderen. Ze leefde lange tijd op het eiland, zoogde twee gevonden, jonge reeën, omdat zij na haar bevalling nog niet was opgedroogd en leefde van kruiden en water.

Uiteindelijk werd ze aangetroffen door Currado, die met vrouw en bedienden het eiland verkende. Beritola wordt aangenomen als bediende voor de edelvrouw en leeft aan het hof van Currado.

De ontvoerde zoontjes groeien bij de min op en worden als slaven behandeld. Uit veiligheid wordt zoon Giusfredo door de min Giannotto genoemd. Op 16-jarige leeftijd gaat hij in dienst bij Currado, waar zijn moeder gezelschapsdame is, maar hij herkent haar na zoveel jaren niet.

Hij is een knappe jongeman geworden en komt in het huis van zijn heer in aanraking met de dochter Spina, weduwe geworden op jonge leeftijd. Zij verliefden zich in elkaar en deze liefde ging maandenlang verder in vervulling zonder dat iemand het merkte. Toen ze eens door een mooi bosje wandelden, verlieten ze het gezelschap en lieten ze zich neer tussen bloemen en kruiden en begonnen elkaar ‘de zaligheden der liefde’ te gunnen.

Ze werden door moeder en vader verrast en Currado was woedend en besloot hen een smadelijke dood te doen sterven. De verontruste moeder wist haar man te bewegen hen niet te doden, maar in kerkers op te laten sluiten om hun zonden te overdenken.

Een vol jaar zaten ze onder slechte omstandigheden gevangen toen Giannotto hoorde van allerlei schermutselingen, waarbij waarschijnlijk zijn vader betrokken was. Hij beklaagde zich bij de cipier over het feit, dat hij nooit meer uit de gevangenis zou komen, waarop de cipier zich verbaasde over zijn zorg wat hoge heren onderling uitvoeren. Toen maakte Giannotto zich bekend als zoon van Arrighetto Capece en gaf zijn ware naam: Giusfredo. De cipier vertelde het zijn heer, die zich er niets van aantrok, maar zijn vrouw vroeg aan Beritola of zij een zoon had die Giusfredo heette. Schreiend vertelde ze, dat dit haar eerste zoon moest zijn. Currado laat daarop onderzoeken instellen en raakt ervan overtuigd, dat zijn gevangene van zeer voorname afkomst moet zijn. Spina en Giusfredo worden uit de gevangenis gehaald en zien er vreselijk uit, maar de liefde zal zijn loop krijgen. Na onderzoek blijkt de vader Arrighetto nog te leven en deze wordt opgespoord. Hij blijkt een belangrijke functie te hebben. Ook wordt zijn broer, die als knecht diende bij een edelman gevonden en deze edelman schenkt bij het bekend worden van de hoge afkomst van zijn knecht hem zijn 11-jarige dochter als bruid. Het verhaal eindigt met een grootse bruiloft, waarna Beritola, Giusfredo, Spina en anderen vertrekken naar Sicilië om daar verenigd te worden met Arrighetto .

En zo leefden ze nog lang en gelukkig.

Blauwe salon, deurstuk naar de hal

De eerste novelle van de vierde dag ‘Het droeve einde van een koningsdochter’, vertelt het verhaal van Tancred en zijn enige, zeer geliefde dochter Ghismonda. Doordat hij moeilijk van haar kon scheiden, was zij later dan gewoonlijk uitgehuwelijkt aan de zoon van een hertog. Maar zij werd al gauw weduwe en zo keerde zij bij haar vader terug. Zij had een genoeglijk leven aan het hof van haar vader en omdat hij wegens zijn grote liefde voor haar, geen aanstalten maakte voor een nieuwe verbintenis, nam zij zich voor een wakkere minnaar te nemen. Aan het hof waren veel mannen, edellieden en gewone en onder hen was Guiscardo, de dienaar van haar vader die haar buitengewoon beviel. Omdat hij een schrandere man was had hij al gauw begrepen dat zij heel verliefd op hem was. Zij schreef een brief die zij in een riet verborg, waaruit hij kon opmaken wat hem te doen stond.

Naast het paleis was van vroeger uit, in de rotsen een uitgehouwen hol, de ingang dicht begroeid, waarin zich een uitgehouwen trap bevond die naar een deur leidde van de kamer van Ghismonda. Nu lukte het haar de zware deur te openen en zij stuurde een brief waarin ze haar geliefde uitnodigde te komen. Voorzien van gereedschap wist Guiscardo zijn geliefde te bereiken en ze brachten een stuk van de dag ’in pure lust en zaligheid’ door. En zo ging dat vele malen.

Nu gebeurde het op een dag, dat de geliefde met haar vrouwen in het park vertoefde en vader Tancred zijn dochter op haar kamer wilde bezoeken. Zij was afwezig, maar hij besloot te wachten, zette zich op een kist en sloeg een gordijn om zich heen, leunde tegen het bed en sliep in. Omdat het liefdespaar die dag had afgesproken verliet Ghismonda de tuin en ging naar haar kamer, waar haar minnaar zich al snel bij haar voegde. Ze gingen naar het bed en ‘dolden en genoten’ van elkaar. Tancred werd wakker en wilde hen uitschelden en verwijten maken, maar om er minder ruchtbaarheid aan te geven, hield hij zich stil. Het paar bleef nog lang bij elkaar en daarna verliet de minnaar via de deur de kamer. Zij verliet de kamer en Tancred liet zich, oud als hij was, toch aan een touw naar beneden zakken. De volgende dag werd Giuscardo door twee mannen gegrepen en voor Tangred gevoerd, die hem de grootste verwijten maakte dat hij als knecht zich zo gedragen had. Giuscardo belijdt daarna zijn grote liefde. Ghismonda moet ook bij haar vader verschijnen en ook zij bekent een diepe liefde voor haar minnaar. Zij prijst haar geliefde voor zijn edele eigenschappen, al is hij slechts een dienaar.

Tancred besluit zijn dochter niet te straffen, maar geeft twee mannen de opdracht Guiscardo te wurgen en het hart uit zijn lichaam te snijden en hem te brengen. Ghismonda had zich ondertussen vergiftige kruiden en wortels laten brengen en deze verhit om het sap er uit te halen om het bij de hand te hebben voor wat zij vreesde. Toen de volgende ochtend een dienaar, gestuurd door haar vader een gouden schaal bracht met het hart van haar geliefde, kuste zij het hart en gaf de boodschap mee aan haar vader dat zij het beschouwde als het grootste geschenk en als laatste dank. Daarna weende zij lange tijd, liet zich het op de vorige dag bereide kruikje brengen, goot de vergiftige drank in de schaal met het hart en haar tranen en dronk dit op.

Nu legde zij zich gemakkelijk neer met het hart van haar geliefde tegen haar eigen hart gedrukt en wachtte zo de dood.

Vader Tancred gewaarschuwd, begon bitter te schreien, maar de dochter had nog maar één wens: Ghismonda wilde samen met haar geliefde worden begraven. Haar laatste woorden waren: “Leef met God, ik ga”. Na veel berouw en geklaag werden de geliefden in hetzelfde graf begraven.

Foto’s schilderijen: Annie Overveld


Kringlooplandbouw heeft de toekomst

Toos Lenderink

Boeren hebben absoluut geen saai beroep. Is het geen droogte, CO2-uitstoot of stikstofdiscussie, dan is het wel de veranderende wet- en regelgeving. Op proefboerderij de Marke in Hengelo Gelderland wordt al jaren samengewerkt met Wageningen Universiteit om boeren te ondersteunen. Het is niet ongewoon dat landelijk of Europees beleid wordt aangepast vanwege hun bevindingen. In 2014 ging de boerenvereniging Vruchtbare Kringloop Achterhoek en Liemers (VKA) als project vanuit de Marke van start. Er wordt van en met elkaar geleerd en data verzameld. 350 boeren in de regio doen bedrijfsvoering op basis van kringloophuishouding. Leden van de VKA zijn vooral melkveehouders en loonwerkers. De regio Achterhoek is zelfs als agro-innovatieregio aangemerkt. Anton Baks en Henk Oldenhave uit Slangenburg doen hieraan mee en vertellen hun verhaal.

Henk, die aan de Goorstraat woont en Anton kennen elkaar sinds Anton acht jaar geleden aan de Kommendijk zijn bedrijf startte. Ze hebben dezelfde interesses en gaan vaak samen op pad. Ze zijn zo’n zes jaar geleden lid geworden van een studiegroep kringloopwijzer (KLW) omdat het interessant leek en school was ook al weer zolang geleden. Je leert er van elkaar en stimuleert elkaar. Hoe kun je het beste efficiënt met stikstof en fosfaat omgaan, minder mineralen gebruiken en toch een goede opbrengst halen? Zo’n studiegroep van 10 tot 12 personen bestaat uit boeren uit dezelfde regio die via huiskamerbijeenkomsten contact hebben. Elke groep heeft zijn eigen studiebegeleider. Het is zeker geen eliteclubje.

Meten is weten

Veel gegevens worden bijgehouden en in grafieken verwerkt, bijvoorbeeld inkopen als kunstmest en voer. Ook Vitens is er bij betrokken en levert gemeten waardes in het grondwater aan. Al deze data wordt met elkaar vergeleken. De droogte van de afgelopen twee jaar heeft de balans negatief beïnvloed: mineralen zijn wel op het land gebracht en maïs is gezaaid, maar door de droogte is er weinig opbrengst. Er moest voer bijgekocht worden; weer een negatief effect.

Binnen een studieclub gaat iedereen op zijn eigen manier aan het experimenteren. Iemand is bezig om dierlijke mest als vervanger van kunstmest in te zetten. Anton experimenteert met voederbieten en weer een ander heeft een sensor voorop de grasmaaier gemonteerd om tot precisielandbouw te komen. De zelfstandige ondernemers komen bij elkaar op hun bedrijf en bespreken de resultaten. Rond de keukentafel wordt dan gesproken over de eigen ervaringen en bijvoorbeeld over nieuwe regels, bemestingsplannen of CO2-uitstootvermindering. Anton en Henk doen hier al meerdere jaren aan mee en zien er niet alleen het nut van in, ze hebben het ook gezellig met elkaar. Zij leveren al die jaren veel bedrijfsgegevens aan: onder andere voorraden, klimaatmodule, gebruik energiescan, etc. Beide leveren melk aan Friesland Campina en sinds kort eist deze melkcoöperatie dat iedere melkveehouder de kringloopwijzer (klw) invult. Henk en Anton zijn al gewend om veel gegevens bij te houden en te delen. Maar een flink aantal bedrijven heeft hier moeite mee, vooral met het verplichtende karakter. Als je de klw niet inlevert wordt de melk namelijk geweigerd.

Toekomstvisie

Er bestaan plannen om natuurgebied De Zumpe te verbinden met Slangenburg. Dit zou kunnen betekenen dat ze beiden hun bedrijf moeten opofferen aan de natuur. Begrijpelijk dat dit grote zorgen voor de toekomst geeft. Anton zit hier totaal niet op te wachten; hij is al een keer verhuisd voor natuurontwikkeling vanuit natura2000 gebied ‘Stelkampsveld’ en wenst dit niet nog een keer mee te maken.

Anton en Henk

Henk wil graag dat zijn bedrijf in de toekomst overdraagbaar is. Beide boeren benadrukken dat er al heel veel verbeterd is wat betreft milieu en uitstoot. “Deze positieve bijdrage zou door de consument en de beleidsmakers wel eens wat meer gewaardeerd mogen worden”, aldus Anton en Henk.


Modern boeren

Jeanette Wechgelaer

Boerderij De Saks aan de Steverinkstraat is een boerderij met een lange historische geschiedenis en vormt een groot contrast met de hypermoderne melkstal die boer Frans Kroets er naast heeft neergezet. Frans woont met echtgenote Edith en hun vier kinderen, twee zoons en twee dochters in de oude boerderij en moeder Margareth Kroets-Mensinck woont in een bungalow daartegenover.

Frans zag wel toekomst in de investering van een moderne grote melkstal. In 2012 werden de voorbereidingen getroffen en in 2017 is begonnen met eigen opfok naar in totaal 180 koeien. Maar toen de fosfaatquotering kwam moest Frans terug naar 125 koeien; een hele aderlating. “De quotering is gerelateerd aan de melkproductie die toen nog niet zo hoog was. Op dit moment is die wel redelijk hoog, 10.500 liter, en kon ik volgens de richtlijnen van het fosfaatquotum investeren en dientengevolge weer nieuwe koeien kopen. Nu staan er weer 180 koeien in de stal. Zo koop je terug wat eerder werd afgenomen”.

Wel toekomst?

Hoewel het aantal boeren hard afneemt en de schaalvergroting blijft doorgaan ziet Frans wel toekomst voor de boeren. Ook ondanks de drie droge zomers die invloed hebben gehad op de kostprijs.

Boer Frans

“De regelgeving is voor veel boeren een reden om te stoppen en naarmate ik ouder word heb ik ook meer moeite met de nieuwe regels. Regels ook in verband met het klimaat”.

Frans wil wel grootschalig boeren. Voor een deel wordt voor de Europese markt geproduceerd. Geëxporteerd wordt naar Parijs en Berlijn. “Er zijn in dit gebied veel boeren gestopt. De grond die vrijkwam heb ik soms gekocht. Ik hoef nu niet ver weg om gras te halen. Het aantal koeien is niet meer geworden. Ik heb ook een stuk grond gratis in gebruik waarop ik, in overleg met de eigenaar, een kruidenrijk grasmengsel heb ingezaaid. Ik lever biodiversiteit en hooi. Het is een mooi voorbeeld van samenwerking tussen grondeigenaar en boer”.

Omgevingsplan

Een landschapspark in Slangenburg? Hoe rijmt dat met het boeren hier? Frans is van mening dat een soort samenwerking moet ontstaan. “Boeren helemaal weg uit de Slangenburg, dat bestaat niet. Maar de grond voor boeren neemt af. Je ziet allerlei grote landhuizen in het landschap en er wordt veel meer bos ingeplant. Er wordt wel grond aangeboden maar ik kan niet alle grond kopen en als de provincie daar bos neer wil zetten kan ik niet zeggen dat mag niet. Maar het is natuurlijk wel jammer. Hier omheen is al veel bos en om nou overal maar bos te maken?”

De vraag is aan hoeveel boeren in Slangenburg ruimte wordt gegeven hun bedrijf voort te zetten.

“Dat aantal wordt niet genoemd. We doen ook best wel veel aan natuurbeheer. Akkerranden inzaaien b.v. voor het wild. Ik stel grond beschikbaar daarvoor maar er moeten ook vrijwilligers zijn die het bijhouden. Er moet een wisselwerking komen tussen de diverse belangenpartijen. LTO afdeling Bronckhorst zet zich goed in. Ik heb daar geen tijd voor en dat is jammer, maar ik heb vertrouwen in deze organisatie”.

Een moderne boer?

Wat is modern? “Mijn bedrijf is zelfvoorzienend wat gras en voer betreft, maar mais koop ik van de boeren in de buurt en vervolgens gaat de mest ook daar naar toe. Dat is kringloop. Tegenwoordig moet je kringloop zijn en ben je afhankelijk van de normen hoeveel mest je op een hectare grond mag brengen. De grond gaat verschralen als er geen mest op komt. Helaas worden de normen steeds strenger. Nu mag dat maar 35 kuub zijn. Het was in de jaren tachtig 120 kuub op 1 hectare en dat was niet goed, maar het slaat door tegenwoordig. Modern kan ook zijn een kleine boer met 40 koeien en een baan. Maar als je met modern bedoeld een groot bedrijf met de meest geavanceerde machines en technieken, dan zijn wij wel een modern bedrijf”.

“Het is maar net uit welke hoek de wind waait”


En de boer, hij ploegde voort….

Ans Laurens

Het is de warmste dag van juli, de zon brandt meedogenloos op het erf en de boerderij van Albert Rikkers. Een enkele zwaluw scheert er nog hoog door de strakblauwe lucht. De hond en de kat doen een middagdutje in de schaduw. Om de hoek van één van de staldeuren komt een kalfje nieuwsgierig eens poolshoogte nemen.

Dan verschijnt het bezwete hoofd van Albert ineens uit een andere stal: “Heb je nog even geduld? Ik wil nog wat koeien naar buiten doen eerst”. En weg is het hoofd weer. Natuurlijk heb ik geduld, bovendien hoef ik me niet te vervelen, er is genoeg te zien en te horen. Achter de stal hoor ik Albert de koeien aansporen door te lopen naar de wei, er is nog een ander kalfje de wijde wereld in getrokken. Daar is Albert . “Ach, zegt hij tegen het kalfje dat een beetje verloren om zich heen staat te kijken. Kom maar, deze kant heen”. Hij dirigeert het kalfje de kant van de wei op.

Kalfjes

“Nog even een beetje hooi geven en dan kom ik hoor!” Met in ieder hand een baal vers hooi komt hij de stal in. “Dat lusten ze wel, zie je dat? Ik ben een beetje laat, vanmorgen nog een bevalling gehad”. Nadat alle koeien zijn voorzien gaan we eerst kijken bij het net geboren Lakenvelder kalfje. Het is te vroeg geboren en dus wat aan de kleine kant, maar prachtig bruin met een paar kleine vlekjes. “Mooi hè, zo mooi bruin, het is toch net een ree?” Ik kan niet anders zeggen; het bruine kalfje is prachtig!

Albert: “Dat is nou het mooie van het boer zijn, de cirkel van het leven. Ik vind dat je als boer te verweven met de natuur bent om er niet zorgvuldig mee om te gaan. Ideaal zou zijn als alles in balans is. Wat je er niet instopt, komt er ook niet uit. Maar dat is best moeilijk. Om bij voorbeeld voer en grond in balans te houden zou je misschien ook kunnen proberen de kringloop groter te maken samen met collega-boeren. Er moet wel iets veranderen, dat is wel duidelijk. Het zal ook gaan veranderen, want hoe je het ook wendt of keert : Alles is tijdelijk”.

Hoe denkt Albert over boeren die naast hun bedrijf nog een andere inkomstenbron hebben? “Waarom niet? Dat was in de tijd toen mijn overgrootvader hier begon in 1880 ook zo. Hendrik Jan Rikkers was in de zomer schaapherder en in de winter maakte hij klompen. Buurman Ebbers was in de winter kleermaker. Een andere buurman was naast boer schoenmaker. Misschien moeten we wel terug naar verbreding. De laatste jaren gaat het steeds meer de kant van de specialisatie op in het boerenbedrijf. Daar kan je bijna niet aan ontkomen”.

Hooi binnenhalen

Op de vraag of Albert weer boer zou worden antwoordt Albert: “Ik denk het niet. Dan werd ik bodemkundige. Het is zo machtig interessant om de samenstelling en de vorming van de bodem te bestuderen. In de grond waarop wij leven vind je verbinding van natuur en cultuur. Ik doe dat nu als hobby en dat is ook fantastisch om te doen. Ach, ik vind het ook mooi om boer te zijn en in mijn tijd volgde je gewoon je vader op. Eeuwenlang gold hier het oude Saksisch erfrecht; de oudste zoon nam de boerderij over. Men keek toen veel meer naar de lange termijn. Je zorgde dat je voor het nageslacht iets goeds achterliet. Dat mis ik vaak tegenwoordig: een langetermijnvisie.

Als men eens zou afstappen van het kortetermijndenken en meer rekening zou houden met de toekomstige generaties, dan komen we al een heel eind”.

“Als boer ben je te verweven met de natuur om er niet zorgvuldig mee om te gaan”


Omgevingsvisie Doetinchem

Karin Wensink

Op 1 januari 2022 moet (landelijk) de Omgevingswet in werking gaan treden. De nieuwe wet moet zorgen voor een samenhangende aanpak van de leefomgeving, ruimte voor lokaal maatwerk en betere en snellere besluitvorming. Daarnaast wordt participatie bevorderd, door burgers en ondernemers zo goed mogelijk te betrekken bij de ontwikkeling van de leefomgeving. Alle gemeenten zijn verplicht om ook een Omgevingsvisie vast te stellen. Daarin wordt vastgelegd hoe de gemeente binnen het kader van de wet op lokaal niveau haar gebied wil inrichten. De gemeente Doetinchem heeft ervoor gekozen om deze Omgevingsvisie in maximale samenspraak vorm te geven door binnen 11 deelgebieden in gesprek te gaan met haar inwoners en bedrijven.

De gemeente heeft daarbij groots uitgepakt. Alle zes wethouders hebben een of meer deelgebieden ‘geadopteerd’, ambtenaren zijn vrijgemaakt voor inbreng en er zijn externe bureaus ingeschakeld om informatie uit het gebied op te halen en het proces van inspraak te stroomlijnen via ontwerpend onderzoek. Ontwerpend onderzoek houdt in dat je door het tekenen op kaarten en visualiseren van ideeën een steeds beter beeld krijgt van de kansen voor de toekomst. In deelgebied Slangenburg en omgeving zijn interviews gehouden en themasessies georganiseerd. Gedurende het proces zijn de kaarten waarmee mensen aan de slag gingen steeds verder ingevuld met ideeën en richtingen.

Gemeentelijke kaders

In verschillende gemeentelijke beleidsdocumenten uit de afgelopen jaren komt Slangenburg steeds naar voren als een gebied met potentie als het gaat om recreatie. Een parel wordt Slangenburg genoemd en dat is weer belangrijk voor Doetinchem als Centrumstad. Ook beleving is een belangrijk thema voor Slangenburg. Daaronder wordt o.a. verstaan: genieten van het landschap, recreatieve toegankelijkheid en recreatie, een gezonde leefomgeving, cultuurhistorie, natuur, landschap en biodiversiteit. Een andere grote opgave gaat over het water in het gebied. Dat heeft te maken met de toenemende droogte en hogere temperaturen, afgewisseld met kortere maar heftiger regenval.

Themasessie Recreatie en Landschap en voedsel

Op 5 maart was ‘s middags de themasessie Recreatie en Landschap en voedsel in Taverne Edelweiss. Op de zolder van Edelweiss kwam een groep van ongeveer twintig ondernemers, organisaties, ambtenaren en betrokken bewoners bijeen om in gesprek te gaan over de kansen voor recreatie in het gebied. Aan de orde kwamen ideeën over eten en slapen, welk soort recreatie ambiëren we in Slangenburg, Slangenburg als merknaam, tiny houses, wonen en werken, verbinding zoeken met andere spelers in de regio op het gebied van voedsel, cultuurhistorie, recreatie en toerisme. De algemene conclusie van de middag was dat de recreatieve potentie van Slangenburg groot is en dat het de opgave is om de recreatieve sector door te ontwikkelen met respect voor de balans die er in het gebied heerst.

Themasessie Leefbaarheid op ‘t platteland

Op 5 maart ‘s avonds vond de themasessie Leefbaarheid op ‘t platteland plaats in de Pokkershutte. De themasessie was onderverdeeld in vier workshops die gingen over het sociale leven, de ontwikkelingen op ’t platteland met betrekking tot duurzame energie, natuur en water en landbouw en met betrekking tot wonen, recreatie, toerisme en mobiliteit.

Er was een grote opkomst van inwoners, verenigingen en ondernemers uit het gebied. Een belangrijke oproep van de verenigingen aan de gemeente was om ook over de grenzen heen te kijken. Zorgen werden geuit over de (on)mogelijkheid voor jongeren om een betaalbare woning te kopen. En deze jongeren zijn hard nodig om het gebied levend te houden. Punt van aandacht is ook hoe de sterk aanwezige sociale cohesie te behouden als teveel woningen worden verkocht aan mensen van buiten de regio. Met het motto ‘Samen komen we er wel uit’ blijven we in gesprek en staan we samen sterk.

Themasessie Agrarische ondernemers

Op 16 maart zou ‘s avonds de themasessie met de agrariërs zijn. Vanaf 16 maart zat Nederland echter in de lock-down en moest vanwege de coronacrisis deze sessie uitgesteld worden. Het werd uiteindelijk een digitale sessie op 14 mei waar twaalf agrariërs, ook namens hun collega’s in het gebied, hun zorgen hebben geuit en standpunten en wensen kenbaar hebben gemaakt. Ook de boeren uit het deelgebied waartoe De Zumpe behoort hebben zich hierbij aangesloten. De ideeën op deze avond waren veelal praktisch van aard. “Gebruik je nuchtere boerenverstand en ga tijdig de boer op om in overleg te treden en samen tot oplossingen te komen”. De conclusies van de avond waren: het bewaren van het evenwicht tussen recreatie, boer en natuur; behoud van een goed toekomstperspectief voor de landbouwbedrijven; korte/directe lijntjes tussen overheid en bedrijven/inwoners; gemeente luister naar je inwoners.

Themasessie Water en klimaatadaptatie

Op 18 mei vond de themasessie Water en klimaatadaptatie plaats met vertegenwoordigers van Waterschap Rijn en IJssel, Staatsbosbeheer, BVR (ontwerpbureau voor deelgebied De Zumpe) en de gemeente Doetinchem. Hier is gesproken over hoe men kan anticiperen op klimaatverandering. Op welke manier kan water vastgehouden worden in het gebied zonder dat we daar in nattere jaren weer teveel last van hebben. Dit is een gebiedsoverstijgend thema en treft zowel de landbouw, de natuur alsook de fundering van gebouwen zoals bijvoorbeeld van Kasteel Slangenburg. De opgave is om, in samenspraak met de grondeigenaren, flexibele oplossingen te bedenken waarvan droogte en wateroverlast beide onderdeel zijn.

De kerngroep

De procesleiders Roelof en Liselore van bureau LOS stadomland BV hebben alles uitgewerkt en het resultaat is tijdens een digitale bijeenkomst op 3 juni besproken in de zogenaamde kerngroep waarin ook een aantal ambtenaren en vijf inwoners uit het gebied hebben deelgenomen.

De visie: Laat 1.000 bloemen bloeien

Deelgebied Slangenburg en omgeving is in balans. Een balans tussen landschap, natuur en ondernemerschap, een balans tussen inwoners met elk hun eigen belangen en wensen. Zo voelen de inwoners dat. En als er wat verandert, is dat met respect voor elkaar, rekening houdend met elkaar. Samen bijschaven aan een uniek gebied. Tegelijk liggen er grote opgaven te wachten en ook die hebben ruimte en aandacht nodig.

Eén kasteelheer in Slangenburg? We hebben er 600!”

In Slangenburg en omgeving doen we het samen

In de visie voor Slangenburg en omgeving pakken we die opgaven samen op, gaan we in gesprek met elkaar en verzinnen we slimme oplossingen. Werkend vanuit die balans komen we er samen uit en maken we alles nog mooier. We laten niet één bloem bloeien, maar duizend!

In deze visie voor Slangenburg en omgeving knopen we de opgaven op verschillende schaalniveaus aan elkaar tot een werkbaar gezamenlijk perspectief. Met het watersysteem en de recreatieve aantrekkingskracht maakt Slangenburg en omgeving deel uit van (boven)regionale systemen. Ook het verenigingsleven in IJzevoorde overstijgt de gemeente Doetinchem qua schaal. Het agrarische leven en het landschap zijn meer lokaal. Door de verschillende opgaven en schaalniveaus aan elkaar te knopen komen we tot:

• Een duurzaam watersysteem in Slangenburg

• Een sterk landschap met natuurparel(s)

• Een integraal perspectief voor de landbouw

• Een integrale aanpak van gebiedsdoelen

• Een veilig en toegankelijk gebied

• Een blijvend sterke gemeenschap.

Het complete rapport over deelvisie Slangenburg en omgeving, alsmede de rapporten over de overige tien deelvisies zijn te vinden op de website www.omgevingswetdoetinchem.nl.

Op 17 november 2020 (voorlopig onder voorbehoud) vindt er nog een inspraakronde plaats, het zogenoemde Stad en Land debat, waarna alle deelvisies in elkaar geschoven worden tot één visie voor de hele gemeente Doetinchem.


De Zumpe

Toos Lenderink

Het gebied De Zumpe waar wij als kind vol ontzag omheen fietsten. Hier mochten we niet komen, laat staan spelen. In het Slangenburgse bos mocht dat wel maar rond De Zumpe hing een mysterieuze sfeer; er was moeras en het was erg gevaarlijk daar! De laatste jaren komt dit gebied veel in het nieuws door allerlei veranderingen: de aanleg van de Oostelijke Randweg, verkoop van gronden en het feit dat de gemeente Doetinchem in 2014 opdracht van de provincie kreeg om de natuur (gebiedsuitbreiding) in De Zumpe te vergroten en versterken.

Gerrit Jan van Ochten is geboren aan de Zuivelweg (grenst aan De Zumpe) en heeft als kind veel in dit gebied rondgetrokken. Na meerdere omzwervingen, o.a. tien jaar gewerkt te hebben als apotheker en natuurgids geworden bij de IVN, woont hij sinds veertien jaar aan de Vossenstraat. Hij vertelt dat de Koninklijke Natuurhistorische Vereniging (KNNV) een belangrijk deel van het gebied in eigendom heeft en beheert. De Zumpe met de Buizerdwei, IJsbaanwei en Golfbroek zijn onderdeel van het landschap waartoe ook Groenendaal en Ruige Horst behoren. Het geheel (120 hectare groot) is opgedeeld en behoort aan verschillende eigenaren. Zo zijn bewoners van de Vossenstraat eigenaar van een deel van De Zumpe.

Samenwerking

Voor de uitvoering van genoemd project (gebiedsuitbreiding) is een goede samenwerking tussen de Gemeente Doetinchem, Waterschap Rijn en IJssel, Staatsbosbeheer en een aantal boeren nodig. Bereidheid bij de boeren om grond hiervoor uit te ruilen of vrijwillig te stoppen met de bedrijfsvoering is aanwezig.

Het eerste deel van het project is klaar, het tweede deel laat nog even op zich wachten. De aanleg daarvan gebeurt o.a. door afgraven van cultuurgrond. Daarbij komt stikstof vrij en dit zorgde eind 2019 voor stagnatie. Het gaat hierbij om 30 hectare grond, waaronder twee voetbalvelden die niet meer als zodanig worden gebruikt.

Unieke bodemstructuur

Het unieke van dit natuurgebied is dat er twee veenlagen in de grond zitten. Hierdoor wordt het grondwater omhoog gestuwd. Vanuit het noordoosten komt kalkrijk en vanuit het zuidwesten kalkarm grondwater. Dan zijn er ook nog verschillende zuurgraden in het grondwater die zorgen voor heel diverse plantengroei. Door een jarenlange overbemesting waren veel planten verdwenen. Na het afgraven, het weer laten ontstaan van vennen en verwijderen van opslag zoals berken, wilgen en elzen, blijken oude zaden hun kracht niet verloren te hebben. Veel plantensoorten die op lijsten van meer dan 70 jaar geleden voorkwamen, zien we weer terugkomen.

Nieuwe fauna

En met de flora komt ook de fauna. Er leven 32 libellesoorten en 12 soorten sprinkhanen. Gerrit Jan zette zelf een scheve tak in één van zijn vijvers en kon genieten van de ijsvogel die hier op afkwam. In het hele perceel komen veel meer vogels voor de laatste jaren. De ingrepen die hier in de natuur worden gedaan gebeuren heel zorgvuldig en in overleg met alle betrokkenen. Het is een uniek gebied door het aanwezige kwelwater. Je kunt er veilig wandelen als je op de natuurlijke wandelpaden blijft. Hondeneigenaren moeten de honden verplicht aan de lijn houden. Er lopen veel reeën in dit gebied.

De Zumpe is mooi en heel divers en verdient het om beschermd te worden, door burgers, wandelaars en eigenaren. Gerrit Jan vindt het daarom ook geen goed idee een tankstation vlakbij dit gebied te plaatsen. www.Zumpe.nl


Wonen rondom, op en in het water

Het aquadomum van Henk Wolbrink

Toos Lenderink

Het is even zoeken naar het aquadomum van Henk Wolbrink. Gelukkig heeft zijn vrouw Maria ons uitgelegd hoe we er kunnen komen: dus hier moet het zijn. Maar waar staat het huis en waar is de ingang? Een smal pad leidt naar een soort garagedeur: de deur staat open en we komen in een ruimte met gereedschap en bouwmateriaal en lopen door: hallo, we zijn er!
Welkom in de ondergrondse bouwdroom van Henk Wolbrink. “Kom kieken, dan ku’j t ziene!”

Rondom het water

Op het terras aan het water gezeten moet ik even tot mezelf komen. De hele omgeving, de sfeer, het voelt als een droom. Hier straalt zo veel rust uit. Is dit echt?
Ja.
Henk vertelt dat het zijn passie is om te realiseren dat het echt kan wat er zich in zijn hoofd afspeelt. Zelf bedacht en zelf uitgevoerd. Hooguit met soms een paar extra handen bij het beton storten of maken van de bekisting. Hij is hier al 10 jaar mee bezig. Alleen in de weekenden want door de week werkt hij als aannemer. Het begon met het kopen van dit 3,5 hectare grote landgoed. Rondom is een hekwerk geplaatst zodat kinderen hier veilig speurtochten kunnen houden. Al het gebruikte hout, veel lariks en vogelkers, is zelf gekapt en komt uit dit gebied. Het prachtige wandelpaadje lijkt wel een verend tapijt, zo dempend werkt de moslaag. Het ruikt er naar hars en regen. In het bos verscholen ligt een prieeltje. De vijver rondom het huis is zelf uitgegraven en zorgt voor diepgang. De waterlelies hierin zijn het enige dat aangeplant is.
Diepere grondlagen die boven kwamen door het afgraven bevatten oude zaden die nu voor een heel diverse begroeiing zorgen. Niets is er in dit voormalige weiland aangeplant. De natuur zorgde zelf voor al dit moois. Het afgegraven zand vormt een mooie speelplek en kan zo nodig gebruikt worden om een beginnend brandje op de naastgelegen kampvuurplek te blussen. De stenen ondergrond hier komt oorspronkelijk uit het prieel. Rondom het kampvuur houten boomstammetjes als zitplek.

Op het water

Invallend daglicht wordt door de spiegel naar beneden
weerkaatst

Bovenop de bult, op het huis is een observatiepost gemaakt: de schoorsteen die ook hier doorheen loopt houdt het
’s winters aangenaam van temperatuur. Een dompelpomp brengt het water uit de vijver beneden naar dit hoge punt.
Via een klaterend watervalletje stroomt het water terug in de vijver. Dit is een geweldige plek om de natuur te beleven.
Henk wil graag de jeugd laten ervaren dat dit soort bouwwerken de toekomst heeft. En dat het mogelijk is om onder de grond te wonen. Het hele gebouw is duurzaam en energieneutraal gebouwd. Een lantaarnpaal is nu schoorsteen, een oude keuken ziet er uit als nieuw. Een badkamer waar een 4 sterren hotel jaloers op kan zijn. Wat een luxe! O ja, het is nog niet af allemaal. Maar nu al komen er groepjes mensen naar de modelwoning voor educatie of biologielessen.

In het water

In de vijver is een betonwand van 2 meter hoog rondom de woning gestort met daarop bloembakken. O.a. om de begroeiing op afstand te houden. Vanuit de benedenverdieping (100 vierkante meter groot) kijk je door meerdere ramen in dit water. En naar de hengels met wormen van vissers op het terras erboven.
De waterlaag werkt als isolatie.
Zonnepanelen leveren warm water voor gebruik in keukens, badkamers en de vloerverwarming. ’s Zomers wordt het teveel aan opgewekte warmte opgeslagen in de grond onder het gebouw. De aarde werkt als een warmteschil. Ook de mechanische ventilatie werkt op energie van de zonnepanelen.
Zomers koelt de ventilatiebuis af in de vijver. Alles zelf bedacht, met eigen handen gemaakt en HET WERKT!
Henk is gewend om ter plekke oplossingen te bedenken als de situatie daarom vraagt. Hij is een zeer veelzijdig man met hart voor de natuur en een hoofd vol ideeën. Dit alles delen met anderen geeft hem veel voldoening. Hij is eigenaar van dit geheel maar de stichting WEN beheert het. WEN staat voor Woonbeleving, Energie en Neutraal.

De stichting WEN is nog op zoek naar vrijwilligers die hier rondleidingen willen geven.
Met een groep op bezoek komen?
Neem dan contact op met: stichtingwen@gmail.com


Abdijhoeve Betlehem

Hoe gaat het met de verbouwing?

Toos Lenderink

In 2018 tijdens het 150-jarig bestaan van de Benedictijnse Confederatie, riep paus Franciscus alle Benedictijnen op om het charisma van de gastvrijheid verder uit te bouwen. Nou, dat was in Slangenburg niet tegen dovemansoren gezegd. De noodzaak om de inkomsten te verhogen om te kunnen blijven voorzien in eigen levensonderhoud, speelde hierbij natuurlijk een grote rol. Abt Henry Vesseur leidt ons rond en vertelt alles over de ingrijpende verbouwing.

Woongedeelte monniken

Zwarte pijen aan de muur

De Sint Willibrordsabdij is oorspronkelijk gebouwd met de gedachte dat dit onderkomen voor tijdelijk zou zijn. Het gedeelte met twee etages van de bewoners voldeed dan ook al lang niet meer aan de eisen van deze tijd. Direct onder de pannen van het stenen dak is inmiddels betere isolatie aangebracht. De ruimte die oorspronkelijk voor 32 mensen bedoeld was biedt nu meer comfort voor 20 bewoners. Met grotere kamers en elk een eigen toilet en douche. In een van de zijvleugels zijn logeerkamers op de eerste verdieping waar maximaal acht mensen (lees mannen) tijdelijk kunnen meeleven als gast. Vanuit dit gedeelte kom je via de ruime kloostergang in de kapel. Deze kerkzaal is altijd open voor iedereen maar voor de monniken ligt hier hun hoofdtaak.
Het is het centrum van bezinning en tot inkeer komen. De pilaren die hier het dak dragen, staan ook symbool voor het leven van de monniken. Zou je deze belangrijke steunen weghalen dan stort het gebouw in. Zo dragen de gebedsdiensten het leven van de broeders. Aan het eind van de gang langs de refter hangt een rijtje zwarte pijen naast elkaar aan de muur. Als overalls op een boerderij aan het begin van de deel. Hierachter begint het andere leven van de abdij. De oude en nu nieuwe abdijhoeve Betlehem. Monniken moeten leven van werk door en met hun handen. Net als iedereen belasting betalen, zorgkosten en hun toekomst garanderen. Daarvoor zijn inkomsten nodig en hier wordt aan gewerkt.

Erf en bijgebouwen

Een deel van het landgoed hoorde oorspronkelijk bij boerderij Park. Het oude padenstelsel dat je in dit deel van Slangenburg tegenkomt is hier intact gehouden. Bij de bouw van de abdij heeft men rekening gehouden met de aanwezige lanenstructuur en een oude laan gebruikt als centrale as met twee poorten daar overheen. Die verbinden Abdijhoeve Betlehem nu de abdij met de abdijhoeve. Omdat de abdij gemeentelijk monument is mag bij de renovatie niets gewijzigd worden aan het aanzicht van de gebouwen. We komen bij de voormalige werkplaats die omgebouwd is tot boekbinderij. Er worden oude boeken gerestaureerd en o.a. kookboeken, stripboeken of eigen boeken en tijdschriften ingebonden.

Maar de abdij kan van dit werk niet bestaan. Het faciliteren van diverse cursussen en het gastvrijheid verlenen aan groepen is een grotere bron van inkomsten. Deze moeten wel passen bij de leer van de abdij. De monniken hebben hier ook een aandeel in. Als docent, het verzorgen van rondleidingen of begeleiden van groepen of individuele gasten.
Voor de gasten is het soms even aanpassen. Het is hier geen vijfsterren hotel maar een verblijf in een omgeving met een bijzondere rustieke sfeer, waarbij je zelf je bed moet opmaken en meehelpen met de afwas. De kamers zijn eenvoudig maar netjes met eigen douche en toilet en natuurlijk het fantastische uitzicht. De rondleiding gaat verder naar de oude fruitschuur. Hier is een mooie trap naar de zolder gemaakt zodat er een bibliotheek voor eigen gebruik kan komen. Het is hier droog; een voorwaarde voor behoud van de boeken. Studie is ook een belangrijk onderdeel van het monnikenleven. Onderweg komen we steeds mensen tegen: o.a. bouwvakkers en vrijwilligers. De abt groet ze allemaal en lijkt ook iedereen bij naam te kennen. Op de abdij helpen meerdere gastheren en gastvrouwen als vrijwilliger mee om de gastvrijheid mogelijk te maken Ze helpen onder meer met roosters maken voor de studie- en logeergroepen.

Waar vroeger de boekbinderij zat, boven de voormalige stierenstal, is nu een logeergedeelte met elf kamers.
Waar voorheen het melkhuis/de zorgboerderij in was gehuisvest wordt nu een keuken met spoelafdeling en een koude en warme keuken ingericht. In de vroegere hooischuur – een hoge schuur met Nemaho-spanten – komen ook elf kamers, een eetzaal, conferentiezaal en stilteruimte. Nu staan er gereedschapskisten, ligt er bouwmateriaal en worden de gaten in de gipsplaten gestopt. De voormalige wagenloods is conferentiezaal geworden. De oude spanten zijn behouden gebleven. De authentieke sfeer, sober en efficiënt vind je ook hier terug. Maar wel met het comfort van deze tijd.
Luchtbehandeling, brandbeveiliging, alles energieneutraal en asbest gesaneerd. De houtkachel voor de verwarming krijgt een automatische aanvoer van houtsnippers, zodat er in de toekomst duurzaam en gasloos verwarmd kan worden. Extra zonnepanelen komen bij de 230 die vijf jaar geleden al zijn aangelegd. De kunstmestloods wordt winkel en bergruimte.
Het erf wordt nog verder onder handen genomen en krijgt met borders, grind en terrassen eveneens een nieuwe passende functie.

Financiering en verloop

Onvermoeibaar gaan we trap op, trap af en overal blijkt de abt van alles op de hoogte te zijn. “Ik moet wel overal mijn handtekening onder zetten” legt hij uit. Gelukkig heeft de abt veel hulp van Nol Verhoeven als opzichter en
is er een architect betrokken bij deze grootscheepse interne verbouwing. En er zijn oblaten van de abdij die meedenken en advies kunnen geven. Als iemand de abt aanschiet om wat te vragen neemt hij daar rustig alle tijd voor. De totale verbouwing is begroot op 3,4 miljoen euro. Dat komt deels door het monumentale karakter van het gebouw. Aan de buitenkant mag niets veranderen. Met provinciale subsidie (voor restauratie, verduurzaming en herbestemming van cultureel erfgoed) en giften van weldoeners is het financieel rond op 200.000 euro na. Dit gaat zeker goed komen. Op 1 oktober kunnen de eerste gasten de nieuwe kamers betrekken. Maar de algehele oplevering zal pas volgend jaar augustus plaatsvinden. Tot die tijd wordt er nog onafgebroken gewerkt door bouwbedrijf Bruggink uit Heelweg en installateur Rouweler uit Zelhem.
Op mijn vraag aan de abt of hij er nooit een slapeloze nacht van heeft gehad vertelt hij er altijd vertrouwen in te hebben gehad dat het goed zou komen. Menigeen zou van dit alles een burn-out krijgen of op zijn minst hard aan vakantie toe zijn maar deze broeder gaat op vastgestelde tijden naar de kapel, vindt hier rust en steun en gaat weer even vriendelijk verder.