Kunst in de kijker

Maya Lenselink, edelsmid   

Anneke Zwager

Aan een zandweg op ’t Goor woont Maya Lenselink met haar gezin. In de schuur achter het huis heeft zij haar atelier ingericht met werktafels, machines en allerlei fijn gereedschap. Vanuit haar raam kijkt ze uit over het terrein met de tuin, het terras en de groentekas. En vlakbij zijn de bossen van de Slangenburg. Het is er rustig en groen. In deze omgeving doet Maya inspiratie op voor haar werk als edelsmid. Ze gebruikt alles wat kan leiden tot een mooi sieraad als idee. Vaak zijn dat structuren, van takken, grassen of mossen. Die structuren zie je terug op een ring of een armband. Ook vormen kunnen een uitgangspunt zijn, bijvoorbeeld de vorm van een gewei van een reebok. De sfeer van de omgeving speelt een belangrijke rol.

Maya was als kind altijd bezig met knutselen en dingen maken met haar handen. Toen ze eens een artikel las over een edelsmid sloeg de vonk over. Dit was wat zij wilde! In de Gruitpoort in Doetinchem volgde ze jarenlang cursussen, eerst bij Coen Mulder en jaren later nog eens bij Hans Rietman uit Zelhem. In deze cursussen werd de basis gelegd voor haar vakmanschap. Ze leerde er het materiaal te smelten, te vormen, te schuren en te slijpen. Door te lezen in vakliteratuur en te zoeken op internet, kreeg ze veel ideeën. En door veel te doen, kreeg ze almaar meer vaardigheden in de vingers. Met proberen en experimenteren heeft ze haar eigen stijl gevonden: organisch en natuurlijk. Een kijkje in haar vitrinekast leert dat ze zich heeft toegelegd op sieraden: ringen, armbanden, kettingen en oorbellen. En bij elk sieraad kan ze een verhaal vertellen.

Jarenlang werkte Maya met veel plezier in de kinderopvang in Zelhem. Pas toen haar eigen kinderen ouder werden en de kinderopvanglocatie werd opgeheven maakte ze acht jaar geleden de overstap naar het edelsmeden. Nu weten steeds meer klanten haar te vinden voor een sieraad al of niet in opdracht gemaakt.

Maya werkt met verschillende materialen. Het liefst werkt zij met zilver; het is zacht materiaal en goed te bewerken tot natuurlijke en golvende vormen. De witte glans geeft een mooie weerkaatsing van het licht. En het is goed te combineren met edelstenen als saffier, toermalijn en aquamarijn. Het is het licht, de gelaagdheid en de kleur van de edelstenen die aanknopingspunten bieden voor verdere verwerking.

Soms wijst het materiaal zelf de weg, een andere keer is het puzzelen om er iets moois van te maken. Ze werkt nooit naar voorbeelden, ze creëert tijdens het werken. En natuurlijk zijn er dan momenten dat het niet wordt wat ze voor ogen had. Tja, en dan is het opnieuw beginnen. Ook dat hoort bij het kunstenaarschap.

Het zilversmeden vereist rust, concentratie en tijd. Ze moet een aantal uren achter elkaar kunnen werken om “in de flow” te komen. Maya is veel middagen in haar atelier te vinden. Ze voelt zich een gezegend mens dat ze dit mag doen. En als klanten blij zijn met een sieraad is dat de kroon op haar werk.

Maya aan het werk in haar atelier


Fietsenmaker Westendorp

Toos Lenderink

Richard Klein Willink vertelt dat hij als 7-jarig jochie samen met zijn opa van Varsseveld naar Slangenburg fietste, over de Varsseveldseweg (er lag toen nog geen fietspad) naar de begraafplaats bij het kasteel. Opa deed het onderhoud op de begraafplaats van de Passmanns. De zware hekken rondom met grote kettingen en de poort die Richard met een grote sleutel mocht openmaken hebben destijds een onuitwisbare indruk op hem gemaakt. Nu, ruim 53 jaar later, hangt er nog een schilderij van kasteel Slangenburg bij hem in de fietsenwinkel en ook de fiets die destijds door opa werd gebruikt, tovert hij tevoorschijn. Het tekent Richard. Hij is dankbaar voor de mooie herinneringen aan zijn opa en ouders en gooit niet iets weg als het nog van pas kan komen.

Zijn vader werkte eerst bij garage Hofs in Varsseveld. Later ging hij wonen en werken bij Toon Wisselink in Westendorp. Die had een taxibedrijf en benzinepomp, verkocht speelgoed en van alles en nog wat. Ze werkten een paar jaar samen, waarna zijn ouders de zaak overnamen en verder gingen met onder andere een Gulf benzinepomp, fietsen en bromfietsen. Richard groeide hiermee op en zag zijn ouders zeven dagen per week, lange werkdagen maken. Toch koos hij ook zelf deze kant en ging na de technische school naar Arnhem voor de vervolgopleiding fietsenmaker. In de avonduren haalde hij bij de streekschool daarna nog vakbekwaamheden voor auto- en motormonteur. Al jong vormde hij samen met zijn ouders een vennootschap (vof) en dat ging heel fijn samen. Jammer genoeg werd zijn moeder ziek en overleed al op 63-jarige leeftijd. Hierna moest Richard keuzes maken, want alles aanhouden zoals het was, kon niet meer. Hij hield aan waar hij zich goed bij voelde en dat was de tweewieler.

“Iemand een nieuwe fiets verkopen dat kan iedereen. Maar goede service verlenen en mensen op een eerlijke en goede manier helpen, dat is zoals ik het wil. En het hoeft niet meer of groter. Goed is goed”. Toch werd het in de corona-periode zo druk dat Richard lichamelijk klachten kreeg en gedwongen werd zijn werkzaamheden anders in te delen. Nu heeft hij de zaak bewust twee dagen in de week dicht, zodat hij dan ongestoord kan sleutelen en dat is ook het liefste wat hij doet.

Hilda, met wie hij al veertig jaar samen is, is de vliegende keep. Ze gaat mee naar shows om accessoires en bijvoorbeeld fietshelmen uit te zoeken die qua kleur en stijl passen bij de fiets. Ze noteert de wensen van de klant en heeft tijd voor een praatje, zodat Richard rustig door kan werken. De klanten zijn trouw en komen vanuit uit de wijde regio rondom Westendorp. Collega-fietsenmakers helpen elkaar over en weer, bijvoorbeeld als een onderdeel moeilijk verkrijgbaar is.

Richard kan alle soorten fietsen repareren en niet alleen de “biologische fietsen” zoals hij de niet-elektrische fietsen noemt. Cursussen voor de nieuwste snufjes en uitleesapparatuur volgt hij indien dit zinvol is. Een storing is vaak steeds weer anders en dat moet je zelf oplossen. En daar heeft deze vakman geen moeite mee, die zelf ook graag in zijn vrije tijd door Slangenburg fietst. Hij wenst alle lezers een goed en gezond jaar met veel fietsplezier!

Met de oude fiets van opa voor het schilderij van kasteel Slangenburg

Fietsen zit in deze familie in het bloed. Hendrik Stoltenborg, de opa van Richard Klein Willink, werd in de jaren 70 gehuldigd na veertig jaar trouwe dienst bij Vinkenborg, Doetinchem


Op zoek naar Klooster Bethlehem

Carel de Vries

“Misschien heeft op de plek waar ik woon, ooit de kloosterboerderij gestaan”, vertelt Angeline Brunsveld. Zij woont met haar man Berty en gezin aan de Kerkstraat in Gaanderen op de plek waar in een ver verleden een klooster met de naam Bethlehem moet hebben gestaan. In een Achterhoekse verbastering werd het ook wel Bielheim genoemd. Dan weet u nu dus ook hoe de Bielheimerbeek aan haar naam komt. Op een kaart uit 1885 (figuur 1) is te zien dat die beek voordat die in 1970 werd ‘strakgetrokken’, langs de Kerkstraat liep en een aftakking had die water toevoerde naar het grachtenstelsel rond het klooster. Langs die grachten stonden waarschijnlijk één of meerdere watermolens. Een deel van die ronde gracht is nu nog in het landschap te zien. Angeline vertelt: “Mijn moeder herinnerde zich dat na de oorlog de restanten van een gracht in het land naast onze boerderij zijn gedempt”. Waarschijnlijk is dat de aftakking die op de oude kaart nog te zien is. De grote vraag is: waar heeft het klooster precies gestaan? Het lijkt waarschijnlijk dat het binnen die oude cirkelvormige grachten heeft gelegen en dat betekent dat zowel het huis van Angeline (boerderij ‘Rekhem’) als het naastgelegen Huize Rekhem op het terrein staan van het vroegere klooster. Wellicht zijn ze zelfs gebouwd op de fundamenten daarvan. Beide gebouwen dateren van eind 18de eeuw.

Figuur 1. Kaart van 1885. Rood omcirkeld is de plek waar het klooster heeft gestaan

Van 1180 tot 1578

Klooster Bethlehem werd gesticht aan het eind van de 12de eeuw (ca. 1180) door een zekere Franco, een meester in de godgeleerdheid. Onder druk van Hendrik van Gelre, graaf van Gelre en Zutphen, stelden de Markegenoten van Doetinchem grond beschikbaar aan Franco voor de vestiging van een kloostergemeenschap. Hij bouwde er een houten kapel en enkele huizen. Wat begon als een kleine kluizenaarsgemeenschap groeide uit tot een heus klooster van zogenaamde ‘reguliere kanunniken’, die leefden volgens de regel van Augustinus. Het aantal kanunniken varieerde van vijftien tot twintig. Daarnaast was er een onbekend aantal ’conversen’, lekenbroeders die wel onderdeel uitmaakten van de kloostergemeenschap, maar geen geloften hadden afgelegd. De kanunniken deden vooral het geestelijke werk (bidden en studeren) en de conversen verrichtten hoofdzakelijk het zware dagelijkse handwerk. Al snel groeiden de bezittingen van het klooster enorm door schenkingen en aankopen van gronden, boerderijen en huizen in de wijde omtrek: in Didam, Silvolde, Neede, Keppel, Gaanderen, Doetinchem, Zevenaar, Hummelo, Warnsveld en Zelhem. Ook verkreeg het klooster allerlei privileges zoals het recht om varkens te hoeden in de bossen of om bomen te kappen op de marken. Zeer belangrijk voor de rijkdom van het klooster was ook de zeggenschap die zij kreeg over de bezittingen en inkomsten van de kerken van Doetinchem, Steenderen, Varsseveld en Doesburg. Al met al ontwikkelde Bethlehem zich tot een belangrijk en rijk klooster. Maar in de 16de eeuw ging het geleidelijk bergafwaarts. Er waren continu oorlogen en de krijgsheren deden voor de financiering daarvan een beroep op het rijke klooster. Nadat in 1568 de Tachtigjarige oorlog tegen de Spanjaarden was uitgebroken, werd het platteland zo onveilig dat de monniken in 1580 eerst naar Doetinchem en vervolgens naar Emmerik vluchtten. Het verlaten klooster werd daarna in 1587 geplunderd en volledig verwoest.

Hoe het klooster er heeft uitgezien? We weten het niet, er is geen enkele afbeelding van bewaard gebleven. Alleen de namen ‘Het Klooster’, van een nabij gelegen boerderij en de ’Kloosterlaan’, herinneren nog aan de aanwezigheid ervan. In het landschap is er, afgezien van het stukje van de gracht, niets meer te zien dat aan het klooster herinnert. Geen ruïne, niks. De stenen zijn destijds gebruikt voor het herstellen en versterken van de muren rond Doetinchem. De laatste restanten van Bethlehem bevinden zich uitsluitend nog ondergronds. En dat maakt deze plek een goudmijntje voor (amateur-)archeologen.

Publieksdag

De plek waar klooster Bethlehem heeft gestaan, is één van de belangrijkste archeologische vindplaatsen in de gemeente Doetinchem. Daarom heeft de Omgevingsdienst Achterhoek het initiatief genomen komend najaar op deze plek een archeologiedag te organiseren voor het publiek. Zij krijgt daarbij steun van de gemeente Doetinchem en het Stadsmuseum. Annemieke Lugtigheid, archeoloog, werkzaam bij de Omgevingsdienst is projectleider. “Het belooft heel interessant te worden”, aldus Annemieke. “Het gaat die dag om meedenken en meedoen. Er worden korte lezingen gegeven en er zijn rondleidingen over het terrein. Maar mensen kunnen ook zelf meedoen aan archeologisch onderzoek onder leiding van Econsultancy. Ze gaan het veld in op zoek naar sporen van het verleden. Econsultancy zal dan ook boringen verrichten en zo gaan we deze dag op zoek naar oude bakstenen, scherven, gebruiksvoorwerpen en dergelijke. Ook zullen vondsten uit het verleden tentoongesteld worden. En voor de kinderen komt er een speciaal programma. Zij kunnen spelenderwijs ontdekken hoe leuk en spannend archeologie is”, aldus Annemieke.(samen met Angeline Brunsveld op de grote foto)

Studentenonderzoek

Op de publieksdag zullen ook twee archeologiestudenten van Saxion Hogeschool uit Deventer de resultaten van hun onderzoek presenteren. Een van hen duikt het komende half jaar in de geschiedenis van het klooster. Wat was de rol van het klooster in de samenleving, welke werkzaamheden werden er verricht? Maar ook: waarom werd het klooster op deze plek gesticht en welke invloed heeft het klooster op het landschap gehad? De andere student stort zich op de grote hoeveelheid vondstenmateriaal dat door archeologen al is verzameld. Wat vertellen die ons over het dagelijks leven van de monniken, over hun werkzaamheden, hun rijkdom en hun gebruiken? 

Voor Angeline en haar gezin geeft de archeologiedag een hoop drukte rond huis. Maar dat vindt ze juist leuk. “Ik ben zelf ook erg geïnteresseerd in de historie van deze unieke plek waar ik al mijn hele leven woon. Het is toch mooi om veel mensen en vooral ook kinderen daar kennis mee te laten maken. Archeologie brengt de geschiedenis tot leven”.

De publieksdag gaat na de zomer van 2024 plaatsvinden. De exacte datum en het programma staan nog niet vast, maar in de zomereditie van de Slangenburgh-boode zullen we u daarover informeren.

Figuur 2 Nagenoeg alle gebedenboeken en bijbels van het klooster zijn verloren gegaan. Alleen dit kostbaar versierde plenarium dat de vier evangeliën omvat, bleef bewaard. Het dateert van eind 13e eeuw.
Figuur 3 In het Geldersch Archief bevinden zich nog veel zakelijke documenten van het klooster, zoals dit Charter uit 1236, dat de schenking van goederen uit Gaanderen aan het klooster beschrijft. De vier zegels zijn de ‘handtekeningen’ van de betrokken partijen

Kaart en foto’s van plenarium en Charter via Oudheidkundige vereniging Deutekom 


Het Woolschot

Hanneke van de Velde

Boerderij Het Woolschot aan de Stadsedijk in Zelhem blijkt een verrassende plekt te zijn met bijzondere mensen en activiteiten. Naast kleinschalige pianoconcerten vinden er op de sfeervol verbouwde deel ook bijzondere healingsessies met trommels, zang en vele andere instrumenten plaats. Het natuurlijk ingerichte buitenterrein biedt gelegenheid voor de oeroude ceremonies met de zweethut. Nisa van Oostveen en haar partner Koen Smit zijn de inspirerende krachten hierachter.

Een oase van rust op Het Woolschot

Drie jaar geleden zijn Nisa en Koen aan de Stadsedijk komen wonen. Een flinke verbouwing aan de boerderij heeft inmiddels plaatsgevonden. Deze biedt nu voldoende ruimte voor wonen en werken.

Ook het buitenterrein werd getransformeerd van kale grasvlakte naar sfeervol natuurterrein met een diversiteit aan planten en bomen. Deze diversiteit heeft geleid tot een soortenrijkdom aan dieren.

Reeën komen rusten in het bosgedeelte en vele vogels laten zich horen. Zo zat er afgelopen seizoen een steenuil met jongen. Ook een kerkuil en bosuil zijn gesignaleerd op het terrein. Wezels komen in de avond uit hun holletje buiten spelen en dartelen rond. De boomkikkers geven hun typische concert. Kortom een plaats om helemaal tot rust tte komen en in niets meer de kale vlakte die het drie jaar geleden nog was.

Luisterconcerten op de deel

Nisa is opgegroeid met klassieke muziek. Van jongs af aan werd er bij haar thuis muziek gemaakt. Zelf heeft ze gestudeerd aan het conservatorium van Den Haag. De manier van opleiden paste niet helemaal bij haar maar heeft er wel toe geleid dat er veel precisie en detail is in haar pianospel. Zelf was ze meer op zoek naar het echte in de muziek. Ze studeert nog steeds erg veel op haar prachtige vleugel en geniet ook intens van de schoonheid van de composities die ze speelt. Voorkeur heeft ze voor werken van Bach en Schubert. Graag deelt ze deze schoonheid met anderen en zo zijn indertijd de concerten op de boerderij ontstaan. De deel wordt dan omgetoverd tot een sfeervol concertzaaltje.

Dreamtime healing concerten

Naast het klassiek pianospel heeft Nisa nog een andere passie, nl de dreamtime healing concerten. Deze worden gegeven met een sjamanistische gong en trommels en andere bijzondere instrumenten. Een intense en fijne manier van genezing, waarbij de klanken diep in je lichaam en in je hele wezen doordringen. Er wordt niet bij gepraat en je wordt gehuld in de ceremoniële klanken van trommels, zang, didgeridoo, gong, handpan, klankschalen, mondharp, fluiten, windfluiten en bellen. Deze ceremonie is erop gericht om de ‘mind’ te stoppen.

Eeuwenoude ceremonie van de zweethut

De zweethut ceremonie is een oeroude traditie die bij veel verschillende oorspronkelijke culturen voorkwam. De meest bekende daarvan is afkomstig van de Noord-Amerikaanse Indianen.

Over de gehele wereld, van Siberië tot Zuid-Amerika en ook in Afrika zijn er verwanten van deze ceremonie aangetroffen. Deze zweetrituelen werden ingezet voor genezing. In de Arabische landen is de hamam een achterkleinkind hiervan, net zoals de sauna in Scandinavië. De rode draad door al deze ceremonies is dat het een aarde-cereminie is, een terugkeren naar de oorspronkelijke staat. Een ceremonie van wedergeboorte als kind van Moeder Aarde, verbonden met alles dat bestaat.

Nisa begeleidt dergelijke ceremonies al ruim vijfentwintig jaar. Toen ze ermee begon, vonden mensen het nog raar. Nu is het een stuk bekender en meer aanvaard.

De ceremonie

Buiten is er een groot vuur, met stenen erin die worden opgewarmd tot ze roodgloeiend zijn. De zweethut zelf is een lage koepelvormige hut, gebouwd van wilgentakken en afgedekt met dekens. Binnen in de hut, als de deur dicht is, is het volledig donker. In het midden van de zweethut, in een kuil, komen de hete stenen te liggen en de mensen zitten er in een cirkel omheen op de aarde. Er wordt water over de stenen gegoten en de warmte van de stenen verspreidt zich door de hele hut. Door aan een dergelijke ceremonie deel te nemen, kom je bij je ziel en je oorsprong. Ook hier vindt begeleiding plaats van sjamanistische muziek met trommel en gezang.

In de zweethut hangt het vol met kleurrijke gebedszakjes. Ieder zakje is gemaakt met een gebed, met de persoonlijke gebeden van de deelnemers maar ook universele gebeden voor het hele bestaan. De zakjes hangen daar in de zon en in de regen en de gebeden worden meegenomen over de wereld, verspreid door de wind, vergelijkbaar met Tibetaanse gebedsvlaggen bij tempels en bergtoppen.

Deze bijzondere activiteiten geven een opening in het bestaan en over de mogelijkheden van jou als mens in plaats van de beperkingen.

Al met al weer een inkijkje in wat er in en rond Slangenburg aan bijzondere mensen en hun activiteiten te vinden is.

zweethut

Wil je meer weten over de ceremonies en healings? Kijk op www.zweethut.nl Heb je interesse om eens een luisterconcert op de deel mee te maken, stuur dan een bericht naar nisavanoostveen@gmail.com


Marinpatchwork

Toos Lenderink

Half september was bij Kulturhus de Vos in Westendorp de Marinpatchwork tentoonstelling ter gelegenheid van het 30-jarig bestaan van de winkel van Hannie Hennink-Legters. Deze duurde vier dagen en er kwamen veel enthousiaste vrouwen (slechts een enkele man liep er rond) af op de prachtige kunstwerken, de demonstraties, shows en mini-workshops. Er kwamen zelfs mensen uit Duitsland speciaal hiervoor naar Westendorp. Tijdens de uitleg van een hele stapel quilts klonk er spontaan applaus. Er waren dan ook veel verschillende werken te bewonderen van een zeer hoog niveau.

Hannie vertelt dat ze zelf al haar kleren maakte toen ze bij het naar school brengen van haar zoon Martijn iemand zag staan met een prachtige quilttas. Ze sprak de eigenaresse van die tas aan, die zelf gemaakt was door Eveline. Bij haar leerde ze de beginselen van patchwork. Ook heeft ze veel geleerd door lessen te volgen, erover te lezen, te proberen en gewoon te doen. Ze gingen samen naar Utrecht om stoffen te open en een hobby was geboren. Hannie had lieve schoonouders die zelf een bouwbedrijf hadden en haar stimuleerden. Frits Hennink zei: “Goa beginnen, wi’j helpt ow, anders we’j nooit of het gelukt zol waen”. En zo begon Hannie op 15-09-1993, op de verjaardag van haar vader met de winkel. Schoonmoeder Mien deed de boekhouding en Hannie stortte zich op de inkoop van mooie stoffen. Al vrij snel vroegen klanten aan haar of ze ook les wilde geven en zo begon ze met diverse cursussen. Dit kristalliseerde zich uit in uiteindelijk alleen nog patchwork les.

In de basiscursussen leer je met de hand of naaimachine met de stoffen te werken. Gebruik van snijmat, snijliniaal en rolmes zijn hierbij inbegrepen. Pas als je na deze cursus door wilt gaan met patchwork op de naaimachine, schaf je deze materialen zelf aan. En een doodgewone huis- tuin en keukennaaimachine voldoet! Heb je de basiscursus gedaan dan kun je kiezen voor lessen waarbij één werkstuk wordt uitgelegd. Hannie heeft het dan als voorbeeld gemaakt. Hierna kun je met het benodigde materiaal naar huis om het daar in je eigen tempo af te maken. Ook wordt er in groepsverband les gegeven.

Er zijn maar liefs zes Bee Quilt groepen. Zo’n groep komt een keer per maand bij elkaar om samen te werken. Ieder aan zijn eigen, zelf gekozen ontwerp. Het is geen les maar vooral een gezellige middag of avond en voor vragen is Hannie er.

Hannie ontwerpt elke keer haar eigen ding. Op vakantie gaan ook altijd een schetsboek en potlood mee. Zo ontstaat b.v. het blok van de maand. Na 12 maanden kunnen deze patchwork blokken dan aan elkaar gemaakt worden. Het met steekjes aan elkaar verbinden van de drie lagen: patchwork, een tussenlaag en de achterkant, heer quilten.

In de winkel (de naam Marin komt van de kinderen Martijn en Inge) heeft Hannie naast garen, knoopjes, biezen, 1000 rollen stof liggen! Ze is fan van Anni Downs, die een heel eigen genre stof ontwerpt en doet zaken met groothandels in Denemarken en Engeland. Hannie krijgt energie van haar cursisten en is trots op hun prestatie. Zeer terecht!


“Een wiekendrager op het Velsguet”

Eind november 2023 werd het boekje met deze titel, geschreven door W. Ger Lieverdink en Theo J. Rougoor, feestelijk aangeboden aan Theo Hendricksen, eerste molenaar in de Benninkmolen.

Bij deze feestelijke aanbieding was ook Hennie Bennink aanwezig, haar vader Frits Bennink was hier vroeger molenaar op de Benninkmolen.

Het boekje gaat over de geschiedenis van de Benninkmolen en de directe omgeving. Er is veel onderzoek aan voorafgegaan en met hulp van o.a. de Historische Vereniging Deutekom en kadastrale gegevens tot stand gekomen. Dit mooi uitgevoerde boekje met veel foto’s en topografische kaarten, gaat over meer dan 150 jaar. Voor de liefhebber is het boekje te koop voor €10 bij de Benninkmolen, het  Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers aan de IJsselkade en het sigarenmagazijn Dimmedaal aan de Terborgseweg.

Theo en Ger met het boek

Hennie van de Mölle

Straatnamen

Joop Helmink                        

Geschiedenis                

In onze Slangenburg worden straten, lanen en paden vaak genoemd naar een bekend historisch verband of kenmerk, naar personen of boerenhofstedes die aan deze weg gelegen zijn.Voordat straatnamen werden geïntroduceerd, verwezen mensen vaak naar herkenbare kenmerken in de omgeving om een adres aan te geven. Denk aan bomen, kruispunten, boerderijen of kenmerken van het landschap. Dit werkte prima in een kleinschalige gemeenschap, maar naarmate de stad en landstreek zich ontwikkelden en meer georganiseerd werden, was er behoefte aan een gestandaardiseerd systeem. In de 19e eeuw werden er stappen gezet om straatnamen in te voeren. Dit was een belangrijke verandering, want het bracht orde en duidelijkheid in de stratenplannen en wegen. Vanaf dat moment konden inwoners en bezoekers gemakkelijker adressen vinden.

Historische naamgeving in de Slangenburg

Het gebied in en rond de Slangenburg was in het verleden een onontgonnen gebied. De beken die door het gebied stroomden leverden drassige gronden die moeilijk te begaan en te bewerken waren. Vanaf de middeleeuwen zijn de gronden verder in gebruik genomen. Het drassige veengebied werd drooggelegd door menselijke handarbeid, waardoor weidegronden ontstonden en landerijen die bewerkt konden worden voor de landbouw. De bosgebieden waren in bezit van de landheren en de adel. Hierdoor kregen de lanen en paden in de volksmond een naam. In de 19e eeuw werd door de gemeente begonnen om straatnamen te benoemen en dit met een raadsbesluit vast te leggen. Vaak werd hierbij aangehouden wat in de volksmond al werd gebruikt.

Dijken

Veel straten en lanen hebben het woord dijk in de naamgeving; dit geeft aan dat deze wegen in nat gebied droog waren gelegd.De Kommendijk is afgeleid naar de zogenaamde kommen, zijnde watergaten in het veen. De Plakdijk iseen voorbeeld van een naam die in de volksmond bekend stond en relateerde aan de veenplakken die werden gewonnen uit het veengebied hier aanwezig.

Veengebied

In de omgeving van de Slangenburg was een uitgebreid gebied waar veen werd gewonnen. Namen die hieraan herinneren zijn bijvoorbeeld Turfweg, Plakhorstweg, Plakdijk, Goorstraat, Diepengoorsestraat (Goor is lage, vaak veenachtige grond), Ellegoorsestraat (Diepen en elle zijn kuilen of diepten in het veen).

Heide

In de Slangenburg waren ook uitgebreide heidegebieden. Veel namen refereren nog aan dat verloren landschap zoals Heidedijk en Stadsheidelaan (herinnert aan de gronden in de Sint-Catharinamark of stadsheide). De heidegrond werd in de volksmond den Hondebulte genoemd en was aanvankelijk eigendom van de stad Doetinchem. Distelheideweg is genoemd naar de heidedistel die in deze streek veel voorkwam.

Boerderijen en gebouwen

De Rekhemseweg is genoemd naar het naast Slangenburg gelegen buitengoed Rekhem, waar een landhuis was gelegen. Peppelmansdijk genoemd naar  boerderij Peppelman, Pinnedijk genoemd naar boerderij De Pin, Hertelerweg genoemd naar boerderij ’t Herteler, Lovinkweg genoemd naar het grondgebied De Lovink. Abdijlaan naar de abdij van de paters Benedictijnen. Akkermansweg naar de boerderij de Akkerman, Kloosterlaan verwijst naar het klooster Bethlehem.

Personen

De Steverinkstraat heette eerder Waterstraat. In het verlengde lag de Pinnedijk. De gemeente wilde één naam en stelde voor om het hele tracé Pinnedijk te noemen. De bewoners gingen daar niet mee akkoord, ze wilden de weg Westendorpseweg noemen. Deze naam was echter al vergeven en daarom stelde de gemeente voor om de weg Steverinkstraat te noemen naar het geslacht Steverink, dat woonde op de driesprong Hertelerweg Waterstraat(oud). Bultenswegnaar de familie Bulten die aan deze weg woont, Mellinkstraat genoemd naar de familie Mellink die daar woonachtig was vanaf 1766. Verschillende personen uit deze familie hebben een openbare functie gehad. Op nr. 1 aan de Pierikstraat staat het pand van de eertijds openbare school van Gaanderen. Hier woonde de familie Pierik, waarna de gemeente de Pierikstraat naar deze familie heeft genoemd.

Diverse benamingen

Terborgseweg in IJzevoorde herinnert aan de doorgaande weg die verhard werd in het begin van de vorige eeuw van Terborg naar Zelhem. Nijmansweg is de weg die naar Halle-Nijman voert. De IJzevoordseweg heet sinds 1962 zo; daarvoor heette de weg Hondebultweg naar het gebied van de stadsheide. De bewoners ergerden zich aan deze naam en hebben de gemeente daarom een verzoek gedaan tot naamswijziging. Smidstraat is genoemd naar de smidse die daar gevestigd was.

Met dank aan:

  • Ger Lieverdink van Historische Vereniging Deutekom, die mij het boek ‘Straatnamen in Doetinchem in woord en beeld’ van A. Kisman, uitleende
  • Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers
  • Toon Maas, Gaanderen

Toelichting bij fotopagina ‘Feest’

Deze foto werd geplaatst in de herfstuitgave van de Slangenburgh-boode

Benieuwd wie op deze fotopagina van de herfst-boode een feestje vierden?

1: Femke Mulder is geslaagd en de vlag mag uit! Ze woont aan de Varsseveldseweg

2: Suze en Tom Bruil, tweelingzus- en broer, zijn allebei geslaagd. Ze wonen in Gaanderen aan het Noordeind

3: Buurtfeest Heidenhoek; de schutterskoning van het vorige jaar, Jari Jansen, wordt feestelijk opgehaald

4: Aan de Goorstraat wappert de vlag voor Julika Saalmink. Ze is net als haar vriendinnen geslaagd. Hier geeft ze een tentfeestje

5: Gerwin Bulten is 50 jaar geworden. Aan de Ellegoorsestraat was veel rommel geplaatst, ingewijden snappen dit wel

6: Deze ooievaar stond aan de Terborgseweg bij Henrico en Karin Wiltink. Hun zoon Boaz is 20 juni geboren

7: Fenne, kleindochter van Ali en Gijs Magnin aan de Kommendijk, vierde een feestje bij buurman Albert op de boerderij

8: Volksfeest met feestelijke optocht in Westendorp.


Biobased bouwen in de Slangenburg

Carel de Vries

Misschien heeft u het al zien staan in de omgeving en vroeg u zich af: ”Wat is dat nu voor gewas?” Hennep heeft dit jaar haar intrede gedaan in de Achterhoek. Maakt u zich geen zorgen, het is geen illegale wietteelt, maar vezelhennep, bedoeld voor de productie van biobased bouwmateriaal. Aan het begin van de Turfweg, vlakbij Doetinchem, staat een perceel en ook op het bedrijf van voorheen maatschap Heuthorst aan de Varsseveldseweg staat een perceel hennep. Dat laatste perceel is van Kars Visser van boerderij Lomansheide in IJzevoorde, waarover u in de vorige Slangenburgh-boode hebt kunnen lezen. Kars teelt die hennep voor Chris en Jolande van Bokhorst die aan de Brunsveldweg hun retraitecentrum The Place to Be ontwikkelen. Op dit bedrijf staat nog een oude ligboxenstal. “Die willen we afbreken en ervoor in de plaats willen we een circulair gastenverblijf neerzetten”, vertelt Chris. Biobased bouwen is volgens hem de toekomst. “De klimaatproblemen en de problemen met grondstoffen maken het alleen maar actueler. De productie van staal, beton en bakstenen, het transport en later de sloop vergen enorm veel energie en veroorzaken een forse CO2-uitstoot. Wij willen een gebouw neerzetten met producten die hier in de omgeving zijn geteeld. Daarmee leggen we koolstof langdurig vast, wat zo’n gebouw klimaatpositief kan maken. Het zal grotendeels een modulair gebouw worden, zodat het makkelijk af te breken is en de bouwelementen elders weer hergebruikt kunnen worden. De materialen die bij sloop over blijven kunnen uiteindelijk weer terug naar het land”.

Chris en Jolande met hun dochters Amélie, Julia en Anna-Roos 

Het plan van Chris en Jolande is onderdeel van een veel groter Achterhoek-breed project dat is gestart door woningcorporatie Wonion in Ulft: Samen Biobased Bouwen in de Achterhoek. In dat project werken agrariërs, de maakindustrie, bouwondernemingen en overheden samen aan de ontwikkeling van duurzaam circulair bouwen. “Ons gebouw moet een inspiratieproject worden”, zegt Chris. “We gaan het komende jaar het ontwerp maken en hopen najaar 2024 de bouw aan te besteden. Bij die ontwerpfase betrekken we ook studenten van de afstudeerrichting ‘Circulaire economie’ van de Hogeschool Arnhem-Nijmegen”.

Het gebouw zal uit drie compartimenten bestaan en wordt 350 m2. Als bouwmateriaal wordt naast hennep, stro en hout, wellicht ook vlas gebruikt. Ook hergebruik van geschikte materialen die vrijkomen bij sloop van gebouwen behoort tot de mogelijkheden. Chris is ook op zoek naar de ontwikkeling van lokale kleuren. “Welke gewassen kunnen we hier in de omgeving telen om kleurstoffen mee te maken? Meekrap bijvoorbeeld? Daarvan maakte men vroeger rode verfstoffen. De lijnzaadolie uit vlas kan daarbij ook worden benut”.

Hennep lijkt als nieuw bouwmateriaal hoge ogen te gooien. De teelt is makkelijk. Als je een goed, een niet te nat zaaibed hebt, kan het eigenlijk niet mis gaan. De hennep heeft geen kunstmest en geen bestrijdingsmiddelen nodig. Een beetje organische mest is genoeg. Het gewas groeit zo hard dat onkruid geen kans krijgt. Wel zijn er aangepaste machines nodig voor het zaaien en oogsten van het gewas. Het gewas moet, net als vlas, na het maaien twee weken op het land blijven liggen om te ‘roten’, waarbij de vezel los kan komen van de harde houtige kern van de stengels. Van de vezels wordt isolatiemateriaal gemaakt, te vergelijken met steenwol. De houtige kern kan gebruikt worden als ingrediënt van een alternatief voor beton of voor plaatmateriaal.

Bijkomend voordeel voor de boer is dat hennep diep wortelt, en daarmee de bodemstructuur verbetert en organische stof in de bouwvoor achterlaat. Ook zijn de toppen van de planten, die niet geschikt zijn als bouwmateriaal, goed veevoer voor de koeien. Toepassing daarvan is helaas nog niet toegestaan. Maar vanuit de Achterhoek is in Den Haag al aangekaart dat dat veranderen moet. Want daarmee zou de teelt voor de veeboer nog interessanter worden. Al met al lijkt hennep als ‘tussengewas’ op akkerbouwbedrijven en op veebedrijven perspectief te bieden.

Circulair bouwen heeft de toekomst. Wanneer steeds meer bouwondernemingen en ondernemers als Chris circulair gaan bouwen zullen we de komende jaren meer hennep gaan zien op en rond de Slangenburg. En wanneer u denkt: ‘daar kan ik mooi wat materiaal uit plukken voor een jointje in het weekend’, dan komt u bedrogen uit. De THC-gehalten in vezelhennep zijn zo laag, dat schiet niet op. Van een lokaal biertje heeft u dan meer plezier.


De nieuwe landgoedwinkel

Hanneke van de Velde

Deze winkel, gevestigd op een nieuwe locatie: in ‘de Steltenberg’, de hooiberg bij de speeltuin van Herberg het Onland, opende de deuren op 6 mei 2023. Hier is een keur aan producten van de leden van Vereniging Heerlijckheid Slangenburgh te vinden en word je door vriendelijke vrijwilligers te woord gestaan.

De start van de winkel in 2003

In 2003 is de landgoedwinkel gestart in het koetshuis bij kasteel Slangenburg, als plaats om alle ambachtelijke producten van de leden van de Vereniging Heerlijckheid Slangenburgh aan de man te brengen en daarnaast nog informatie over de streek te geven aan bezoekers van de winkel. De winkel werd gerund door de leden zelf en een grote groep vrijwilligers. Een diversiteit aan klanten bezocht de winkel. Soms werden nostalgische herinneringen opgehaald door klanten. “Mijn opa heeft hier nog gewoond en gewerkt op het kasteel”, wist een klant te vertellen. Ook in coronatijd is de winkel, met wat aanpassingen, open geweest. De omzetten waren toen zelfs hoger dan ooit. Mensen gaven hun geld niet meer of in ieder geval minder uit aan horeca, maar des te meer in de winkel. Ook de duurdere producten werden toen goed verkocht.

De verhuizing naar de hooiberg bij het Onland

Toen duidelijk werd dat de landgoedwinkel moest uitkijken naar een andere locatie is na enige tijd de locatie in de hooiberg bij het Onland voorbij gekomen. Met medewerking van het Onland en de vele vrijwilligers is de hooiberg omgetoverd tot een sfeervolle en uitnodigende winkel. Hier wordt een diversiteit aan streekproducten van de leden van de Vereniging Heerlijckheid Slangenburgh aangeboden. Ook hier zijn de leden en de vele enthousiaste vrijwilligers weer druk in de weer om de producten aan de man te brengen en informatie over de streek aan bezoekers te verstrekken.

Diversiteit aan leveranciers met hun producten of diensten

Naast informatie over De Slangenburg en verdere omgeving, bieden de leden van de Heerlijckheid een scala aan (streek)producten aan. Denk hierbij aan fruitsappen en jam, honing, prachtige sieraden van de edelsmid, wijn, mooie gehaakte knuffels, vogelhuisjes en andere producten voor dieren, (kruiden)thee, mooie streekwijnen, prachtig gevormde kaarsen, een diversiteit aan meelproducten van de Benninkmolen. Zelfs geneeskrachtige zalfjes en oliën op basis van kruiden uit de omgeving en prachtige kunstzinnige beelden ontbreken niet in de winkel. Ook laat de prachtige Bed and Breakfast De Wandhorst zich uitnodigend zien.

Soms wijzigt het assortiment doordat leveranciers komen en gaan. Nieuw zijn de sambals van Anneke Kelderman, gemaakt van pepers die gekweekt worden bij Zorgboerderij Slangenburg. Hannie Navis levert sinds kort ook bijzondere jams in een aantrekkelijke verpakking.

In het begin werden er nog vers- en zuivelproducten verkocht. Dat is na een tijdje gestopt want daar bleken de winkelbezoekers niet de juiste kopers voor te zijn. Ze waren aan de wandel of logeerden in het kasteel of de buurt. Een vast gegeven in het assortiment zijn wel de producten van de Fruitschuur, Betula kruiden en de Benninkmolen.

Thea van Hoof, Hannie Navis en Ria Evers

De mensen achter de schermen

Zonder vrijwilligers draait een winkel als deze natuurlijk niet. Het zijn grotendeels de mensen die ‘het maken’. Een aantal hiervan is al sinds de start van de winkel actief.

Ria Evers, bestuurslid van de Heerlijckheid en tevens vrijwilliger in de winkel, vertelt enthousiast over alles wat zich afspeelt in de winkel en over de producten.

Jaren geleden is Hannie Navis bij de groep vrijwilligers gekomen. Zij houdt zich bezig met de planning van de bezetting van de winkel. “Je moet er echt even voor gaan zitten, de mensen goed uitvragen op wat ze willen en kunnen en dan gaan puzzelen. Vervanging bij verhindering moet iedereen zelf regelen, dat scheelt een hoop gedoe en stress,” geeft ze aan. Ook Thea van Hoof, zelf lid en leverancier van de Betula geneeskrachtige kruidenproducten en bestuurslid bij de Heerlijckheid, reageert met hetzelfde enthousiasme en is al jarenlang betrokken bij de landgoedwinkel. Iedereen is behulpzaam richting klanten en werkt er met veel enthousiasme en nooit met tegenzin.

Hannie bij de jamhalte

Techniek speelt ook een rol in de winkel

Voor de ICT, de kassa en voorraadadministratie is er achter de schermen een vrijwilliger die speciaal daar op gericht is. Waar vroeger nog de verkoop van de producten geturfd moest worden om de voorraad en verkopen bij te houden, gebeurt dit nu automatisch via gescande streepjescodes. Een hele vooruitgang qua nauwkeurigheid en tijdsbeslag.

Diversiteit aan klanten

Mooie verhalen over bijzondere klanten zijn er ook. Volgens Thea en Ria kun je aan de klanten zien of je wat verkopen kan, ook de wat duurdere kunstbeelden van Jopie Kip. Eén keer kwam een gast van het kasteel drie keer terug om naar een struisvogelbeeld te kijken. Uiteindelijk heeft hij het beeld gekocht. Ook een klant die gaste was van het kasteel om met de geestelijke daar over haar verdriet te praten. Maar een geestelijke daarvoor was niet meer aanwezig. Toen heeft de vrijwilliger van dienst iemand anders geregeld om mee te praten en is  urenlang hiermee bezig geweest. De bijzondere gesprekken met Pieterpadwandelaars kan iedereen zich goed herinneren. Het leuke is ook dat er eigenlijk nooit chagrijnige of gehaaste mensen in de winkel komen. Dit maakt het werken er extra plezierig. In het verleden deed pater Ko vanuit de abdij ook mee als vrijwilliger in de winkel.

Wensen voor de toekomst

In de ruime hooischuur waar de landgoedwinkel nu is gevestigd, is zeker nog plaats voor nieuwe producten. Uiteraard zelfgemaakt, van het platteland uit de regio rondom kasteel Slangenburg en nog niet aanwezig in de winkel. Bijvoorbeeld houten speelgoed of andere houtproducten zouden een mooie aanvulling zijn.

Nieuwe vrijwilligers die af en toe een middag in de winkel willen staan, zijn van harte welkom.

Nieuwsgierig geworden naar de landgoedwinkel?

Kijk eens op de website van de Heerlijckheid Slangenburgh of kom kijken in de hooiberg bij de speeltuin van Herberg het Onland, Rekhemseweg 175, Doetinchem.

In kader 1:

Openingstijden:

donderdag 12.00 tot 17.00 uur
vrijdag 12.00 tot 17.00 uur
zaterdag 12.00 tot 17.00 uur
zondag 10.00 tot 17.00 uur