Voeding vroeger en nu

Hanneke van de Velde

Voeding is de laatste jaren sterk veranderd. Van seizoensgebonden, lokale producten en basisvoedsel zoals graanpap, naar een wereldwijd aanbod en onbeperkte keuze. Ook bevat het hedendaagse voedsel veel meer bewerkte koolhydraten en suikers, wat heeft bijgedragen aan diverse gezondheidsproblemen. Op dit moment verschuift de focus langzaam weer richting onbewerkte voeding, eiwitten en gezonde vetten in plaats van granen en industrieel bewerkt eten. Ook lokaal verbouwde producten zijn in opkomst. Er ontstaat een groeiend bewustzijn over de invloed van voeding op ons welzijn. 

Eetgewoonten door de jaren heen

Het idee om eetgewoonten aan te passen om slanker of gezonder te worden, blijkt al sinds 1724 te bestaan. Toen werd al geschreven over het idee om bepaalde voedingsmiddelen uit het dieet weg te laten, al werd dit pas echt populair aan het begin van de twintigste eeuw. Nu is dit thema nog steeds actueel.

Voeding vroeger

In de negentiende en begin van de twintigste eeuw was men volledig afhankelijk van wat het land op dat moment bood, zoals aardappelen en seizoen groenten. De moestuin en de kippen, varkens en koeien op het erf, voorzagen in het dagelijkse eten. Typerend voor die tijd was dat alles van een dier of product volledig werd gebruikt. Niets werd verspild. Een voorbeeld hiervan is balkenbrij. Maar ook het recept in bijgaand kader gaat daar over: Kaapse wolken: Vanillevla werd gemaakt met onder andere eidooiers. Het overgebleven eiwit werd gebruikt om Kaapse wolken van te maken, die als decoratie dienden voor op de vla. Kant en klare vanillevla of custard bestond toen nog niet, vla werd zelf gemaakt met maïzena, eigeel en (vanille)suiker.

Voeding nu

Door de opkomst van industriële voeding en de stijgende welvaart werd fabrieksmatig geproduceerde voeding voor iedereen toegankelijk. Hieraan werden tal van ingrediënten toegevoegd om ze langer houdbaar en smaakvol te maken, zodat ze vaker werden gekocht. Wat er precies in zat en of het gezond was, was minder relevant.

Doordat voeding meer suikers en koolhydraten ging bevatten en de mens minder ging bewegen, ontstonden er allerlei welvaartsziekten.

Toekomst

Op dit moment is er een voorzichtige kentering te zien. Meer mensen kiezen bewust voor onbewerkte, plantaardige voeding, aangevuld met de mogelijkheden van het moderne en internationale voedselaanbod. Dit betekent minder suiker en kunstmatige toevoegingen, minder calorierijk voedsel en meer terug naar de basis.

Ook lokaal ontstaan er mooie initiatieven, zoals Zorgboerderij Slangenburg met haar groentetuin, Herenboeren ‘t Maatje, ‘De Goed Gevulde’ met de blije varkens en de biologisch dynamische boerderij van Gerjo Koskamp in Halle.

recept van vanillevla uit het schriftje van de moeder van fotografe Annie

5 dl. melk

2 eieren

4 lepels suiker

1 1/2 lepel maïzena

1/2 pakje vanille suiker

Splits de eieren in wit en geel,

klop het eiwit zeer stijf.

Meng de dooiers met de maïzena, suiker, vanille suiker en iets melk.

Breng de rest van de melk aan de kook.

Leg het stijfgeslagen eiwit in wolken op de kokende melk, sluit de pan. Laat er 2 minuten in liggen.

De melk ondertussen niet door laten koken.

Neem de vlokken als ze stijf en gaar zijn van de melk af.

Doe het maïzena mengsel in de pan met melk en kook een paar minuten zachtjes door.

Laat deze vanille vla koud worden.

Maak met de vla en eiwitvlokken een decoratief toetje.


Kunst in de kijker

Kunst in de Kijker

Anneke Zwager

Vandaag ben ik op bezoek bij Maron Hilverda, beeldend kunstenaar op boerderij Bruggink aan de Heidenhoekweg bij Zelhem. Het is een plek met geschiedenis, hier woonde vanaf 1894 herenboer Bruggink, werden de eerste Achterhoekse Paardendagen gehouden en ontstond Museum Smedekinck.

Sinds zeven jaar woont Maron Hilverda hier met haar man, haar ouders, haar schoonvader, haar kinderen en hun gezinshuis (een langdurige opvangplek voor kinderen uit probleemgezinnen). Daarnaast beheren ze de camping. Ze heeft dus een vol leven en is 24/7 volledig dienstbaar aan anderen. In de voormalige wagenschuur heeft ze haar schilderatelier ingericht. Eén dag per week is ze hier en kan ze ontladen, verwerken, gedachten afmaken en dromen, tekenen en schilderen. Met het geven van schilderlessen is ze onlangs gestopt.

Maron komt oorspronkelijk uit Vlaardingen en volgde in Arnhem de lerarenopleiding aan de kunstacademie, richting schilderen en fotografie. Op 19-jarige leeftijd ging ze op kamers in een vreemde stad, het was een indrukwekkende periode. Ze leerde haar man kennen, kreeg twee kinderen en verhuisde naar Gaanderen. Ze wandelde veel met haar hond, ook in het buitengebied over donkere akkers. Ze besefte daar steeds meer dat de aarde, de grond waarop wij leven, alles in zich draagt. Dit inzicht sloot aan bij een eerder schilderproject over het scheppingsverhaal, met name het eerste deel: het donker en het ontstaan van het licht. Toen ze later een reis naar IJsland maakte ervaarde ze diezelfde oerkracht, de raadselachtige donkere aarde die borrelt, spuit en leeft. Ook hier maakte ze een serie schilderijen van.

In Gaanderen werd Maron gezinshuismoeder en kwam de interactie tussen mensen, kinderen en volwassenen centraal te staan. Dat was zichtbaar in haar schilderijen: een pierrot in een wonderlijke omgeving, of onder water. Haar onderzoeksvraag daarbij was: hoe verhoud ik mij als klein mens tot het grote geheel, de maatschappij. Antwoorden heeft ze niet, kan ze ook niet geven. Voor haar is kunst een manier om gedachten te ordenen en gevoelens een plaats te geven. Ook met bezoekers praat ze hier graag over. In deze interactie zit voor haar de waarde van kunst.

Rond de verhuizing naar boerderij Bruggink en het buitengebied van Zelhem heeft ze vier jaar niet geschilderd. Nu alles op zijn pootjes terechtgekomen is, komen nieuwe zingevingsvragen op. Haar betrokkenheid bij het milieu en de natuurlijke omgeving maakt dat er nu geen mensen meer voorkomen in haar tekeningen en schilderijen, maar dingen die ze in en op de grond vindt: korstmossen, varens of halfvergane planten.

Zo maakte ze onlangs een prachtige, levensgrote tekening in houtskool en krijt van de omgevallen boomstronk vlakbij kasteel Slangenburg. Ook hierin is haar symboliek te zien, de zoektocht naar ‘verbinding.’ Wij zijn als mens verbonden met elkaar en met de natuur. Dat is wat ze met haar kunst wil zeggen.

Nieuwsgierig geworden? Van 8 mei t/m 28 juni 2026 is nieuw werk van Maron te zien in de Koppelkerk in Bredevoort. Atelierbezoek alleen op aanvraag via de website www.maronhilverda.nl


Lente op de volkstuin: gezonde voeding uit de grond

Frans Derksen over biologische teelt, bodemleven en vergeten groenten

Joop Helmink

Met de lente in aantocht komt ook de volkstuin weer volop tot leven. Aan het Voorbroek, in het buitengebied van de Gaanderse Hei, werkt Frans Derksen uit Terborg al decennialang met hart en ziel in zijn volkstuin. Voor hem is tuinieren geen hobby, maar een manier van leven en een directe bron van gezonde, pure voeding. Zijn tuin laat zien dat goede voeding begint bij een gezonde bodem.

Volgens Frans begint dat al in de winter. De bodem zoveel mogelijk bedekt laten is daarbij belangrijk. Door de tuin in de winter niet ‘schoon’ te maken, maar blad, plantenresten en bodembedekkers te laten liggen, vinden de insecten er een schuilplaats, het bodemleven blijft actief en uitdroging en verharding van de grond wordt tegengegaan.

Biologisch als bewuste keuze

Frans tuiniert volledig biologisch. Hij gebruikt geen chemische meststoffen en geen kunstmatige voedingsmiddelen. Zijn aanpak is gericht op het opbouwen van een gezonde, levende bodem, waarin wormen, schimmels en micro-organismen een belangrijke rol spelen. Volgens Frans proef je dat direct terug in de kwaliteit van de groenten.

Biologisch werken vraagt om geduld en aandacht. Het betekent ook dat je meer moet kijken, voelen en bijsturen. Experimenteren hoort daarbij. Soms pakt een teelt uitstekend uit, soms valt een oogst tegen. Voor Frans is dat geen reden om het anders te doen. Elke ervaring levert nieuwe kennis op, die hij het volgende seizoen weer meeneemt.

Bodem centraal: werken met de woelvork

Waar veel tuinders nog steeds spitten, kiest Frans bewust voor een andere methode. Hij gebruikt een woelvork om de grond los te maken en te beluchten. Daarmee blijft de natuurlijke bodemstructuur intact en worden de verschillende bodemlagen niet door elkaar gehaald.
Deze manier van werken is niet alleen beter voor het bodemleven, maar ook rug vriendelijker. De grond blijft luchtig, water kan beter worden opgenomen en wortels krijgen meer ruimte.

Vergeten groenten terug op tafel

Op de tuin van Frans groeien niet alleen de bekende soorten. Hij heeft bijzondere belangstelling voor zogeheten vergeten groenten, die perfect passen bij het lentethema voeding.

Palmkool is daarvan een mooi voorbeeld. Deze koolsoort werd al door de Romeinen naar deze streken gebracht, maar raakte later in de vergetelheid. Tegenwoordig wordt palmkool weer herontdekt vanwege zijn stevige structuur, rijke smaak en voedingswaarde.

Ook pastinaak en wortelpeterselie hebben bij Frans een vaste plek. Het zijn groenten die vroeger heel gewoon waren in de Nederlandse keuken, maar die later naar de achtergrond verdwenen. Mits goed bereid, zijn ze verrassend veelzijdig. Steeltjes, wie kent ze niet, horen daar volgens Frans onlosmakelijk bij. Zoals hij het zelf zegt:
“Wat vrogger heel gewoon was, is now weer gold weerd.”

Vergeten groenten – met korte kooktips

Oud, maar verrassend modern.
Steeds meer tuinders en koks herontdekken vergeten groenten. Ze zijn vaak smaakvol, voedzaam en passen perfect in een seizoenskeuken.

Palmkool
Tip: roerbak met knoflook en olijfolie
Lekker in pasta, stamppot of als chips uit de oven

Pastinaak
Tip: snijd in frietjes en rooster in de oven
Ook heerlijk in soep of als puree

Wortelpeterselie
Tip: combineer met wortel en ui in stoofgerechten
Geeft extra diepte aan bouillon en soepen

Steeltjes
Tip: kort koken of wokken met ei en nootmuskaat
Klassiek als stamppot of door een voorjaarsomelet


Kunst in de kijker

Parijs 2023, foto Marcel Bos

Marcel Bos, kunstfotograaf van moderne architectuur

Anneke Zwager

Op een mooie plek in Gaanderen, naast de stuw in de Bielheimerbeek, woont Marcel Bos met zijn vrouw Marian. Ze zijn actief en trekken er samen vaak op uit. En natuurlijk gaat de camera dan mee. Marcel legt de natuur en de leefomgeving vast, maar de laatste jaren richt hij zich vooral op moderne architectuur. Daar ligt zijn kracht en daarmee krijgt hij steeds meer bekendheid. Zo zijn zijn architectuurfoto’s in 2024 geëxposeerd in Galerie Zelhem.

Het begon met een voetbalvriend die een donkere kamer had en zijn foto’s zelf ontwikkelde en afdrukte. Door hem te helpen en de gesprekken daarbij kreeg Marcel steeds meer oog voor de mogelijkheden van fotografie. Jarenlang maakte hij als leraar op een basisschool foto’s en filmpjes van feestjes en uitstapjes met de leerlingen. De positieve reacties stimuleerden hem om zich daar verder in te bekwamen. Hij volgde een cursus bij Ton van Vliet in Terborg en later sloot hij zich aan bij Fotoclub Oostgelre.

Pas nadat hij was gestopt met zijn onderwijsbaan kwam er vaart in zijn ontwikkeling. Bijna elke week doorkruiste Marcel een stad en fotografeerde markante gebouwen. Inmiddels heeft hij in veel steden gebouwen vastgelegd. Zijn uitgebreide fotoarchief getuigt daarvan. Hij valt op moderne architectuur, gebouwen die vanuit een heldere visie zijn gebouwd. Vaak zijn dat gebouwen met een publieke functie zoals een station of een ziekenhuis, maar ook bedrijfsgebouwen of woningen. Tevoren heeft hij informatie ingewonnen over het gebouw en eventueel toestemming geregeld om ook binnen te kunnen fotograferen.

Het resultaat is verbluffend. Heldere lijnen, een strakke ritmiek, boeiende structuren en spiegelingen kenmerken zijn foto’s. Marcel fotografeert op een geheel eigen manier, bijvoorbeeld door details van een gebouw uit te lichten. Alles wat niet relevant is, laat hij weg. Vaak moet je goed kijken om de gebouwen te herkennen. Soms zijn het bijna abstracte beelden. Op zijn foto’s komen bijna geen mensen voor. Zijn motto is ‘Less is more’. De foto’s doen minimalistisch aan.

Het bewerken van foto’s is niet aan hem besteed. “Het is wat het is”,  zegt hij daar over. Het moet gewoon in één keer goed zijn. De compositie is voor hem het meest bepalend. Hij zal niet een kwartier wachten op de juiste wolk of het mooiste licht. Marcel is wat je noemt een snelle fotograaf.

Denk nu niet dat Marcel dure apparatuur heeft. “Je moet er oog voor hebben”, zegt hij, “dat is belangrijker dan welke apparatuur ook. En dat oog moet je trainen, dus veel fotograferen en daar goed over nadenken. Wat wil ik laten zien, wat vind ik echt boeiend? En daar zit een ontwikkeling in. Het gaat mij om de kracht van de eenvoud.”  Zijn stijl is in de afgelopen jaren strakker en abstracter geworden.

Sinds een jaar maakt hij deel uit van Fotoclub ‘De Trefkuul’ in Gaanderen. Foto’s van elkaar bekijken, samen fotograferen en ervaringen uitwisselen, daar wordt iedereen beter van. Want je ontwikkeling gaat door. Wie weet waar Marcel over vijf jaar staat.

marcelbos1957@gmail.com


Hoe KemperKip vanuit IJzevoorde Nederland veroverde

Carel de Vries

Ze liggen overal in het land in de schappen van supermarkten en speciaalzaken. Wie van een uniek, smakelijk stukje biologisch kippenvlees houdt, kent KemperKip. In zijn kantoor aan de Turfweg in IJzevoorde vertelt Herman Kemper hoe hij in veertig jaar een kleine maalderij uitbouwde tot een van de grotere ketens voor biologisch kippenvlees in ons land. 

We zitten aan tafel in de fraaie nieuwe woning van Herman, pal naast de plek waar het in 1923 allemaal begon. “Mijn grootvader, een molenaarszoon uit Breedenbroek, kocht hier toen een kruidenierswinkel aan de Turfweg 22, destijds aangeduid met IJ39, met daarachter een klassieke windmolen en een bakkerij. Boeren uit de omgeving brachten hier hun graan en daar maakte hij veevoer of roggebroden van. Tijdens de stormramp van Borculo in 1925 waaiden de wieken van de molen en schakelde mijn opa over op een dieselmotor met aggregaat om het graan te malen”, vertelt Herman. De ouders van Herman, Gerrit en Henny, namen de zaak later over en bouwden die verder uit. Er verrezen een grote voorraadschuur en een graansilo. Beide zijn inmiddels weer verdwenen. Ervoor in de plaats mocht Herman drie nieuwe boerderijwoningen aan de Turfweg bouwen, waarvan hij er één zelf bewoont.

Gerrit en Henny achter de toonbank

Wanneer je over de Turfweg fietst of wandelt zie je Gerrit en Henny nog achter de toonbank staan van hun kruidenierswinkel, vereeuwigd op het winkelraam. ‘H.Th. Kemper’ vermeldt het raam, de naam van de opa waarnaar Herman is vernoemd.

Vanuit de maalderij ontwikkelde zich een handel en productiebedrijf in veevoer. Herman stapte na afronding van zijn molenaarsopleiding in 1981 in het ouderlijk bedrijf dat hij vervolgens in 1989 van zijn ouders overnam. “Ik heb toen noodgedwongen de productie van veevoer langzaam afgebouwd. Wij konden als kleine molenaar domweg niet concurreren met de grote diervoederbedrijven die toen opkwamen. Rond 1995 hebben we uiteindelijk de voerproductie stilgelegd.”

Nieuwe start in de kippen

Maar voor het zover was had Herman al een nieuwe kans gegrepen. “‘Anton Berendsen uit De Heurne bracht mij in contact met een grossier in kippenvlees die een alternatief soort kippenvlees verkocht. Hij was op zoek naar boeren die die kippen konden leveren en naar een voerleverancier. Daar zijn we toen ingesprongen. Eerst maakten we het kippenvoer nog zelf, later heb ik dat uitbesteed aan anderen. Ik ging ook boeren werven die de speciale kippen wilden opfokken. Gaandeweg bleek het steeds lastiger om in Nederland aan geschikte kippen te komen. Toen ben ik zelf in het buitenland op zoek gegaan naar een geschikt ras. In 1990 startte ik met de import van eendagskuikens uit Frankrijk, dat heb ik 25 jaar gedaan. Nu zijn die rassen inmiddels ook verkrijgbaar in ons land.”

Aankoop van een slachterij

De volgende stap in de ontwikkeling van het bedrijf diende zich aan toen de grossier vroeg of Herman de kippen niet levend, maar geslacht kon aanleveren. Dat bleek nog niet zo eenvoudig, want de bijzondere kippen passen niet op de geautomatiseerde slachtlijnen van de grote slachterijen. Het zijn langzaam groeiende kippen met andere maten en een andere bouw dan de gangbare slachtkippen. Herman: “Uiteindelijk vond ik een kleine ambachtelijke slachterij in Uden in Brabant waar nog grotendeels handmatig wordt geslacht, die kon onze kip wel verwerken. In 1998 hebben we de slachterij toen die te koop kwam, overgenomen.”

Regisseur van de hele keten

Het doel van Herman was vanaf het begin, om de hele keten in handen te krijgen. Toen de grossier aan wie hij het kippenvlees leverde failliet ging, hoefde Herman niet lang na te denken om ook die laatste stap te zetten. Rond 1994 besloot hij het eindproduct zelf te gaan verkopen. De merknaam ‘Kemper Landhoen’ deed haar intrede.

Inmiddels is KemperKip een van de grotere leveranciers van biologisch kippenvlees in ons land. Bij de Plus supermarkten, Ekoplaza, speciaalzaken en sinds een paar jaar ook in een eigen winkel in Zelhem zijn de producten van KemperKip verkrijgbaar. Herman: “Onze kip is aanmerkelijk duurder dan gangbaar kippenvlees, maar het is dan ook ander vlees, diervriendelijker en biologisch. Het is ook steviger en smakelijker. Dat komt omdat de kippen langzaam groeien en veel meer bewegingsruimte hebben. Bij ons hebben de kippen in de stal twee keer zoveel ruimte als in een normale stal, bovendien groeien ze tweemaal zo langzaam en leven dus tweemaal zo lang. Dat betekent dat ik in dezelfde stal per jaar vier keer minder kippen kan produceren dan een gangbaar bedrijf. Daarnaast moet ik per kip vier vierkante meter vrije uitloop hebben. Ook het biologische voer en het ambachtelijke slachtproces zijn duurder.”

Het unieke KemperKip-concept floreert. En de toekomst lijkt verzekerd nu de vierde generatie Kemper zich klaarmaakt om het bedrijf voort te zetten. Joris Kemper, de oudste zoon van Herman is inmiddels commercieel manager van KemperKip.

‘Kemperland’

Van ééndagskuiken tot eindproduct in het winkelschap, na veertig jaar omvat KemperKip de hele keten. En nog is het verhaal van Herman niet klaar want sinds drie jaar is hij ook zelf kippenboer. Tussen Doetinchem en Wehl kocht hij acht jaar geleden een melkveebedrijf van 30 hectare om daar het oude plan voor park ‘Kemperland’ te realiseren. Verspreid over die 30 hectare komen meerdere unieke ronde kippenstallen te staan die Herman zelf ontwikkelde. Drie staan er al. Elke stal herbergt 4250 kippen. Tussen de stallen en de uitloopweiden voor de kippen komen beplanting en wandelpaden voor bezoekers. Twee stallen worden zichtstallen. Via een tunnel kom je daar in het midden van de ronde stal, waar je achter glas van heel dichtbij de kuikens en kippen kunt zien scharrelen. Herman: “Ik hoop binnen twee jaar Kemperland officieel te openen, dan kan iedereen, op afspraak, met eigen ogen komen bekijken waar zijn lekkere stukje biologisch kippenvlees vandaan komt.”


Gevaren in en om de Slangenburg

Gert Jan van ‘de Brouwer’

De kans om gebeten of gestoken te worden in en om de Slangenburg is groot! Nee, niet door wilde dieren, maar door insecten die op ons bloed uit zijn. Voor hen is het van levensbelang voor de voortplanting. Hoe kunnen we ons beschermen tegen deze bloeddorstige monsters?

Muggen kennen we allemaal. In een nat jaar zijn er veel, omdat ze zich voortplanten in stilstaand water. Door de droogte valt het dit jaar mee. De steekmug is de bekendste. Ze steekt met haar naaldvormige monddelen, vooral tegen de avond wanneer de zon verdwenen is. Maar bij donker en vochtig weer ook wel overdag.

Als IVN natuurgids begeleiden we soms studenten van de Pabo Iselinge. Korte broekjes, blote schouders en onweerstaanbare geurtjes: onze toekomstige onderwijzers zijn voor de muggen ‘happy hour’. De studenten hebben in ieder geval iets (op)gestoken. Sinds enkele jaren is er in Nederland ook kans op een ontmoeting met de exotische Aziatische tijgermug. Deze kleine, zwart-witte mug kan in warmere gebieden ziektes overbrengen.

Een beestje dat wel van droogte houdt, is de teek. Dit jaar zijn ze veelvuldig in grasland en lage bosjes aanwezig. Zelfs bij onkruid wieden in de tuin kun je een tekenbeet oplopen. Teken kunnen onder andere de ziekte van Lyme overbrengen. Snel verwijderen is de beste oplossing en houd daarna de gebeten plek goed in de gaten om te zien of er een kring om de beet ontstaat. Ook huisdieren en zelfs vogels kunnen last hebben van teken.

Dan zijn er de dazen, in het dialect ‘blinden’, maar ook wel paardenvliegen genoemd. In de Slangenburg en het omliggende agrarische gebied komen deze vervelende bijters in meerdere soorten voor. Hun beet is pijnlijker dan die van een mug en kan meer ongemak veroorzaken door zwelling of een allergische reactie. Zelfs door dunne kleding heen kan dit insect je bijten. Ze reageren sterk op geuren en warmte: een zwetend lichaam trekt ze juist aan. Bij paardenhouders zie je vaak de typische dazenval die bestaat uit een bewegende bal met daarboven een vangnet.

Als laatste noem ik de wespen met de hieraan verwante Europese hoornaars. Wespen bijten niet, maar steken met een angel, net als bijen. Er is nog een groot verschil omdat wespen geen bloed van mensen of dieren nodig hebben om zich te voeden. Muggen, teken en dazen hebben eiwitrijk bloed nodig om zich voort te planten. Een wesp steekt alleen als hij zich bedreigd voelt. Wespen en hoornaars eten van alles: vruchten voor de suikers en insecten voor de eiwitten. Eigenlijk zijn het ‘nuttige’ afvalopruimers. Alleen de locatie van hun nest kan voor overlast zorgen. En net als bij de muggen is er nu ook een agressieve invasieve exoot bijgekomen namelijk de Aziatische hoornaar. In Doetinchem is vorig jaar al een nest geruimd. De bijenvereniging is hier alert op omdat deze exoot bijenvolken kan uitroeien.

Wat kunnen we doen tegen deze bijters en stekers?

Ten eerste voorkomen dat je gebeten wordt door bijvoorbeeld je kledingkeuze. Een boswachter zal nooit in een korte broek, T-shirt en sandalen door het bos lopen. Ook is het verstandig om een anti insecten middel te gebruiken, zeker tegen de avond. Er zijn middelen zonder DEET, op basis van citroen- en eucalyptusextracten. DEET kan bijwerkingen veroorzaken. Het nut van een insectenwerend middel is dat het het reukvermogen van muggen, dazen en teken verstoort. Je kunt je geur ook maskeren met fijngewreven planten zoals citroenmelisse, munt, lavendel, rozemarijn en geranium. Vergeet na een wandeling niet de tekencontrole. Teken verwijder je met een tekenpen, een pincet of gewoon tussen twee nagels. De Aziatische hoornaar en de tijgermug kun je melden bij de NVWA. (Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit) 

Nest van een hoornaar. (aan de Kommendijk)


Betula Kruiden

Hanneke van de Velde

De wens van vroeger, een huis buitenaf met een eigen kruidentuin, is ruimschoots uitgekomen. Dat is te zien aan de prachtige kruidentuin op het terrein waar Betula is gehuisvest, aan de Lankerseweg 3a in Halle. Op eigen grond kweekt Thea van Hoof de kruiden voor haar kruidenmiddelen, waarvan de recepten zijn gebaseerd op eeuwenoude tradities. Inmiddels draagt ze haar kennis ook over via workshops en cursussen.

Achtergrond

Al van jongs af aan heeft Thea ‘iets met plantjes’ en met buiten zijn. Dat bepaalde ook haar keuze voor een landbouwgerichte opleiding. Na in aanraking te zijn gekomen met de medische wereld, switchte ze naar de studie geneeskunde in Nijmegen, waar ze ruim vijf jaar met veel interesse studeerde. Maar haar nieuwsgierigheid naar de basiskennis van oude geneeswijzen zorgde ervoor dat ze uiteindelijk koos voor een studie aan de Hogeschool voor Natuurgeneeswijzen.

Daarnaast volgde ze kruidenzomerweken en tijdens haar studententijd was ze vaak te vinden in de Ooijpolder, waar ze kruiden plukte in tuinen. Zo groeide haar kennis en liefde voor het vak. Samen met haar man vestigde de zich in Halle om daar hun wens vorm te geven. De kruidentuin was er zelfs al voordat het huis er was.

Opgeleid als natuurgeneeskundig behandelaar begon Thea kruiden te  telen en geneeskrachtige kruidenmiddelen te maken. Dit doet ze inmiddels al zo’n veertig jaar, waarvan ruim acht jaar op commerciële basis.

Werkwijze

Bij het bereiden van haar kruidenmiddelen werkt Thea met verse planten. “Verse planten geven ook leven en lijken een sterkere werking te hebben”, geeft Thea aan. Dit betekent wel dat het werk in pieken en dalen komt, afhankelijk van het seizoen en de oogstmomenten. Het verwerken van de kruiden gebeurt altijd op haar locatie in Halle.

Ontwikkelingen

Ook hier heeft Corona invloed gehad. Na de coronavirus pandemie was er meer belangstelling voor hoe mensen op natuurlijke basis zelf iets konden doen om gezond te blijven of te worden.

Nederland is, in tegenstelling tot bijvoorbeeld Duitsland, veel minder gericht op kruiden en het gebruik daarvan voor de gezondheid. Ook is de wetgeving op dit gebied hier streng.

Via de webwinkel van Betula worden de producten naar zowel België als Nederland verstuurd.

Soms ontstaan er bijzondere samenwerkingen met buurtgenoten. Zo ontwikkelde Thea samen met buurtgenoot Inge van ‘De Goedgevulde’ (bekend van de scharrelvarkens) de ‘Halse huidolie.’ Ook krijgt ze verzoeken om producten met een specifieke toepassing te maken.

Cursussen en workshops

In eerste instantie had Thea niet de intentie om kruidencursussen te geven. Maar de vraag naar haar kennis bleef terug komen. Ze begon kleinschalig, maar inmiddels deelt ze nu bijna wekelijks haar kennis over kruiden en hoe daar werkzame middelen van te maken. Er is zelfs een wachtlijst voor de cursussen.

Tijdens de cursus leren deelnemers zelf de kruiden te verzamelen en daar een tinctuur of zalf van te maken.

Bijzonder daarbij is dat, door het veranderende weer, het steeds minder voorspelbaar wordt welke kruiden op een bepaald moment beschikbaar zijn. Ook hier speelt klimaatverandering dus een rol.

Ben je nieuwsgierig naar wat Thea verder allemaal doet, kijk dan eens op https://www.betula-kruiden.eu/


Een ijzersterke formule in IJzevoorde

Carel de Vries

“Dat is de eerste vraag die iedereen ons stelt: wat betekent dat toch, De Pokkershutte?” Henk Houwers vertelt het lachend. Ook de schrijver van dit verhaal begint met die vraag. Op Google kon hij het antwoord niet vinden. “Pokker is een oud woord voor marskramer”, vertelt Henk. “Er schijnt hier vlakbij aan de Loordijk in IJzevoorde vroeger een pokker te hebben gewoond in een hutje. Vandaar.”

Ervaren bestuurder neemt afscheid

Nu is De Pokkershutte allesbehalve een hutje, maar een indrukwekkend multifunctioneel centrum. Heel bijzonder eigenlijk om dat tegen te komen in een kleine buurtschap als IJzevoorde. Het pand omvat een basisschool met vier lokalen en honderd leerlingen, een sporthal en een cultureel centrum. Maar liefst elf clubs en verenigingen maken gebruik van De Pokkershutte. Naast de basisschool varieert dat van een toneelvereniging tot volleybalvereniging, bejaardensoos en kinderopvang. Met de contributie van al die clubs beheert Stichting IJzevoorde en Omgeving het pand. Henk is sinds 2017 voorzitter van de stichting die verantwoordelijk is voor de exploitatie ervan. Onlangs heeft hij aangekondigd de voorzittershamer aan een ander over te willen dragen.

Henk: “Ik had vier jaar geleden, toen ik tachtig jaar werd, al willen stoppen, maar vanwege corona en vooral vanwege ons grote verduurzamingsproject is het er toen niet van gekomen.”

Dat verduurzamingsproject was het tweede grote wapenfeit waaraan Henk als bestuurder heeft gewerkt. Het eerste was de bestuurlijke reorganisatie die hij direct na zijn komst als voorzitter heeft opgepakt. Henk: “We hadden een bestuur van vijftien personen, dat was niet erg efficiënt. Veel te weinig slagvaardig. We hebben het toen teruggebracht naar een bestuur van vijf personen en een raad van toezicht van vijf personen. Ook de statuten hebben we toen grondig herzien. Daarmee borgen we goed bestuur, vrijwaren we bestuurders van persoonlijk risico en kunnen we sneller beslissingen nemen.”

Henk praat als een ervaren bestuurder en dat is hij ook. Naast een verantwoordelijke baan bij de arbeidsinspectie heeft hij altijd bestuurlijk werk gedaan. “Ik geloof in dit soort werk. De samenleving moet zich van onderop organiseren. Samen kunnen we dan veel moois tot stand brengen. En dat samenwerken, dat zit in deze regio in onze genen. Dat zijn we van oudsher gewend.”

Hard werken, mooi resultaat

De slagvaardigheid van het nieuwe bestuur was hard nodig toen in 2018 de renovatie en verduurzaming van De Pokkershutte werden opgepakt. Dat was een groot project waarmee veel geld was gemoeid. “Het was één van mijn zwaarste, maar ook mooiste klussen”, zegt Henk. Het was complex omdat zijn stichting het eigenaarschap van de Pokkershutte deelt met Scholengroep GelderVeste en de gemeente Doetinchem. Die laatste is eigenaar van de sporthal. Het culturele centrum is eigendom van de stichting. Het project bezorgde niet alleen Henk, maar ook zijn rechterhand Lies Ankersmit heel veel werk. Lies: “Ik ben als beheerder de enige werknemer bij stichting IJzevoorde en omgeving. Dat doe ik nu al meer dan dertig jaar met heel veel plezier.”

Lies vertelt over de renovatie: “Het was echt hard nodig. De toiletgroep was veel te klein voor de grote groepen die we hier ontvangen en bovendien oud en versleten. Ook moest er een nieuwe plek komen voor de opslag van stoelen en materialen. Maar bovendien moest het gebouw geïsoleerd worden. Dat was ten tijde van corona, toen de energieprijzen zo extreem opliepen, extra actueel.” Het gaf haar veel drukte, want ‘de winkel’ moest wel openblijven tijdens de verbouwing. En de honderdvijftig vrijwilligers die bij De Pokkershutte betrokken zijn, konden hun aanspreekpunt niet missen. “Maar het is allemaal prachtig geworden”, zegt Lies. “Ik geniet er elke dag van.”

Kandidaten kunnen zich melden.

Trots leiden Henk en Lies mij rond door het gebouw. Het is inderdaad prachtig geworden en het gonst ook op deze doordeweekse middag in het hele gebouw van de activiteiten. Eenmaal buiten aangekomen zegt Henk: “We hebben hier een ijzersterke formule in IJzevoorde. Wie interesse heeft om deze mooie taak van mij over te nemen kan zich bij mij of de raad van toezicht melden. Maar je moet ook overdag zo nu en dan wel beschikbaar zijn. Met alleen de vergaderingen voorzitten red je het niet.”

De spannende start van de Pokkershutte

“In 197 was het erop of eronder. De gemeente wilde de school sluiten. Als de voorzitter van het schoolbestuur, Jan Kuilwijk, toen niet in actie was gekomen, hadden we nu geen Pokkershutte gehad.” Dit zegt Herman Lenderink, als jonge twintiger maakte hij het hele avontuur mee.”Het is in IJzevoorde allemaal begonnen met de school. Daar werd later de huidige toneelzaal bijgebouwd die bedoeld was als gymlokaal voor de school, maar ook werd gebruikt door de toneel- en gymnastiekvereniging, de zangvereniging en de jongens- en meisjesvereniging. Deze clubs waren verenigd in een werkgroep. Ik was namens de gymnastiekvereniging lid van die werkgroep.”

Toen de toekomst van de school en daarmee de locatie op het spel stond, kwam de werkgroep onder leiding van haar nieuwe voorzitter Jan Kuilwijk in actie. Hij had vanuit zijn bedrijf contacten met het ministerie en wist dat er een subsidie bestond voor de ontwikkeling van culturele centra in dorpen. “Wij zijn toen onder leiding van Jan naar Den Haag gegaan. De verantwoordelijke man bij het ministerie wilde ons wel helpen. maar dan moest er een plan en een stichting komen. Eind 1977 hebben we toen de Stichting IJzevoorde en omgeving opgericht met Jan als eerste voorzitter, Ik kreeg, als jonge knul, de functie van penningmeester toebedeeld. Dat heb ik vervolgens 17 jaar volgehouden”, vertelt Herman, het laatste nog levende lid van het oprichtingsbestuur.

Ambitieus plan

Het plan dat de werkgroep opstelde was ambitieus. De verbouw van de bestaande accommodatie en de aanbouw van de nieuwe sportzaal met kleedkamers was begroot op 1,1 miljoen gulden. Het rijk wilde voor 90% subsidiëren, de rest van het geld moest van de gemeente en de verenigingen komen. De gemeente wilde uiteindelijk 61.000 gulden bijdragen waardoor er 31.000 gulden voor de verenigingen resteerde. “Maar we hadden geen cent” zegt Herman. “Om de subsidie van Rijk en Gemeente toch los te krijgen hebben we ons als bestuursleden van de stichting persoonlijk garant gesteld voor het resterende bedrag. De bestuursleden gingen persoonlijk langs bij alle leden van de verenigingen en ze organiseerden de allereerste IJzevoordse rommelmarkt. Het werd een groot succes”., vertelt Herman.

“We gingen ruimschoots over het benodigde bedrag heen en hebben daar nog meubeltjes van kunnen kopen”.

Eind 1979 was het dan zover: het nieuwe kloppende hart van IJzevoorde werd officieel geopend en heet sindsdien “Pokkershutte”.


Wereldkampioenschap Hollandse Herdershonden

Toos Lenderink

Op 4 mei vond in Gaanderen het wereldkampioenschap plaats van de World Dutch Shepherd Foundation. Maar liefst 128 deelnemers uit 21 verschillende landen namen deel aan dit tweedaagse evenement. Het kampioenschap bestond uit vier disciplines:

  • IGP (Internationale Gebrauchshunde Prüfungsordnung): speuren, appèl en verdedigingswerk (ook wel pakwerk genoemd).
  • Mondioring: gehoorzaamheid, behendigheid en bescherming.
  • Agility: het zo snel en behendig mogelijk afleggen van een hindernissenparcours.
  • Obedience: draait volledig om gehoorzaamheid en de samenwerking tussen hond en begeleider.

Op de velden waar normaal gesproken gevoetbald wordt, zag je nu telkens één hond met zijn of haar begeleider in opperste concentratie. Het publiek keek in stilte toe en klapte pas na afloop. Talloze talen klonken om me heen, maar opvallend weinig geblaf.

Unieke locatie

Gerard Besselink, van de hondensportvereniging Slingeland uit Gaanderen, legde mij enthousiast het één en ander uit over deze voor mij onbekende sport. Zelf is hij oud-deelnemer aan het WK in Boston (1999), gediplomeerd instructeur en voormalig trainer van het Nederlandse WK-team.

De club had eerder al vier keer het Nederlands kampioenschap georganiseerd, maar dit was hun eerste wereldkampioenschap. De keuze viel op Gaanderen omdat hier alles aanwezig was: de voetbalvelden van VVG, het gebouw van schutterij Sint Martinus (voor loting en BBQ) en sporthal De Pol (als logistiek centrum) boden alle benodigde faciliteiten. Omringende verenigingen stelden hun terreinen beschikbaar voor de trainingen voorafgaand aan de wedstrijden. Liefst zestig vrijwilligers hielpen mee aan dit grootschalige evenement!

“De saamhorigheid in deze regio maakt zoiets mogelijk”, vertelde Gerard trots. Ook het regelen van onderdak voor juryleden en trainers viel onder de verantwoordelijkheid van de club. Meerdere familieleden van Gerard waren het hele weekend druk in de weer.

Hondensport: gebaseerd op vertrouwen

Gerard’s liefde voor honden begon al in zijn jeugd, maar pas toen hij verkering kreeg met Trudy en er bij haar thuis ruimte was voor een kennel, kwam zijn droom echt tot leven. “Honden zijn sociale dieren. Op het veld ‘staan ze aan’, maar daarna kun je ze gewoon aanhalen. Ik ben al vijftig jaar instructeur en nog nooit gebeten. Er is geen hond die hier vecht en niemand doet vervelend. Veel mensen hebben een verkeerd beeld van deze sport.”

Volgens Gerard is hondensport volledig gebaseerd op vertrouwen en beloning. “Zonder beloning – of dat nu een aai, een snoepje of een speeltje is – zal een hond een opdracht simpelweg niet herhalen.” Hij volgde door de jaren heen talloze cursussen en behaalde zowel theoretische als praktische examens. Zijn ervaring maakt dat hij de lichaamstaal van honden moeiteloos leest en stresssignalen direct herkent – bij elke hond op het terrein.

Een kwestie van karakter

“Een hond en zijn begeleider moeten qua karakter bij elkaar passen. Alleen dan kom je tot topprestaties”, besloot Gerard ons boeiende gesprek. “Honden kunnen veel meer dan de meeste mensen denken.”


Winnaars van dit kampioenschap:

onderdeelbaasjehondland
IGPSimon WillfortBazinga van de PostheuvelOostenrijk
MondioringKristian GervasioNick Des Soldats de Krist AleItalië
AgilityAli ErskineDay Sibacha Bonremo VemsilumpaCanada
ObedienceMarco de NicoloVernita Green Kill BillItalië


De spechten van de Slangenburg

Tekst Gert Jan ‘van de Brouwer’, foto’s Frans Witjes

Tijdens de IVN-vogelwandeling in de Slangenburg op 13 april genoten de bezoekers van de vijf voorkomende spechtensoorten. Ze waren in dit warme weekend nog net zichtbaar. Enkele dagen later waren de bomen opeens in het blad. Door de afwisseling in naald- en loofbos en relatief veel oude bomen komen er veel spechten voor in de Slangenburg. Het helpt ook dat er tegenwoordig meer dood hout blijft liggen, zoals bijvoorbeeld in het Sterrenbos. In dood hout zitten insecten die dienen als voedsel voor spechten. Veel oude, en soms nog overeind staande, dode bomen zitten vol met door spechten gehakte nestholtes. Alle spechten zijn standvogels en het hele jaar dus te zien.

We herkennen allemaal de korte roffel van de meest voorkomende grote bonte specht. Dit roffelen doet hij om zijn territorium aan te geven. Deze specht hakt ronde gaten en heeft een voorkeur voor zachte houtsoorten. Ze eten het hele jaar insecten maar smullen ’s winters ook van sparren- en dennenzaden. Je kunt hem ’s winters zelfs op de opgehangen mezenbollen zien zitten.

De kenmerkende lachende of hinnikende roep van de groene specht kun je in het voorjaar veelvuldig horen in de Slangenburg. Deze groene specht met het rode petje zul je niet horen roffelen maar je treft hem mogelijk wel aan in je tuin terwijl hij mieren aan het zoeken is. Ook deze specht hakt een hol in een loofboom.

De zwarte specht heeft een groot territorium en roffelt langer en zwaarder dan de bonte. Ze hakken elk jaar een ovale nestholte in een gladde beuk. Hierdoor is hij minder kwetsbaar voor de boommarter. Behalve de roffel maakt hij een typische kru, kru, kru geluid als hij vliegt. Hun voedsel bestaat uit houtinsecten die ze vooral zoeken op dode boomstronken in zowel naald- als loofbos.

Vroeger zeer zeldzaam, maar nu vooral in het oosten van het land in opmars, de middelste bonte specht. Hij lijkt op de grote bonte, maar is iets kleiner, heeft een wittere kop met een rood petje en een roze buik. Ze zoeken hun voedsel in oude eiken en broeden vaak jaren achter elkaar in dezelfde nestholte. Roffelen doen ze niet, maar ze geven hun territorium weer door een typische roep die lijkt op het geluid van een gaai.

Als laatste de moeilijk te vinden kleine bonte specht, een vogeltje ter grootte van een mus. Deze roffelt zo snel als een naaimachine. Soms is ook de hoge en snelle roep te horen. Dit kleine vogeltje hakt zijn holletje in zacht hout zoals een wilg, berk of populier. Je bent een geluksvogel als je deze bijzonder specht spot in de Slangenburg.

Door de gehakte holen van de spechten hebben veel andere vogels gratis nestruimte. Spreeuwen, holenduiven, kauwen, maar ook de boomklevers maken gebruik van de oude spechtenholen. Deze laatste metselt de opening met modder zelfs kleiner om veiliger voor rovers te kunnen broeden. De spechten – en dan vooral de grote bonte en de zwarte specht – zijn gelukkig ook gek op de letterzetter. Deze schorsetende kever tast vooral de fijnsparren aan in de Slangenburg. Spechten zijn natuurlijke bestrijders van dit voor de bosbouw schadelijke insect.