Hoe KemperKip vanuit IJzevoorde Nederland veroverde

Carel de Vries

Ze liggen overal in het land in de schappen van supermarkten en speciaalzaken. Wie van een uniek, smakelijk stukje biologisch kippenvlees houdt, kent KemperKip. In zijn kantoor aan de Turfweg in IJzevoorde vertelt Herman Kemper hoe hij in veertig jaar een kleine maalderij uitbouwde tot een van de grotere ketens voor biologisch kippenvlees in ons land. 

We zitten aan tafel in de fraaie nieuwe woning van Herman, pal naast de plek waar het in 1923 allemaal begon. “Mijn grootvader, een molenaarszoon uit Breedenbroek, kocht hier toen een kruidenierswinkel aan de Turfweg 22, destijds aangeduid met IJ39, met daarachter een klassieke windmolen en een bakkerij. Boeren uit de omgeving brachten hier hun graan en daar maakte hij veevoer of roggebroden van. Tijdens de stormramp van Borculo in 1925 waaiden de wieken van de molen en schakelde mijn opa over op een dieselmotor met aggregaat om het graan te malen”, vertelt Herman. De ouders van Herman, Gerrit en Henny, namen de zaak later over en bouwden die verder uit. Er verrezen een grote voorraadschuur en een graansilo. Beide zijn inmiddels weer verdwenen. Ervoor in de plaats mocht Herman drie nieuwe boerderijwoningen aan de Turfweg bouwen, waarvan hij er één zelf bewoont.

Gerrit en Henny achter de toonbank

Wanneer je over de Turfweg fietst of wandelt zie je Gerrit en Henny nog achter de toonbank staan van hun kruidenierswinkel, vereeuwigd op het winkelraam. ‘H.Th. Kemper’ vermeldt het raam, de naam van de opa waarnaar Herman is vernoemd.

Vanuit de maalderij ontwikkelde zich een handel en productiebedrijf in veevoer. Herman stapte na afronding van zijn molenaarsopleiding in 1981 in het ouderlijk bedrijf dat hij vervolgens in 1989 van zijn ouders overnam. “Ik heb toen noodgedwongen de productie van veevoer langzaam afgebouwd. Wij konden als kleine molenaar domweg niet concurreren met de grote diervoederbedrijven die toen opkwamen. Rond 1995 hebben we uiteindelijk de voerproductie stilgelegd.”

Nieuwe start in de kippen

Maar voor het zover was had Herman al een nieuwe kans gegrepen. “‘Anton Berendsen uit De Heurne bracht mij in contact met een grossier in kippenvlees die een alternatief soort kippenvlees verkocht. Hij was op zoek naar boeren die die kippen konden leveren en naar een voerleverancier. Daar zijn we toen ingesprongen. Eerst maakten we het kippenvoer nog zelf, later heb ik dat uitbesteed aan anderen. Ik ging ook boeren werven die de speciale kippen wilden opfokken. Gaandeweg bleek het steeds lastiger om in Nederland aan geschikte kippen te komen. Toen ben ik zelf in het buitenland op zoek gegaan naar een geschikt ras. In 1990 startte ik met de import van eendagskuikens uit Frankrijk, dat heb ik 25 jaar gedaan. Nu zijn die rassen inmiddels ook verkrijgbaar in ons land.”

Aankoop van een slachterij

De volgende stap in de ontwikkeling van het bedrijf diende zich aan toen de grossier vroeg of Herman de kippen niet levend, maar geslacht kon aanleveren. Dat bleek nog niet zo eenvoudig, want de bijzondere kippen passen niet op de geautomatiseerde slachtlijnen van de grote slachterijen. Het zijn langzaam groeiende kippen met andere maten en een andere bouw dan de gangbare slachtkippen. Herman: “Uiteindelijk vond ik een kleine ambachtelijke slachterij in Uden in Brabant waar nog grotendeels handmatig wordt geslacht, die kon onze kip wel verwerken. In 1998 hebben we de slachterij toen die te koop kwam, overgenomen.”

Regisseur van de hele keten

Het doel van Herman was vanaf het begin, om de hele keten in handen te krijgen. Toen de grossier aan wie hij het kippenvlees leverde failliet ging, hoefde Herman niet lang na te denken om ook die laatste stap te zetten. Rond 1994 besloot hij het eindproduct zelf te gaan verkopen. De merknaam ‘Kemper Landhoen’ deed haar intrede.

Inmiddels is KemperKip een van de grotere leveranciers van biologisch kippenvlees in ons land. Bij de Plus supermarkten, Ekoplaza, speciaalzaken en sinds een paar jaar ook in een eigen winkel in Zelhem zijn de producten van KemperKip verkrijgbaar. Herman: “Onze kip is aanmerkelijk duurder dan gangbaar kippenvlees, maar het is dan ook ander vlees, diervriendelijker en biologisch. Het is ook steviger en smakelijker. Dat komt omdat de kippen langzaam groeien en veel meer bewegingsruimte hebben. Bij ons hebben de kippen in de stal twee keer zoveel ruimte als in een normale stal, bovendien groeien ze tweemaal zo langzaam en leven dus tweemaal zo lang. Dat betekent dat ik in dezelfde stal per jaar vier keer minder kippen kan produceren dan een gangbaar bedrijf. Daarnaast moet ik per kip vier vierkante meter vrije uitloop hebben. Ook het biologische voer en het ambachtelijke slachtproces zijn duurder.”

Het unieke KemperKip-concept floreert. En de toekomst lijkt verzekerd nu de vierde generatie Kemper zich klaarmaakt om het bedrijf voort te zetten. Joris Kemper, de oudste zoon van Herman is inmiddels commercieel manager van KemperKip.

‘Kemperland’

Van ééndagskuiken tot eindproduct in het winkelschap, na veertig jaar omvat KemperKip de hele keten. En nog is het verhaal van Herman niet klaar want sinds drie jaar is hij ook zelf kippenboer. Tussen Doetinchem en Wehl kocht hij acht jaar geleden een melkveebedrijf van 30 hectare om daar het oude plan voor park ‘Kemperland’ te realiseren. Verspreid over die 30 hectare komen meerdere unieke ronde kippenstallen te staan die Herman zelf ontwikkelde. Drie staan er al. Elke stal herbergt 4250 kippen. Tussen de stallen en de uitloopweiden voor de kippen komen beplanting en wandelpaden voor bezoekers. Twee stallen worden zichtstallen. Via een tunnel kom je daar in het midden van de ronde stal, waar je achter glas van heel dichtbij de kuikens en kippen kunt zien scharrelen. Herman: “Ik hoop binnen twee jaar Kemperland officieel te openen, dan kan iedereen, op afspraak, met eigen ogen komen bekijken waar zijn lekkere stukje biologisch kippenvlees vandaan komt.”