Schilderzusjes

Hanneke van de Velde

Afgelopen november hebben de zussen Sophie en Isabelle van Kooten de knoop doorgehakt en zijn ze hun bedrijf ‘Schilderzusjes’ gestart vanaf de Varsseveldseweg in Doetinchem. Isabelle met een achtergrond in de schilders- branche en Sophie met logopedie als voorgeschiedenis. Sindsdien hebben ze hun handen vol aan het geven van kleur- en interieuradvies op maat en het daadwerkelijk uitvoeren van het schilderwerk van de interieurs van hun klanten in de regio Achterhoek.

Het ontstaan van Schilderzusjes

Het enthousiasme spat er af als de schilderzusjes Isabelle en Sophie over hun bedrijf vertellen. Het begon er mee dat ze samen een kinderkamer aan het verven waren en daar echt gelukkig van werden. Beiden zaten ze net in een keuzemoment voor wat betreft hun werk. Toen was het idee van een eigen interieuradvies- en schildersbedrijf snel geboren en ook nog eens tot uitvoering gebracht. Ook de naam was er meteen. Om de reistijd binnen de perken te houden werd de Achterhoek het werkterrein. Met vertrouwen en support uit de naaste omgeving en een gedegen bedrijfsplan zijn ze aan de slag gegaan, want er moest echt wel voldoende zakelijk perspectief zitten in deze stap. Voor ieder zijn er toch wat specifieke taken in hun bedrijf. Hoewel ze uitwisselbaar zijn op alle vlakken, is Isabelle wat meer gericht op marketing en sociale media en Sophie wat meer op boekhouding en administratie.

Enthousiasme en vrijheid

Het fijne van het werk is dat het heel afwisselend werken is voor heel verschillende mensen met een diversiteit aan opdrachten. Wel verfraaien de Schilderzusjes altijd alleen het interieur door advies en schilderwerk. Buitenschilderwerk doen ze niet. Zij ervaren meer creativiteit in het interieur. Ze denken altijd in mogelijkheden en hoeven daarom ook eigenlijk nooit nee te verkopen richting een klant.

De vrijheid van het zelf ondernemen voelt ook goed. Als zussen zijn ze enorm goed op elkaar afgestemd en voelen ze elkaar feilloos aan, wat in het werk heel handig blijkt te zijn. Ze gaan ook eigenlijk altijd samen op pad. Dit doen ze dan met hun eigen ‘Schilderzusjesbus’. (zie foto)

Sophie en Isabelle hergebruiken zoveel mogelijk materialen en experimenteren o.a. met de toepassing van nieuwe soorten (duurzame) verf zoals bijvoorbeeld de lijnolieverf.

Echt adverteren doen ze nauwelijks; wel wat op sociale media en de belettering op de bus. Tot nog toe werkt mond-tot-mond reclame uitstekend. Ze krijgen veel waardering van klanten en die vertellen het weer door. Betere reclame is er niet.

Het is fysiek zwaar werk, maar het voelt niet als werk en ’s avonds is bij beiden het hoofd heerlijk leeg en opgeruimd. Een soort mindfulness, zo ervaren de zussen hun werk. Werk waar ze echt gelukkig van worden.

De toekomst

Een wens voor de toekomst is: wat meer de focus op een volledig interieuradvies. Dus ook een verlichtingsplan, raambekleding en vloerbedekking in het advies opnemen. Dat sluipt er stiekem toch al vaak in, want klanten vragen er steeds meer naar. Isabelle en Sophie hebben veel oog voor details en dat wordt opgemerkt. Het is bijna onvoorstelbaar wat ze het afgelopen jaar al aan ervaring hebben opgedaan in de diverse projecten.

Ben je nieuwsgierig geworden naar Schilderzusjes van Sophie en Isabelle en hoe hun werk er uitziet? Kijk dan eens op de website: https://schilderzusjes.nl


Wietse Rougoor, boer en ondernemer

Joop Helmink

In de gemoedelijke boerenkeuken aan de Pellendijk, aan de rand van de Slangenburg, zitten vader Theo en zoon Wietse Rougoor hun late ontbijt om 10.30 uur te nuttigen. De ochtendwerkzaamheden op de boerderij zijn klaar, dus er is wel even tijd om met jonge boer Wietse te praten over hoe hij op de boerderij van zijn ouders een steeds belangrijkere plaats innam. Dit leidde er uiteindelijk toe dat hij deelnemer werd in de vof, die is opgericht om de toekomst van het mooie familiebedrijf zeker te stellen.

Wietse

Wietse, 28 jaar, wil liever jonge boer genoemd worden in plaats van jonge ondernemer. “Dat past meer bij mij”, vertelt Wietse. 28 jaar jong treedt Wietse in de voetsporen van zijn vader en wordt medeverantwoordelijk voor het melkveebedrijf. Zijn opleiding in de agrarische sector begon in de wieg aan de Pellendijk. Vandaaruit groeide de passie om boer te zijn. Op het AOC in Doetinchem leerde hij dat hij een goede keuze had gemaakt, en samen met de praktische opleiding op het bedrijf thuis werd dat de basis voor zijn carrière als melkveehouder.

Deeltijdboer

Wietse runt samen met vader Theo de boerderij. Om een goed inkomen te kunnen realiseren, is het vanwege de schaalgrootte nodig om een deeltijdbaan erbij te hebben. Wietse werkt daarom twee dagen per week bij het bedrijf Silcom van zijn broer Sil, dat camerabewakingssystemen verkoopt en installeert, voornamelijk bij boerenbedrijven, waarmee het erf en de stallen kunnen worden bewaakt. Moeder Nicole is ook participant in de V.O.F. met daarnaast een baan buitenshuis, waardoor het financiële plaatje stabiel is met ieder zijn inbreng.

Nieuwbouw

Het melkveebedrijf omvat op dit moment ongeveer 75 melkkoeien en het nodige jongvee. In 2023 is een nieuwe ligboxenstal gebouwd waarin tot ongeveer 100 stuks melkvee kunnen worden gehouden. In de roerige, onzekere tijden waar de boerenstand onder te lijden heeft, is het opmerkelijk en moedig dat de familie Rougoor deze stap heeft genomen. “Wij zijn al sinds 2015 bezig om de nieuwbouw te realiseren”, vertelt Theo. “Alle regelgeving en voorwaarden waarmee je geconfronteerd wordt, hebben tijd nodig. We hebben de nieuwbouw gerealiseerd met een aannemer voor de ruwbouw; de afbouw met installaties hebben we voornamelijk zelf gedaan.” Wietse is de handige alleskunner die het meeste verstand van techniek heeft. Theo beheerde de werkzaamheden voor het melkveebedrijf in die periode.

Innovatieve installaties

Enthousiast wordt geïnvesteerd in installaties waarvoor soms de regelgeving nog moet worden vastgelegd. Een voorbeeld is de beluchtingsinstallatie die in de mestkelder is aangebracht, waardoor het rottingsproces van de mest vermindert en de ammoniakuitstoot sterk wordt gereduceerd. Alleen is de regelgeving nog niet zover dat het nut van deze installatie wordt erkend. De nieuwste ontwikkelingen met betrekking tot mest-, stikstof- en ammoniakreductie hebben deze vooruitstrevende ondernemers in de nieuwe stal al gerealiseerd. “De zogenaamde cowtoilet-faciliteit, waarbij de urine apart wordt opgeslagen los van de vaste mest, zodat weinig of geen ammoniak vrijkomt, hebben we gerealiseerd waardoor we vergunning hebben gekregen om te bouwen. Daarbij komt dat de mest en urine die wordt geproduceerd, rijker is aan mineralen en stikstof, zodat er minder kunstmest hoeft te  worden gebruikt”. Deze vooruitstrevende en positief ingestelde boeren hebben door de aanleg van deze installaties het volste vertrouwen dat het goed komt.

Twee koeien maken gebruik van het cowtoilet

Politiek

Wietse is ook met de trekker naar Den Haag geweest om de politiek duidelijk te maken dat het niet aan de orde is om de boerenstand te vernietigen. Hij heeft een duidelijke mening over wat er moet veranderen, maar de rekening kan niet alleen op het bordje van de boeren worden geschoven. Gelukkig ziet Wietse een omslag in het denken van de beleidsmakers die nu aan het roer staan. Hij hoopt dat ze het volhouden en een beleid kunnen neerzetten waar alle belanghebbende partijen van kunnen profiteren.

Natuur en duurzaamheid

“Wij boeren zijn bij uitstek bewakers van de natuur en gebaat bij biodiversiteit, maar we worden vaak neergezet alsof wij de oorzaak zijn van alle milieu-ellende. Zijn wij in Nederland gebaat bij halvering van het melkveehouders bestand? We moeten straks twintig miljoen mensen in Nederland van voedsel voorzien. Als dat voedsel uit het buitenland moet komen waar we geen invloed hebben op hoe het geproduceerd wordt, zijn we verder van huis.” Wietse is gepassioneerd aan het woord, aangevuld door vader Theo. De mannen zien de problemen maar zien ook oplossingen. Met hun nieuwe stal geven ze een voorbeeld hoe met liefde en vakmanschap voor hun mooie bedrijf een goede bijdrage kan worden geleverd om verantwoord boer te mogen zijn in Nederland.


Ties Werkplaatsdeal

Hanneke van de Velde

In de verte is de duidelijk beletterde bus van Werkplaatsdeal al zichtbaar, net als de jonge ondernemer achter dit vier jaar oude bedrijf in het buitengebied aan de Vloedweg in Zelhem. Al op jonge leeftijd had Ties Steintjes interesse in techniek, maar ook in het verkopen van dingen. Op zijn 17e jaar is Ties gestart met Werkplaatsdeal, een groothandel in ijzerwaren, bevestigingsmaterialen, smeermiddelen en reinigingsmiddelen. Hij is nu fulltime bezig dit bedrijf verder vorm te geven.

De start

De energie spat er af als Ties Steintjes over Werkplaatsdeal vertelt. Dan begrijp je ook meteen dat hij als vertegenwoordiger nieuwe klanten kan overtuigen voor zijn bedrijf te kiezen of bestaande klanten aan zich bindt. “Dat lukte de afgelopen vier jaar ook aardig”, vertelt Ties. Doorzettingsvermogen was hier wel heel belangrijk, want ‘koude’ acquisitie (zonder afspraak een bedrijf binnenlopen om zaken te doen) kent ook teleurstellingen.

Het motto van Ties is; “Een beller is sneller”

Nadat Ties zijn opleiding voor automonteur op zijn 17e had afgerond, is hij de techniek verder ingerold, richting verkoop. Na korte tijd ging hij zelf aan de slag. Hij is ‘de boer opgegaan’ om klanten te overtuigen dat ze voor hem en zijn bedrijf moesten kiezen. Dat ging goed. De bedrijven werden steeds groter en de orders ook. Zijn slogan is: “Gewoon goed.” Of het nu een grote of kleine klant is: ‘zeggen wat je doet en doen wat je zegt’ is heel belangrijk. Momenteel heeft hij ruim 100.000 artikelen in zijn assortiment en daar weet hij het fijne wel van, maar klanten weten vaak zelf ook wel wat ze moeten hebben.

In de ochtend tot een uur of elf is Ties druk met klanten en de handel. Daarna worden de orders verwerkt en uitgeleverd. Is het warm weer, dan geldt ook in zijn branche ‘Vrouwen bloot handel dood.’

Ties heeft wat ondersteuning op het gebied van techniek, media en uitleveren van pakketten. De verkoop ligt 100% bij hemzelf: Ties zelf is het gezicht achter het bedrijf. Met zijn overtuigingskracht en positieve houding: begrijpelijk dat dit resultaat heeft. Hij heeft een hoge ‘gunfactor.’ Maar hij weet ook waar hij het over heeft en komt zijn afspraken na. Een mooie combinatie.

Eerst stond Ties met Werkplaatsdeal bekend als ‘de jongste ondernemer.’  Nu, vier jaar later, is dat verschoven naar ‘de Achterhoekse Schroevenkoning.’ Hij geeft aan dat je het werk wel mooi moet vinden, want het gaat niet van zelf.

Veranderingen in de markt en de toekomst

De laatste jaren is het leveren van materiaal voor nieuwbouw wat onder druk komen te staan door het stagneren van deze bouw. Dan zie je dat de groei weer wat meer komt uit renovatie van bestaande woningen. Ook zijn levertijden soms wat langer en moeilijker in te schatten door allerlei zaken die spelen in de wereld.

Ties heeft de ambitie om verder te groeien. Hij ziet na een aantal jaren dat de reclame via-via toeneemt. Mensen beginnen hem te kennen en vertellen dat door. Dat werkt wat makkelijker dan de ‘koude acquisitie’ die hij meestal pleegt. Ook wil hij zijn computersysteem uitbreiden met diverse data en wat meer producten onder eigen naam. Onlangs heeft hij de cursus ‘Toekomstbestendig ondernemen en leiderschap’ behaald.

Mooi vond hij het laatst, toen een vriend in zijn Werkplaatdealbus reed en hij die zelf van een afstand zag rijden. Dat gaf een gevoel van trots: “Hé, dat is de mijne”.

Wil je meer weten over Ties en Werkplaatsdeal?

Kijk op www.werkplaatsdeal.nl


Kunst in de kijker

Annie Overveld, fotografe van de Slangenburgh-boode

Tekst en foto Anneke Zwager

Deze editie besteden we aandacht aan de fotograaf van de Slangenburgh-boode. Wie is toch de persoon achter die prachtige landschapsfoto’s in de Boode? Altijd staat ze achter de camera en buiten beeld. Vandaag zetten we haar in de schijnwerpers. Om daarachter te komen, ga ik op de fiets naar ’t Goor.

Daar, in haar ‘oldershuus’ woont Annie Overveld. Ze is er geboren en getogen, ging voor de school naar IJzevoorde en voor de kerk naar Gaanderen. Oma woonde in hetzelfde huis als haar ouders met hun vier kinderen, zoals zo lang gebruikelijk was in de Achterhoek. Toen zij trouwde, verhuisde Annie met haar man naar Zelhem en kon ze haar eigen leven opbouwen, met kinderen en werk. Dertig jaar geleden kwam ze terug naar Slangenburg. De deel (stal) van de boerderij werd verbouwd tot extra woonhuis. Nu woont zij ‘achter’ en het gezin van haar zoon woont ‘voor’.

Ze is altijd een Slangenburgse gebleven, zoals ze zelf zegt. En dat zal later blijken. Als we een stukje het bos in fietsen om foto’s te maken, ziet ze steeds weer dingen die veranderd zijn. “Kijk, het speenkruid bloeit nu! En het groot hoefblad.” Als Annie hier rondloopt, dan vertelt ze. Historische feiten, oude verhalen en nieuwe ontwikkelingen worden soepel afgewisseld met observaties van seizoenswisselingen, lichtval, composities en verrassende doorkijkjes. Ze kent het gebied op haar duimpje. En ze fotografeert, vaak, heel vaak, en veel. Bijna elke boom in Slangenburg heeft ze voor haar lens gehad. En elke keer ziet ze het anders; vanuit een andere hoek, met ander licht. Compositie, licht, kleur, focus en contrast zijn de belangrijkste beeldelementen waar Annie mee werkt.

Ze wandelt veel en waar ze ook is, die zware fototas gaat bijna altijd mee. Want je weet maar nooit. Het liefst gaat ze alleen op pad. Ze heeft de rust nodig om eigen plekjes te vinden en om alles in te stellen. Dat kost tijd en zo heeft ze er het meeste plezier in.

Ze fotografeert niet alleen in Slangenburg maar ook op vakantie en in monumentale steden. Bij buurtactiviteiten weten ze Annie ook te vinden voor een fotoreportage. Door de opdrachten van de Boode komt ze op plekken die ze tot haar verbazing niet kende. Of op plekken waar een nieuw en verrassend verhaal achter steekt. Zo leert ze altijd weer iets nieuws. En dat houdt het interessant.

Haar eerste camera kreeg ze toen ze zestien was, met een zwartwit-rolletje. De foto’s werden toen nog ontwikkeld door de fotograaf. Het begon met kiekjes van de kinderen en andere familieleden. Maar allengs kreeg ze steeds meer oog voor de omgeving. “Het is hier zo mooi en elke dag is het anders.“

Voorafgaand aan een reis naar IJsland, een land met overweldigende natuur, kreeg ze van haar man haar eerste spiegelreflexcamera. Tja, en daar zaten zoveel knopjes op dat ze besloot een cursus te volgen. Ze leerde niet alleen over de mogelijkheden van de camera en het digitaal bewerken van beelden, maar ook over verschillende manieren van kijken. En er volgden meer cursussen.  Naarmate ze er meer van weet krijgt ze er steeds meer plezier in.

Annie wil graag de natuur goed weergeven, zoals zij haar ziet in al haar schoonheid. En als dat lukt, dan is ze tevreden.


Wandelen langs inheemsen en exoten in en om de Slangenburg

Gert Jan van ‘de Brouwer’

Haagbeuk in het Sterrenbos

Er zijn sites voor de hoogste, dikste of oudste bomen. Rondom Doetinchem zijn bijzondere bomen te vinden in de Kruisberg, het Mark Tennantplantsoen, bij villa Ruimzicht, het Jagershuis in Wehl, maar ook in onze Slangenburg. Veel bomen in parken zijn ooit uit het buitenland gehaald door verzamelaars. Te denken valt aan de Gingko, die oorspronkelijk uit China komt of de Mammoetboom, ook wel Sequoia genoemd, uit Californië. Indrukwekkend maar behalve als nestgelegenheid en als blikvanger geen toevoeging voor de natuur. Daarnaast zijn voor houtproductie snelgroeiende bomen uit het buitenland gehaald. We hebben hout nodig maar helaas zijn deze exoten voor biodiversiteit van weinig waarde en door eenzijdige aanplant ook nog plaaggevoelig. De natuur is ingesteld op inheemse bomen. In en om de inheemse zomereik leven vierhonderdvijftig insectensoorten, maar bij de Amerikaanse eik zijn dit er slechts dertien. Insecten worden gegeten door vogels en zoogdieren, waardoor de gehele fauna profiteert. In dit artikel beschrijf ik een aantal ‘ooit’ aangeplante bomen in en om de Slangenburg. Daarnaast benadruk ik het belang van de aanplant van gebiedseigen bomen. Inheemse, wilde bomen zijn ooit op eigen kracht naar Nederland gekomen. Ze zijn beter bestand tegen klimaatverandering en goed voor de biodiversiteit.

Alle bos in Nederland is aangeplant of het zijn opgekomen zaailingen van geplante bomen. In de Slangenburg zijn in het verleden voor bosbouw veel snelgroeiende exoten aangeplant door met name de familie Passmann. Te denken valt aan de Douglasspar, de Hemlockspar en de Japanse Lariks. Maar ook onze bekende kerstboom, de fijnspar, is niet inheems. Door eenzijdige beplanting is de fijnspar in de Slangenburg al massaal aangetast door de larven van de letterzetter, een schorskever die overigens zelf ook weer van oorsprong uit Azië komt. In de Haankheide zijn ooit buitenlandse zwarte dennen aangeplant. Deze lijken op onze inheemse grove den maar hebben langere naalden en bezitten grotere kegels. Naast de grove den is de Europese lariks met grijze stam inheems. Helaas is deze in de Slangenburg grotendeels verdrongen door de aangeplante Japanse lariks met een roodbruine schors.

Als laanbomen en solitaire bomen staan in de Slangenburg vooral de uit Nederland afkomstige eiken, beuken en lindes. De algemeen voorkomende inheemse zomereik is de grootste blikvanger. Aan de Slangenburgweg staat een imposant exemplaar, maar ook de Hols-eiken en de eik aan de Beneden Slinge in het verlengde van de Holdrostweg zijn groots. Omdat beuken het moeilijk hebben door klimaatverandering en grondwaterwisselingen zijn enkele beukenlanen afgelopen najaar vervangen door beplanting met zomereiken. Her en der in het bos staan ook Amerikaanse eiken en zelfs de hierop lijkende moeraseik. Bij deze laatste ook uit Amerika afkomstige boom die onder andere ook aan de Beneden Slinge aan het eind van de Holdrostweg staan, zijn de bladeren verder ingesneden. Naast beukenbossen en beukenlanen kent de Slangenburg ook lindelanen en solitaire linden in de graslanden. Dwars op de Loordijk, voorbij boerderij Hols zijn lindes naast de laan geplant. Er zijn meerdere soorten lindes zoals zomer- en winterlinde met onderlinge kruisingen die men dan Hollandse linde noemt. Zowel linde als beuk zijn gelukkig wel inheems, zodat insecten en insecteneters hiervan kunnen profiteren. In het Sterrenbos staan behalve gewone beuken de ook inheemse haagbeuken. In dit bosgedeelte blijven omgevallen bomen liggen, wat een grote biodiversiteit oplevert van insecten, vogels en paddenstoelen.

Langs wegen en waterlopen rondom de Slangenburg zijn gelukkig wel veel inheemse bomen aangeplant. Ruwe berken, zwarte elzen, knotwilgen en de gewone es zijn mooie voorbeelden. Maar vooral van populieren en esdoorns komen weer veel buitenlandse varianten voor. Plant je zelf bomen of struiken met als doel biodiversiteit, wees dan kritisch op de soort en waar het plantmateriaal vandaan komt.

zomereik Slangenburgweg


Wandelcamping ‘Pluk de dag’

Hanneke van de Velde

Je voelt je meteen welkom als je het terrein van wandelcamping ‘Pluk de dag’ op komt rijden. De voormalige camping ‘De Slangenburg’ heeft een ware metamorfose ondergaan. Het resultaat mag er zijn. Een uitnodigende recreatieruimte trekt meteen de aandacht en in de ruime receptieruimte is bovendien nog een winkel met wandelaccessoires te vinden. Sinds november vorig jaar zijn Dennie en Monica van Herwijnen met hun twee dochters Eva en Julia hiermee enthousiast aan de slag gegaan. Wandelaars, maar ook fietsers zijn de doelgroepen waarop ze zich richten. Ook zijn ze vraagbaak voor gasten met wandelproblemen.

Buurtmaken en noaberschap

Zowel Dennie als Monica komen uit een ondernemersfamilie. Hun laatste zaak was in het centrum van Zoetermeer gevestigd, een wandelspeciaalzaak. Om in te burgeren hebben ze meteen al ‘buurt gemaakt’. Nu al ondervinden ze het in de Achterhoek gebruikelijke noaberschap, iets wat ze indertijd ook ondervonden tussen de ondernemers in Zoetermeer. Ook Eva en Julia hebben hun weg in de Achterhoek al aardig gevonden.

Een echte wandelcamping

De eerste gasten hebben inmiddels de weg naar de camping weten te vinden; nieuwe mensen en voormalige gasten van camping de Slangenburg. Het betreft hier voornamelijk wandelaars die de omgeving komen verkennen of lopers van het Pieterpad. Wandelcamping ‘Pluk de dag’ is namelijk ook een officiële Pieterpad® Pleisterplaats. Dennie en Monica zijn heel duidelijk in de profilering van ‘Pluk de dag’ en op hun website sorteren ze daar al op voor: de camping is voor wandelaars en fietsers die een kleinschalige natuurcamping zoeken en dus niet voor (feest-)partijen en grote groepen. Ze zijn daarom ook aangesloten bij Natuurkampeerterreinen. En alles op de camping gaat gemoedelijk en gebeurt op basis van vertrouwen. Dus in het sfeervolle horecahuisje voor de gasten mogen de gasten zichzelf bedienen.

Oplossingen veelvoorkomende wandelproblemen

Op de camping geven Dennie en Monica persoonlijk advies bij allerhande wandelvragen. Daarnaast is hiervoor ook een webshop ontwikkeld ‘Wandeldrogist’, die binnenkort ‘live’ gaat. Hier vind je oplossingen voor veel voorkomende wandelproblemen in de vorm van een kennisbank en diverse uitgelezen producten. Vanuit hun vorige bedrijf hebben ze daar ruime ervaring in. Er wordt ook samenwerking gezocht met ondernemingen uit de buurt op wandelgebied, zoals diverse wandelschoenspeciaalzaken.

In de winkel allerlei wandelaccessoires

Plannen voor de toekomst

Voorlopig zijn Dennie en Monica druk met het verder vervolmaken van wat er nu is en met hun website Wandeldrogist. En natuurlijk met het hartelijk verwelkomen van hun gasten het aankomend kampeerseizoen.

Een plafond in de sfeervolle recreatie ruimte is volgehangen met wandelschoenen.

Voor meer informatie kijk eens op:www.campingplukdedag.nl of www.wandeldrogist.nl


Speuren naar de restanten van een machtig klooster

Carel de Vries

Albert, Toon en Mick bij de oude gracht

Kijk, hier kun je zien dat er iets in de ondergrond zit.” Ik loop met Albert Rikkers door het weiland dat hij jaren geleden heeft gekocht van de familie Scholten van boerderij De Koepel. Het weiland vormt een soort terp in het landschap. Het is goed zichtbaar. Op de plek die Albert aanwijst groeit duidelijk minder gras dan op de rest van het perceel en de kleur is veel lichter. “Hier zitten ongetwijfeld oude funderingsresten in de grond. Je moet hier niet gaan ploegen”, zegt Albert, “Het is hier allemaal puin. Kijk maar.” Albert buigt zich over een molshoop en pakt een brokje rode steen op. Een stukje van een handgevormde baksteen, door de mol omhoog gewerkt. “Je moet deze grond met rust laten, ik gebruik het alleen als weiland voor mijn vee.” Als je daar staat op die verhoging in het landschap en om je heen kijkt, heeft het iets magisch. Hier op deze historische plek heeft van 1179 tot 1579 het machtige en rijke klooster Bethlehem gestaan. In de vorige editie van de Slangenburgh-boode schreven we er uitgebreid over. Van dat klooster is boven de grond niets meer te zien, behalve die verhoging in het landschap en een deel van de ronde binnengracht. Die oude binnengracht is het domein van Toon Maas, een fitte tachtiger die met ons door het weiland loopt. De voormalige Gaanderse postbode heeft al decennia de historie van deze plek als hobby. Over het klooster en de oude voormalige Gaanderse ijzermolen die hier vlakbij heeft gestaan, de eerste in ons land, kan Toon honderduit vertellen. Al tien jaar verzorgt hij met een groepje vrijwilligers het onderhoud van de gracht en de erlangs staande knotwilgen die er weer keurig gekortwiekt bijstaan. Toon verzorgt jaarlijks ongeveer acht rondleidingen over het terrein voor groepen geïnteresseerden. Hij neemt ze dan ook mee over de uitgezette wandelroute ‘Rondom klooster Bethlehem’. Samen met zijn collega-vrijwilliger Mick Verwoord onderhoudt Toon dit wandelpad en de bewegwijzering. Hij laat me een fraaie folder van de wandelroute zien. “Die kun je krijgen bij herberg ’t Onland, hier vlakbij.” Als we langs de gracht lopen te soppen in het natte weiland zegt Toon: “Je moet even hier gaan staan. Kijk, dan zie je mooi de ronding van de gracht. Zie je hoe laag de gracht ligt; hoe groot het hoogteverschil is met de plek waar het klooster heeft gestaan? Waarschijnlijk hebben ze met de grond uit de grachten het perceel opgehoogd.” 

Snippers en vondsten

Dat het klooster was gevestigd op een verhoging in het landschap kun je ook goed zien op de hoogtekaart die Thomas de Vries laat zien op het kantoor van ingenieursbureau Econsultancy in Doetinchem, waar hij bezig is met zijn afstudeeronderzoek. “De kleuren op deze kaart geven de hoogteverschillen aan. Je kunt duidelijk zien dat het klooster, maar ook de oude boerderijen op verhogingen in het landschap stonden. Het was hier vroeger echt grotendeels ‘onland’, nat en moeilijk begaanbaar”, vertelt Thomas. Hij studeert komend jaar als archeoloog af aan Saxion Hogeschool in Deventer. Zijn afstudeeronderzoek gaat over de historie van klooster Bethlehem. Waar stond het klooster, waarom op die plek, hoe zag het eruit en welke invloed had het op het omringende landschap? Hij loopt stage samen met zijn studiegenoot Marit Smedema. Ook Marit heeft klooster Bethlehem als afstudeeropdracht. Zij verdiept zich vooral in de gevonden materialen van het klooster. Op een tafel heeft zij scherven van bekers, bouwkundige elementen, maar ook een kanonskogel uitgestald. Het is een deel van de grote hoeveelheid vondsten die door amateurarcheologen de afgelopen decennia zijn verzameld. “Je kunt de restanten van de kannen en bekers dateren op basis van de specifieke kenmerken van het aardewerk”, vertelt Marit. “Kijk, deze steengoed-beker is veel dunner en gladder afgewerkt dan deze, die dikker, grover en dus veel ouder is.” Thomas en Marit zijn duidelijk enthousiast over hun studierichting en afstudeeropdracht. “Ik vind vondsten geweldig”, zegt Marit. “Ze vertellen ons zoveel over het verleden. De materiaalkeuze vertelt bijvoorbeeld veel over de toepassing en de rijkdom van de gebruiker.” Thomas: “Ik vind het fantastisch om aan de hand van al die snippers informatie uit oude boeken, artikelen, wetenschappelijke rapporten en archieven de historie van dit bijzondere klooster te reconstrueren. Het was zo’n belangrijk klooster, het op één na oudste van Gelderland en heel veel mensen weten niet van het bestaan af.” Zowel Thomas als Marit zijn van plan om na hun HBO-studie nog een universitaire Master in archeologie te gaan volgen.

Thomas, Marit en hun studiebegeleider Emile ten Broeke
Een deel van de vondsten

Overal historie

Als we na de rondgang door het weiland weer met bemodderde schoenen terugkomen bij onze auto’s, kijk ik met Albert en Toon nog even uit over een naastliggend perceel koolzaad, waarvan de eerste gele bloemetjes zich al laten zien. Dit perceel is ook van Albert, die zijn boerenbedrijf heeft aan de Ellegoorsestraat. Naast veehouder is hij ook akkerbouwer. “Als ik dit perceel ploeg”, zegt Albert, “kun je aan de kleur van de grond nog precies zien waar de oude loop van de Bielheimerbeek, die onderdeel uitmaakte van het grachtenstelsel van het klooster, heeft gelegen. Je komt de historie hier overal tegen”.

Archeologiedag voor het hele gezin op 12 oktober

Wil je meespeuren naar de restanten van klooster Bethlehem, kom dan op 12 oktober naar de archeologiedag die de Omgevingsdienst Achterhoek organiseert in samenwerking met de gemeente Doetinchem en Econsultancy. De dag vindt plaats op de locatie van het voormalige klooster aan de Kerkstraat in Gaanderen. Toon, Thomas en Marit zullen daar ook aanwezig zijn om alle kennis en informatie die zij hebben verzameld met u te delen. Thomas en Marit presenteren er de resultaten van hun onderzoek in een serie korte lezingen. Daarnaast zijn er allerlei vondsten te zien en wordt u rondgeleid over het terrein. Daarbij kunt u ook zelf meedoen aan archeologisch onderzoek onder leiding van een archeoloog van Econsultancy. In het veld gaan we op zoek naar sporen van het verleden. “Voor de kinderen komt er een speciaal programma. Zij kunnen spelenderwijs ontdekken hoe leuk en spannend archeologie is”, aldus projectleider Annemieke Lugtigheid, werkzaam bij de Omgevingsdienst. “Het belooft heel interessant te worden”.


Het Ludgerpad

Toos Lenderink

Walter Rovers en Eddy Ivens waren oud-collega’s van het Ludger College in Doetinchem. Walter gaf maatschappijleer en levensbeschouwing en Eddy was docent natuurkunde. Vanuit deze school werd jaren geleden de Ludgerkring opgericht. Mensen van deze kring komen regelmatig bij elkaar om samen het gedachtegoed van Ludger uit te dragen. Eddy was als fervent wandelaar de initiatiefnemer van het Ludgerpad.

Ludger was een authentieke Fries en één van de eersten die ruim 1200 jaar geleden het christendom naar onze streek bracht. Hij kwam bij Zutphen de IJssel over en hier staat als herinnering een groot monument. Je kunt er een QR code scannen voor meer informatie. Langs de hele route van in totaal ruim 93 km, vinden we herinneringen aan Ludger, zoals kerken en kapellen, waarin vaak relikwieën worden bewaard. De route loopt van Zutphen naar Winterswijk. Verder naar Münster is het nog niet uitgewerkt. Ook in Duitsland leeft het Ludger-gedachtegoed. Hij was eerste bisschop van Münster en stierf in 809 in Billerbeck. Hij werd begraven in (Essen)-Werden, waar hij een klooster had gesticht.

Eddy, ‘de padkenner’ begon in 2008 aan zijn wandeling in de voetsporen van Ludger via allerlei plekken in de Achterhoek waar nog iets van Ludger bewaard is gebleven. Alle wegen op de route werden genoteerd. Bij privé-grondstukken benaderde hij de eigenaar om toestemming te vragen en uiteindelijk werd van de hele wandeling een boekje uitgegeven. In 2009, de 1200ste sterfdag van Ludger was het wandelpad klaar, maar zonder bewegwijzering. Om het ook voor de toekomst te behouden benaderde hij Stichting Achterhoek Toerisme. Daar was men niet direct enthousiast. Er moeten herkenningspaaltjes gemaakt en geplaatst worden en dit alles kost ook mankracht. De Ludgerkring heeft er zelf geld in gestopt, vanuit Duitsland sponsorde een oud-industrieel en de provincie heeft € 20.000 bijgedragen om dit initiatief mogelijk te maken. Nu onderhoudt Stichting Achterhoek Toerisme het pad en de contacten met onder andere grondeigenaren en Staatsbosbeheer. 

Walter, de ‘Ludgerkenner’ weet veel bijzonderheden. Hij vertelt over het Ludger College in Doetinchem. Als hij hier langs komt, rijdt hij expres langzaam om het monument te kunnen zien. Er staat een beeld van Ludger op een paard met aan de staart twee ganzen. Hierover bestaat de legende dat de boeren destijds veel last van ganzen in de weilanden hadden. Ze vroegen aan Ludger om hier iets aan te doen. Ludger heeft toen een gans bij de kop gepakt en in de grond gestoken. De andere ganzen waren daar zo van geschrokken dat ze hierna weg zijn gebleven.

In de Sint Willibrordsabdij in Slangenburg wordt een relikwie van Ludger bewaard.

Kies je de verkorte route dan kom je niet langs de abdij, maar over het Boelekeerlspad.

De hoofdroute wordt met paarse bordjes aangegeven, gele bordjes markeren een verkorte route of ommetje. Via de Achterhoek Routes app of achterhoek.nl/ludgerpad kun je de route volgen. Het boekje Ludgerpad geeft achtergrondinformatie over bezienswaardigheden, etappes en horeca onderweg. Het is te bestellen via de website van de Ludgerkring en is ook verkrijgbaar bij museum Smedekinck in Zelhem. Hier loopt de route langs, staat het Ludgerkerkje en er is een permanente expositie over Ludger. Het volgen van het Ludgerpad belooft sowieso een prachtige wandeling te worden!


Pieterpad door de Slangenburg

Joop Helmink

Het Pieterpad is bedacht, gelopen en beschreven door Toos Goorhuis-Tjalsma uit Tilburg en Bertje Jens uit Groningen. Het Pieterpad voert van Pieterburen bij de Groningse Waddenkust naar de Sint-Pietersberg bij Maastricht en heeft een lengte van ruim 500 kilometer, onderverdeeld in 26 etappes. Het is de bekendste langeafstandswandelroute van Nederland. De route is beschreven en gemarkeerd in twee richtingen Je kunt dus kiezen om van noord naar zuid te lopen of andersom.

Etappe Zelhem-Braamt

Uw verslaggever is op pad gegaan met de wandelvrienden die al menig wandeltocht in de benen hebben, o.a. de Camino naar Santiago de Compostella in Spanje. Het eerste deel van deze etappe van het Pieterpad gaat vanuit Zelhem door de Heidenhoek, IJzevoorde en de bossen van de Slangenburg naar het Onland. De complete etappe begint op de Markt in Zelhem met als eindpunt de Graaf Hendrikstraat in Braamt.

Ondernemen langs de route

Aanwonenden van deze etappe zijn zich bewust van de mogelijkheden die de vele wandelaars bieden.

Op het kruispunt Heidenhoekweg/Kolkstroeterpad hebben twee ondernemende tieners, Tess en Lott, een bankje met een picknick-koffer geplaatst, waarin een hapje en drankje voor wandelaars die hier even uitrusten. Betalen voor die versnapering is gewenst. Met de nieuwste betaalmiddelen zoals een QR-code en een mobiele telefoon kun je daar altijd aan voldoen. Op deze plek is het genieten van het prachtige uitzicht op de ‘kathedraal van de Heidenhoek’ zoals de voormalige maalderij aan de Boeyinkweg ook wel wordt genoemd, en waar nu prachtige woningen zijn gerealiseerd.

Aan de Heidenhoekweg, met het Pieterpad vlak achter de deur, vinden we B&B Boonink van het echtpaar Bas en Ilonka Boone. Ze ontvangen graag Pieterpadlopers in hun B&B en maken het de mensen naar hun zin, door ze te laten genieten van deze mooie plek en de heerlijke omgeving.

Picknickplaats van Tess en Lott met de voormalige maalderij Boeyink op de achtergrond

Kolkstroeterpad

De route voert ons over het Kolkstroeterpad, dat door een actie van de buurtbewoners gespaard is gebleven tijdens de ruilverkaveling in het jaar 2000. Het pad loopt achter langs de IJzevoordse school en buigt daarna af over de Loordijk naar de Slangenburgse bossen. Net voor we het bos in gaan vinden we rechts camping Pluk de Dag. Het is een officiële pleisterplaats aan het Pieterpad. Als wandelaar voel je je welkom op deze mooie camping, kun je even tot rust komen en eventuele blaren verzorgen. Daarna kun je weer op volle kracht de rest van het Pieterpad trotseren! 


Kasteel, landgoed en abdij

We vervolgen onze weg langs een ‘twintigste-eeuws’ landgoed, een middeleeuws kasteel en boerderijen. Landgoed De Krael, van de familie Vossers aan de Kraalslaan, geeft een bijzonder inzicht in hoe moderne architectuur is ingepast in een eeuwenoud gebied.

Bij kasteel Slangenburg aangekomen kunnen we de sfeer van hoe de landadel woonde en leefde, goed op ons laten inwerken en kunnen we bewonderen hoe mooi dit kasteel behouden is. Niet alleen voor menig Pieterpadloper, maar ook voor ons, een prachtige plek om uit te blazen.

Langs de gracht van het kasteel loopt de route door naar een mooi smal pad langs de Beneden Slinge. Een bezoek aan de Willibrordsabdij, waar de Benedictijner monniken sinds de jaren ’50 van de vorige eeuw wonen in het klooster dat ze zelf hebben gebouwd op een prachtige locatie midden in de natuur, is een must. De sfeer in de kapel van de abdij is devoot en tot bezinning uitnodigend. Een kaarsje kan altijd aangestoken worden.

Het Onland

Via de Kommendijk, waar een mooie natuurbegraafplaats de moeite waard is om te bekijken, gaat de route de bossen van de Slangenburg uit en voert langs de A18. We komen via de Kloosterlaan bij uitspanning Het Onland, een eeuwenoud herberg-café-restaurant waar de trotse eigenaar van de 7e generatie, Wilfried Nijenhuis, het predicaat Koninklijk mag voeren en waar we onze tocht beëindigen.

Mooie etappe Pieterpad

Met al die ervaring van mooie tochten in exotische oorden en de bekendheid van onze eigen omgeving is de sfeer van het Pieterpad door de Slangenburg te vergelijken met de Camino. De mooie omgeving, de verrassende paden en landweggetjes die kronkelend door het landschap voeren, leverden ons dierbare herinneringen op. Wij hebben bijna negen kilometer gelopen, de route tot Braamt is nog acht kilometer. Mijn medewandelaars en ik durven als autochtone bewoners van de Slangenburg zeer chauvinistisch te beweren dat wij in Slangenburg het mooiste stuk hebben gezien van deze etappe. We nemen ons voor het vervolg van de etappe naar Braamt ook nog een keer te lopen.


Kunst in de kijker

Maya Lenselink, edelsmid   

Anneke Zwager

Aan een zandweg op ’t Goor woont Maya Lenselink met haar gezin. In de schuur achter het huis heeft zij haar atelier ingericht met werktafels, machines en allerlei fijn gereedschap. Vanuit haar raam kijkt ze uit over het terrein met de tuin, het terras en de groentekas. En vlakbij zijn de bossen van de Slangenburg. Het is er rustig en groen. In deze omgeving doet Maya inspiratie op voor haar werk als edelsmid. Ze gebruikt alles wat kan leiden tot een mooi sieraad als idee. Vaak zijn dat structuren, van takken, grassen of mossen. Die structuren zie je terug op een ring of een armband. Ook vormen kunnen een uitgangspunt zijn, bijvoorbeeld de vorm van een gewei van een reebok. De sfeer van de omgeving speelt een belangrijke rol.

Maya was als kind altijd bezig met knutselen en dingen maken met haar handen. Toen ze eens een artikel las over een edelsmid sloeg de vonk over. Dit was wat zij wilde! In de Gruitpoort in Doetinchem volgde ze jarenlang cursussen, eerst bij Coen Mulder en jaren later nog eens bij Hans Rietman uit Zelhem. In deze cursussen werd de basis gelegd voor haar vakmanschap. Ze leerde er het materiaal te smelten, te vormen, te schuren en te slijpen. Door te lezen in vakliteratuur en te zoeken op internet, kreeg ze veel ideeën. En door veel te doen, kreeg ze almaar meer vaardigheden in de vingers. Met proberen en experimenteren heeft ze haar eigen stijl gevonden: organisch en natuurlijk. Een kijkje in haar vitrinekast leert dat ze zich heeft toegelegd op sieraden: ringen, armbanden, kettingen en oorbellen. En bij elk sieraad kan ze een verhaal vertellen.

Jarenlang werkte Maya met veel plezier in de kinderopvang in Zelhem. Pas toen haar eigen kinderen ouder werden en de kinderopvanglocatie werd opgeheven maakte ze acht jaar geleden de overstap naar het edelsmeden. Nu weten steeds meer klanten haar te vinden voor een sieraad al of niet in opdracht gemaakt.

Maya werkt met verschillende materialen. Het liefst werkt zij met zilver; het is zacht materiaal en goed te bewerken tot natuurlijke en golvende vormen. De witte glans geeft een mooie weerkaatsing van het licht. En het is goed te combineren met edelstenen als saffier, toermalijn en aquamarijn. Het is het licht, de gelaagdheid en de kleur van de edelstenen die aanknopingspunten bieden voor verdere verwerking.

Soms wijst het materiaal zelf de weg, een andere keer is het puzzelen om er iets moois van te maken. Ze werkt nooit naar voorbeelden, ze creëert tijdens het werken. En natuurlijk zijn er dan momenten dat het niet wordt wat ze voor ogen had. Tja, en dan is het opnieuw beginnen. Ook dat hoort bij het kunstenaarschap.

Het zilversmeden vereist rust, concentratie en tijd. Ze moet een aantal uren achter elkaar kunnen werken om “in de flow” te komen. Maya is veel middagen in haar atelier te vinden. Ze voelt zich een gezegend mens dat ze dit mag doen. En als klanten blij zijn met een sieraad is dat de kroon op haar werk.

Maya aan het werk in haar atelier