Kunst in de kijker

Hanneke is beeldend kunstenaar. Toen ze jong was, volgde ze eerst de lerarenopleiding en vervolgens de Kunstacademie in Den Haag en Rotterdam. Daarna werkte ze enkele jaren als docente beeldende vorming onder andere op het Ulenhofcollege. Met een jong gezin en een onderwijsbaan bleef er destijds echter niet veel tijd over voor het maken van eigen kunstwerken. Gelukkig is die tijd er nu wel.

Ze is gefascineerd door verval en vervorming; daarin schuilt voor haar een zekere schoonheid. Als kind was ze al bezig met fossielen, knekelhuisjes en ruïnes: wat blijft er over en hoe lang duurt dat dan? 

Of wat gebeurt er met vormen die gespiegeld en uit elkaar getrokken worden in een wateroppervlak? Bijvoorbeeld de herfstbomen uit de Slangenburg, met verkleurend blad dat weerspiegeld wordt in de kasteelgracht. Daarvan maakt ze ritmisch samengestelde collages met foto’s en inkt. Het is zoeken naar het juiste ritme, het lijnenspel, de contrasten en de kleurenopbouw. Het lijkt zo eenvoudig, maar het is een langdurig werkproces. En Hanneke is perfectionistisch: het moet helemaal goed zijn en anders begint ze opnieuw.

Zelfs in vervallen en vervormde gebouwen of een vervormd landschap ziet zij schoonheid. Het kan gaan om een ingestort flatgebouw, een beschadigde fabriek of een opgestuwd stuk aardoppervlak. Welke vreemde, nieuwe vormen blijven er over na de verwoesting? Wat kun je nog zien van de oorspronkelijke vorm? Daar maakt ze driedimensionale kunstwerken van  karton en papier-maché met tekeningen of foto’s erop. Ze noemt deze kunstwerken ‘fragmenten’ of ‘installaties’. De inspiratie voor deze werken vindt ze in de actualiteit zoals oorlogen, aardverschuivingen of tsunami’s. Ook hier is ze lang bezig om de juiste verhoudingen te vinden. Ze experimenteert met technieken en noteert haar bevindingen en ‘recepten’ in een logboekje.

Hoewel haar werk regelmatig wordt verkocht en geëxposeerd, vindt zij het ontwikkelingsproces zelf het belangrijkst. Dat vond ze vroeger al bij haar leerlingen in het voortgezet onderwijs en nu weer bij de tekencursussen die ze geeft in haar eigen atelier. Daarbij vindt ze het belangrijk dat cursisten loskomen en ontdekken welke technieken en materialen bij hen passen – en dat ze leren goed te kijken. In het najaar start er weer een nieuwe tekencursus en er zijn nog plaatsen vrij.

Daarnaast biedt ze rouwbegeleiding aan, na verlies van een geliefde, van gezondheid of van werk. Dat doet ze op beeldende wijze. In het begin willen vrienden en familieleden er wel over praten, maar na verloop van tijd neemt dat af. Soms zijn er zelfs geen woorden meer voor. Hanneke kan goed luisteren en geeft de mogelijkheid om via beeldende expressie met het verlies om te gaan, met kleuren, verf of klei. En dat zelfgemaakte kunstwerk kan weer gesprekken opleveren die leiden naar een nieuw begin.

www.kunstenmakerij.net


De doopvont van de Martinuskerk

Erfgoed met wortels in Slangenburg?

Joop Helmink

In de Martinuskerk in Gaanderen staat een bijzonder object dat ouder is dan de kerk zelf: een rood marmeren doopvont op een houten onderstel met uitgesneden guirlandes. Al generaties lang wordt deze gebruikt bij dopen, maar niemand weet precies waar hij vandaan komt. Een raadselachtig stuk erfgoed, met een verhaal dat de geschiedenis van Gaanderen, Slangenburg en de schuilkerken raakt.

Mooi detail op de deksel van de doopvont. Daar staat een vogel, een pelikaan die in haar borst prikt om bloed te voederen aan een eigen jong. Het ultieme gebaar van zelfopoffering. In de christelijke kunst is de pelikaan een symbool en een metafoor die specifiek verwijst naar de zelfopoffering van Jezus.

Van Ter Gun naar de Martinuskerk
De huidige Martinuskerk werd in 1868 gebouwd. In oude parochiearchieven staan tal van schenkingen vermeld — altaren, beelden, kruiswegstaties, preekstoel — maar de doopvont wordt nergens genoemd. Toch stond hij al vanaf het begin in de kerk.
Voor die tijd kerkten de Gaanderenaren in de kerk van Ter Gun aan de Rijksweg, gebouwd in 1720. Die werd in 1852 gesloopt, waarna men tijdelijk de schuur van de familie Welmans gebruikte als noodkerk, tot de nieuwe Martinuskerk gereed was. Het is goed mogelijk dat de doopvont toen mee verhuisde. Maar waar stond hij daarvoor?

Schuilkerken op Slangenburg
In de 17e en 18e eeuw konden katholieken hun geloof niet openlijk belijden. In de regio waren meerdere schuilkerken, vaak in boerderijen of landhuizen. Kasteel Slangenburg was zo’n toevluchtsoord. Pastoor Plasman van Wijnbergen verzorgde destijds kerkdiensten in de schuilkerk Ter Gun, hield daar missen en doopte er kinderen. In het doopregister van Doetinchem staan vanaf begin 18e eeuw dopelingen ingeschreven met ‘Slangenburg’ als dooplocatie. Het is verleidelijk te denken dat deze doopvont ooit in het kasteel heeft gestaan en daar bij talloze doopvieringen is gebruikt.

De stijl verraadt misschien meer
Wat deze theorie ondersteunt, zijn de stijlkenmerken van de doopvont. Het rode marmer lijkt sterk op het marmer dat werd gebruikt in de schouwen van Slangenburg. Het houten onderstel, met guirlandes en bloemmotieven, doet denken aan het houtsnijwerk en stucwerk in het kasteel. En bovenop prijkt een pelikaan, symbool van opoffering, die ook elders in katholieke kunst voorkomt.
De stijl past bij de tijd van Frederik Johan van Baer, die rond 1700 eigenaar was van Slangenburg en het kasteel liet verfraaien met rijk houtsnijwerk en marmeren ornamenten. Of de doopvont door een kunstenaar of een plaatselijke ambachtsman is gemaakt, weten we niet. Maar het is aannemelijk dat hij ergens in deze kringen zijn oorsprong heeft.

Hard bewijs? Nog niet. Kans? Zeker.
Er is geen hard bewijs — geen rekening, geen akte, geen inscriptie — dat het vermoeden bevestigt. Maar de combinatie van stijlkenmerken, historische gegevens en de bekende praktijk van schuilkerken in de regio maakt het een verhaal met grond onder de voeten. Misschien duikt ooit nog een aanwijzing op in een archief. Tot die tijd blijft het een stukje Gaanderense geschiedenis om te koesteren.

Een erfgoed dat toekomst verdient
Vandaag de dag staat de Martinuskerk opnieuw op een keerpunt. Naar verwachting wordt het gebouw in 2026 of 2027 aan de eredienst onttrokken. Om te voorkomen dat het leeg komt te staan of een commerciële bestemming krijgt, hebben betrokken dorpsgenoten de Stichting Behoud Erfgoed Martinus Gaanderen opgericht.

De stichting zet zich in om kerk, pastorie en begraafplaats te behouden als levendige plekken voor het hele dorp. Niet als gesloten monumenten, maar als plekken voor vieringen, concerten, herdenkingen, lezingen, tentoonstellingen, dorpsbijeenkomsten en andere activiteiten die bijdragen aan de gemeenschap van Gaanderen.

Vriend van de Martinus
Om dit mogelijk te maken, heeft de stichting de actie ‘Vriend van de Martinus’ gestart. Iedereen kan meedoen — al vanaf € 1 per week helpt u mee om dit erfgoed voor Gaanderen te behouden. De stichting heeft een ANBI-status, waardoor uw gift mogelijk fiscaal aftrekbaar is. Meer informatie of aanmelden? Kijk op www.behouderfgoedmartinus.nl of spreek één van de bestuursleden aan.

Samen sterk voor Behoud Erfgoed Martinus Gaanderen                                                   

De Martinuskerk is van Gaanderen — als plaats van geloof, ontmoeting, herinnering en verbinding. Met steun van inwoners, verenigingen en ondernemers wil de stichting ervoor zorgen dat dit zo blijft.
En de doopvont? Die blijft hopelijk nog lang staan. Als tastbare herinnering aan het verleden

Bronnen:

  • Parochiearchief Augustinus-Martinus Gaanderen
  • Doopregisters Parochie Doetinchem
  • Lokale overlevering


Wereldkampioenschap Hollandse Herdershonden

Toos Lenderink

Op 4 mei vond in Gaanderen het wereldkampioenschap plaats van de World Dutch Shepherd Foundation. Maar liefst 128 deelnemers uit 21 verschillende landen namen deel aan dit tweedaagse evenement. Het kampioenschap bestond uit vier disciplines:

  • IGP (Internationale Gebrauchshunde Prüfungsordnung): speuren, appèl en verdedigingswerk (ook wel pakwerk genoemd).
  • Mondioring: gehoorzaamheid, behendigheid en bescherming.
  • Agility: het zo snel en behendig mogelijk afleggen van een hindernissenparcours.
  • Obedience: draait volledig om gehoorzaamheid en de samenwerking tussen hond en begeleider.

Op de velden waar normaal gesproken gevoetbald wordt, zag je nu telkens één hond met zijn of haar begeleider in opperste concentratie. Het publiek keek in stilte toe en klapte pas na afloop. Talloze talen klonken om me heen, maar opvallend weinig geblaf.

Unieke locatie

Gerard Besselink, van de hondensportvereniging Slingeland uit Gaanderen, legde mij enthousiast het één en ander uit over deze voor mij onbekende sport. Zelf is hij oud-deelnemer aan het WK in Boston (1999), gediplomeerd instructeur en voormalig trainer van het Nederlandse WK-team.

De club had eerder al vier keer het Nederlands kampioenschap georganiseerd, maar dit was hun eerste wereldkampioenschap. De keuze viel op Gaanderen omdat hier alles aanwezig was: de voetbalvelden van VVG, het gebouw van schutterij Sint Martinus (voor loting en BBQ) en sporthal De Pol (als logistiek centrum) boden alle benodigde faciliteiten. Omringende verenigingen stelden hun terreinen beschikbaar voor de trainingen voorafgaand aan de wedstrijden. Liefst zestig vrijwilligers hielpen mee aan dit grootschalige evenement!

“De saamhorigheid in deze regio maakt zoiets mogelijk”, vertelde Gerard trots. Ook het regelen van onderdak voor juryleden en trainers viel onder de verantwoordelijkheid van de club. Meerdere familieleden van Gerard waren het hele weekend druk in de weer.

Hondensport: gebaseerd op vertrouwen

Gerard’s liefde voor honden begon al in zijn jeugd, maar pas toen hij verkering kreeg met Trudy en er bij haar thuis ruimte was voor een kennel, kwam zijn droom echt tot leven. “Honden zijn sociale dieren. Op het veld ‘staan ze aan’, maar daarna kun je ze gewoon aanhalen. Ik ben al vijftig jaar instructeur en nog nooit gebeten. Er is geen hond die hier vecht en niemand doet vervelend. Veel mensen hebben een verkeerd beeld van deze sport.”

Volgens Gerard is hondensport volledig gebaseerd op vertrouwen en beloning. “Zonder beloning – of dat nu een aai, een snoepje of een speeltje is – zal een hond een opdracht simpelweg niet herhalen.” Hij volgde door de jaren heen talloze cursussen en behaalde zowel theoretische als praktische examens. Zijn ervaring maakt dat hij de lichaamstaal van honden moeiteloos leest en stresssignalen direct herkent – bij elke hond op het terrein.

Een kwestie van karakter

“Een hond en zijn begeleider moeten qua karakter bij elkaar passen. Alleen dan kom je tot topprestaties”, besloot Gerard ons boeiende gesprek. “Honden kunnen veel meer dan de meeste mensen denken.”


Winnaars van dit kampioenschap:

onderdeelbaasjehondland
IGPSimon WillfortBazinga van de PostheuvelOostenrijk
MondioringKristian GervasioNick Des Soldats de Krist AleItalië
AgilityAli ErskineDay Sibacha Bonremo VemsilumpaCanada
ObedienceMarco de NicoloVernita Green Kill BillItalië


De spechten van de Slangenburg

Tekst Gert Jan ‘van de Brouwer’, foto’s Frans Witjes

Tijdens de IVN-vogelwandeling in de Slangenburg op 13 april genoten de bezoekers van de vijf voorkomende spechtensoorten. Ze waren in dit warme weekend nog net zichtbaar. Enkele dagen later waren de bomen opeens in het blad. Door de afwisseling in naald- en loofbos en relatief veel oude bomen komen er veel spechten voor in de Slangenburg. Het helpt ook dat er tegenwoordig meer dood hout blijft liggen, zoals bijvoorbeeld in het Sterrenbos. In dood hout zitten insecten die dienen als voedsel voor spechten. Veel oude, en soms nog overeind staande, dode bomen zitten vol met door spechten gehakte nestholtes. Alle spechten zijn standvogels en het hele jaar dus te zien.

We herkennen allemaal de korte roffel van de meest voorkomende grote bonte specht. Dit roffelen doet hij om zijn territorium aan te geven. Deze specht hakt ronde gaten en heeft een voorkeur voor zachte houtsoorten. Ze eten het hele jaar insecten maar smullen ’s winters ook van sparren- en dennenzaden. Je kunt hem ’s winters zelfs op de opgehangen mezenbollen zien zitten.

De kenmerkende lachende of hinnikende roep van de groene specht kun je in het voorjaar veelvuldig horen in de Slangenburg. Deze groene specht met het rode petje zul je niet horen roffelen maar je treft hem mogelijk wel aan in je tuin terwijl hij mieren aan het zoeken is. Ook deze specht hakt een hol in een loofboom.

De zwarte specht heeft een groot territorium en roffelt langer en zwaarder dan de bonte. Ze hakken elk jaar een ovale nestholte in een gladde beuk. Hierdoor is hij minder kwetsbaar voor de boommarter. Behalve de roffel maakt hij een typische kru, kru, kru geluid als hij vliegt. Hun voedsel bestaat uit houtinsecten die ze vooral zoeken op dode boomstronken in zowel naald- als loofbos.

Vroeger zeer zeldzaam, maar nu vooral in het oosten van het land in opmars, de middelste bonte specht. Hij lijkt op de grote bonte, maar is iets kleiner, heeft een wittere kop met een rood petje en een roze buik. Ze zoeken hun voedsel in oude eiken en broeden vaak jaren achter elkaar in dezelfde nestholte. Roffelen doen ze niet, maar ze geven hun territorium weer door een typische roep die lijkt op het geluid van een gaai.

Als laatste de moeilijk te vinden kleine bonte specht, een vogeltje ter grootte van een mus. Deze roffelt zo snel als een naaimachine. Soms is ook de hoge en snelle roep te horen. Dit kleine vogeltje hakt zijn holletje in zacht hout zoals een wilg, berk of populier. Je bent een geluksvogel als je deze bijzonder specht spot in de Slangenburg.

Door de gehakte holen van de spechten hebben veel andere vogels gratis nestruimte. Spreeuwen, holenduiven, kauwen, maar ook de boomklevers maken gebruik van de oude spechtenholen. Deze laatste metselt de opening met modder zelfs kleiner om veiliger voor rovers te kunnen broeden. De spechten – en dan vooral de grote bonte en de zwarte specht – zijn gelukkig ook gek op de letterzetter. Deze schorsetende kever tast vooral de fijnsparren aan in de Slangenburg. Spechten zijn natuurlijke bestrijders van dit voor de bosbouw schadelijke insect.


De plek van…..

Toos Lenderink

Over meerdere bewoners uit de buurtschap IJzevoorde is al eens geschreven. Over gitaarbouwer Jan Lievers, doedelzakspeler Johan van Doesburg, de muzieklessen op school IJzevoorde, Mario Vos van Villa d’ Or en over Gert Besselink, voormalig tuinman van kasteel Slangenburg. In de jaren ’50 van de vorige eeuw stonden er aan de Loordijk in IJzevoorde nog maar weinig gebouwen: onder andere de school, de meesterwoning en het dubbele huis met winkel van Kemper, waar nu Herman en Willy Lettink wonen. Eind jaren ’50 werd de kleuterschool gebouwd en tussen 1976  en 1978 bouwden de families Besselink, Boomkamp en Heusinkveld hun huis aan de Loordijk. Op de kruising met de Turfweg stond het kleine, oude huisje van de familie Tuenter. Zij woonden daar samen met hun dochter Dien, schoonzoon Gert (officieel Gerard maar iedereen noemde hem Gert) Fritz en hun vier kleindochters: Henny, Sonja, Gerdien en Ankie. Het huisje zelf was klein, maar in de grote schuur ernaast waren een douche en wc. (Foto Henny Heurnink-Fritz)

Van deze familie Tuenter woonden er destijds maar liefst twee gezinnen aan de Loordijk. Kleindochter Henny vertelt: “Mijn vader Gert Fritz en moeder Dien Tuenter trouwden destijds in bij opa en oma aan de Turfweg. Tante Aaltje woonde met haar man Bernhard Lettink aan de Loordijk op huisnummer 21, recht tegenover de school. Oom Gert Tuenter woonde met tante Jans in het huis ernaast, op nummer 19.”

Na het overlijden van opa Tuenter kwam er grond beschikbaar, samen met verschillende bouwvergunningen. Het was oma Tuenter die doorzette: de hele familie verhuisde uiteindelijk naar Doetinchem, naar een huis dat door buurman Heusinkveld was gebouwd. Het kleine huis en de schuur aan de Turfweg (zie foto boven), waar Henny destijds woonde, werden gesloopt. De bouwtekeningen voor een nieuwe woning op deze plek lagen al klaar toen de familie Wilms de koop overnam. Zij pasten de tekeningen in overleg met de aannemer nog wat aan en kochten van buurman Roenhorst een aangrenzend stukje grond erbij. In 1979 betrokken Ruud en Tineke Wilms dit huis samen met hun gezin. “We hebben hier vijfenveertig jaar met heel veel plezier gewoond”, aldus Ruud. Onlangs zijn er in dit huis nieuwe bewoners gekomen: Anke en Tjerk Koopman.

Anke en Tjerk Koopman

Anke: “Als je aan komt rijden, is het meteen: de locatie!” “Weinig lawaai, bos in de buurt en de mensen zijn recht door zee”, vult Tjerk aan. “We zochten een klushuis, het mocht nog niet helemaal af zijn.” “Je woont buiten, maar hebt toch buren”, aldus Anke.

Anke en Tjerk kennen elkaar van de middelbare school, een mts waar Anke samen met één ander meisje tussen vijfhonderd jongens zat. Tjerk is van huis uit elektronicus en werkte later als freelancer en technisch directeur bij een bedrijf dat laboratoriumanalyseapparatuur ontwikkelde en verkoopt. Momenteel is hij nog bezig met een methode om endoscopen beter te reinigen. “En een tijdlang kwam hij veel in koeienstallen”, vertelt Anke. “Bezig met het ontwikkelen van apparatuur om celgetallen in melk te meten voor het opsporen van (beginnende) uierontsteking.”

Anke werkte als activiteitenbegeleider bij ouderen. Creativiteit is haar grote passie: ze naait, breit en bedenkt spellen, onder andere voor mensen met een visuele beperking.

Kinderen en kleinkinderen
Op de vraag of ze kinderen hebben, wordt het opeens stil. Ze hebben vier kinderen: Lieke, Selma, Eline en Ronald. Eline, hun jongste dochter, werd geboren met een syndroom en overleed anderhalf jaar geleden. Ze had een lichte beperking en woonde begeleid zelfstandig. Haar laatste tien levensjaren waren intensief en zwaar. Wel hebben ze samen mooie herinneringen kunnen maken.

De andere kinderen wonen niet dichtbij, maar er wordt regelmatig opgepast. Binnenkort wordt hun vierde kleinkind verwacht. Ze denken na over logeermogelijkheden, ook voor vrienden uit hun vorige woonplaats Houten, die de weg naar IJzevoorde inmiddels weten te vinden.

Naoberschap
Dat veel mensen hier al ‘achterom’ komen voor een praatje, zegt genoeg. Ze kennen de buren en Tjerk helpt mee met het ophalen van spullen voor de rommelmarkt. Ook doen ze mee aan andere activiteiten in de buurt. Dat de naaste buren hier ook Annie en Henk heten – net als in Houten – is wel heel treffend.

Vrije tijd en hobby’s
Muziek is een grote hobby van Tjerk. Hij speelde basgitaar in een band, maar door gehoorschade en tinnitus zoekt hij nu vaker een rustig hoekje op. Beiden houden van hardlopen en wandelen. “Hardlopen is hier anders door de omgeving. Vroeger vond ik vooral het moment daarna leuk! Nu is het onderweg ook genieten van alles wat je ziet”, vertelt Tjerk. Anke is ook graag in de tuin, houdt van yoga en fietst veel – sinds de verhuizing op een elektrische fiets vanwege de afstanden.

Plannen
Voor nu eerst nog een beetje tot rust komen. Tjerk knapt zelf de badkamer op, er komt een nieuwe keuken en mogelijk volgen er nog andere aanpassingen. Maar de authenticiteit van deze woning willen ze zeker behouden. “Het verhaal achter de dingen hier, speelt echt mee.”


Kunst in de kijker

Hans Wisselink, studio Mooibos

Anneke Zwager

Aan de Kuiperstraat net buiten Halle-Heide heeft Hans Wisselink veertien jaar geleden zijn stek gevonden: een huis met een werkplaats voor zijn houtbewerking. Hij woont met zijn gezin in het achterhuis; hun vrienden wonen in het voorhuis. Hoewel hij zelf hier niet is opgegroeid is de omgeving hem niet vreemd. Zijn moeder kwam uit de Heelweg en zijn vader uit Harreveld.

Als ik de werkplaats binnenstap is het mij meteen duidelijk: dit is niet zo maar een hobbyschuurtje, hier werkt een man met passie voor hout die hoge eisen stelt aan de eindproducten. Bekend zijn zijn portretten van Mandela, Willem-Alexander en Maxima, gemaakt uit duizenden kleine stukjes hout in vijf verschillende hoogtes en tien verschillende houtsoorten. Het geeft de indruk van een portret in grove pixels. De portretten zijn gebaseerd op foto’s, die zijn omgezet naar werktekeningen. Daarnaast heeft hij sculpturen gemaakt van hout. Hij laat zich vooral inspireren door de kleuren en de structuren van het hout.

In de werkplaats staat een tafel met verschillende draaibanken, zie ik overal schappen en planken met stukjes gezaagd hout en lades met allerlei gereedschappen en bakken met samengestelde plakjes hout in mooie kleuren. Daar wil ik straks meer van weten.

Hans maakt voor de verkoop houten sieraden zoals ringen, oorbellen en hangers met bijbehorende doosjes en tevens kleine meubels als tafeltjes en ladekastjes. Hij is zelf druk met bestellingen die vanuit geheel Nederland en België via de website binnenkomen. Studio Mooibos heet de zaak. Zijn dochter Mariëlle doet de klantcontacten en onderhoudt de website. Zij is geheel ingevoerd in de zaak maar woont en werkt in Arnhem en heeft twee jonge kinderen. De huidige taakverdeling werkt voor hun beiden op dit moment het beste.

Hans maakt niet alleen zelf mooie dingen maar geeft ook workshops aan wie het maar wil, ook op locatie. Zijn opleidingen komen hierbij van pas. Oorspronkelijk is hij opgeleid als gymleraar. Hij maakte de overstap naar activiteitenbegeleiding in de zorg en kreeg steeds meer met houtbewerkers te maken. Hij deed daarna de opleiding tot meubelmaker en kon als zzp’er een eigen dagbesteding opzetten voor mensen met niet-aangeboren hersenletsel (NAH). Dat heeft hij jarenlang met veel plezier gedaan. Helaas moest hij daar vier jaar geleden door ziekte mee stoppen.

En die bakken met die mooie plakjes hout?  Daar worden de ringen uit gezaagd. Veel van die soorten kennen we wel: eiken, beuken, linde, esdoorn, wilg en noten. Ze hebben hun eigen kleur, structuur en hardheid. Om het kleurpalet te vergroten is ook wat tropisch hardhout toegevoegd zoals het paars van purperhout. Er worden eerst laagjes van verschillende houtsoorten kruislings op elkaar geplakt voor extra stevigheid. Uit deze plakjes wordt de ring geboord, die heeft dan meteen meerdere kleuren. Daarna komt het proces van zagen, draaien, vijlen en lakken. En dat laatste kan al in een workshop van twee uur. Het werken met de apparatuur vereist concentratie maar moeilijk is het niet. Zijn jongste klant was zeven jaar. Allerlei groepen, families en stellen weten Studio Mooibos te vinden. Soms heeft hij bijzondere klanten; laatst nog een duo voor trouwringen van de verschillende houtsoorten uit hun geboortestreek. Ja, die verhalen die tijdens het werk worden verteld, daar geniet hij echt van.


Zo komt de Boode bij u in de brievenbus

Al snel na het verschijnen van een Boode komt de redactie weer bij elkaar. We bespreken ons wel en wee en de net verschenen Boode: wat was er goed en wat kan er beter? Daarna gaat het over de komende uitgave: wie heeft er ideeën? De taken worden verdeeld en iedereen gaat hiermee aan de slag. Onze trouwe gastredacteuren krijgen een mail met de vraag of ze weer willen meewerken. Door al deze verschillende mensen met hun eigen interessegebied krijgen we een mooi gevarieerde inhoud.

De bijdrage van Jan Berends kwam altijd als eerste binnen. Ik begin meteen met lezen en puzzelen: uit hoeveel woorden bestaat een artikel? Hoeveel ruimte blijft er over voor foto’s, een kader of een quote? Past het allemaal of moet er ingekort worden? Heeft het bestuur nog mededelingen? Staan er nog (spel)foutjes in de verhalen?

Onze vaste fotograaf Annie gaat op pad, waarbij ze soms languit in de modder terechtkomt of tevergeefs op iemand wacht die de afspraak vergeten is. Of ze moet bovenop een kar klimmen. Poeh!

Samen zoeken we de best passende foto’s bij een artikel. Het blijft moeilijk hierin een keuze te maken. Soms moet een mooie foto wijken voor een foto die beter bij de inhoud past.

Als de indeling klaar is, ga ik met een usb-stick waarop alle gegevens staan en een mapje tekeningen naar de drukker. Daar bespreken we samen, pagina voor pagina, de hele Boode.

De eerste proefdruk is altijd spannend. Er wordt nog veel aan aangepast, verschoven en verbeterd. De tweede proefdruk gaat ook naar de redactieleden met het verzoek om eventuele aanpassingen door te geven. Als iedereen tevreden is, krijgt de drukker de opdracht om weer 550 exemplaren te drukken.

Staan de dozen met Boodes klaar, dan gaat Didy Jakobs naar Didam om ze op te halen. Bij Riny thuis worden ze vervolgens gebundeld. Frank van Maren print vooraf de bijgewerkte namenlijsten uit. We schrijven de enveloppen die op de post moeten voor donateurs die verder weg wonen. Binnen ons gebied wordt er per bezorger een stapel gemaakt. De stapels worden door Harry Keurentjes opgehaald en bij tweeëntwintig vrijwillige bezorgers thuisgebracht. Deze mensen stappen vervolgens op de fiets of in de auto om de nieuwe Boode bij u thuis af te leveren. In totaal hebben er dan vierendertig vrijwilligers aan meegewerkt!

Bennie Arendsen, een van de vrijwilligers op zijn route

Loonbedrijf Wisselink: een begrip in Slangenburg en omgeving

Joop Helmink

Gesprek met Jurgen Wisselink
In Slangenburg en omgeving is loonbedrijf Wisselink al bijna een eeuw een begrip. Jurgen Wisselink, derde generatie en eigenaar, blikt terug op de rijke historie en vertelt openhartig over de veranderingen die hem hebben doen besluiten een nieuwe weg in te slaan. Een verhaal over passie, veranderingen en nieuwe kansen.

Een bedrijf met een lange geschiedenis

Aan de Pierikstraat in Gaanderen staat het bekende familiebedrijf: Loonbedrijf Wisselink. “Mijn opa Derk Wisselink begon samen met Hendrik Eelderink het loonbedrijf in de jaren dertig”, vertelt Jurgen. “Toen kwam de mechanisatie van het boerenleven op gang.”

Alles begon met het dorsen van graan. Voorheen gebeurde dat nog met de hand of met een paardenomloop. De eerste investering was groot: een Fordson-tractor met dorsmolen, gekocht voor 1580 gulden. “Dat was toen een enorme som geld”, lacht Jurgen. “Maar het veranderde alles. Iedereen kent de beelden nog wel van die stromijten die op de boerenerven stonden te wachten op de dorsmachine.”

Groeiende mechanisatie

Jurgen is opgegroeid tussen de machines en het boerenland. Als derde generatie heeft hij de mechanisatie echt zien exploderen.
“Toen ik begon, was er al veel gemechaniseerd. Maar wat er daarna is gebeurd, is bijna niet te geloven”, vertelt hij. “Tegenwoordig sturen satellieten de machines aan.”
Hoewel Jurgen de techniek bewondert, heeft hij ook zijn twijfels. Alles wordt grootschaliger, en door het verdwijnen van boerenbedrijven — mede door regelgeving en opvolgingsproblemen — wordt het voor kleine loonbedrijven steeds moeilijker.
“De investeringen zijn enorm”, legt hij uit. “En als boeren stoppen, verdwijnen ook onze klanten en dus onze omzet.”

De boerenstand onder druk

Dat stoppen met bedrijfsvoering door boeren is volgens Jurgen een groot probleem. “Veel boerenbedrijven hebben geen opvolging. En door steeds strengere regels haken nog meer boeren af. Als een veehouder stopt, nemen akkerbouwers het land vaak over en die hebben hun eigen machines. Dan hebben ze ons niet meer nodig.”

Het loonbedrijf richtte zich altijd op gras maaien, kuilvoer inmaken, mais hakselen en graan zaaien en oogsten. “Alles wat met gras, mais, graan en mest te maken heeft, daar hebben wij machines voor”, zegt Jurgen.

Maar hij ziet de toekomst somber in: “Over vijf jaar zijn er in deze omgeving bijna geen boeren meer actief”, voorspelt hij. “In de Gaanderse Hei staan nog steeds dezelfde huizen als dertig jaar geleden, maar er is nog maar één actief boerenbedrijf over: Kroets met zijn mooie melkvee bedrijf.”

Veranderingen accepteren

Jurgen vertelt nuchter over de veranderingen. “Er wordt hard gesaneerd. We moeten eten, maar we maken het onze eigen boeren bijna onmogelijk met alle regels. Tegelijkertijd worden net over de grens grote boerenbedrijven opgestart. Dat steekt wel.”

Het loonbedrijf heeft een lange geschiedenis. In 1974 namen Jurgens vader Gert en oom Herman het over van opa Derk. Later bleef Gert samen met Jurgen eigenaar.
In 2004 sloeg het noodlot toe: door een brand ging het oude pand aan de Lovinkweg verloren. “Dat was heftig”, herinnert Jurgen zich. “Maar we zijn opnieuw begonnen aan de Pierikstraat. Met een modern pand en vernieuwde machines.”

Een nieuwe koers

Na dertig jaar hard werken en bouwen heeft Jurgen nu een moeilijke beslissing genomen. “Ik stop met het loonbedrijf zoals iedereen dat van ons kent en ga kleinschalig verder met wat ik alleen kan”, vertelt hij open. “Het was geen makkelijke keuze, zeker niet omdat ik afscheid moet nemen van medewerkers en klanten waar ik al zo lang mee samenwerkte.”

Maar Jurgen kijkt ook vooruit. Hij heeft naast het loonbedrijf altijd al een handel in houtbewerkingsmachines gehad, en die wil hij nu verder uitbouwen. Onze reparatiewerkplaats staat bekend om het vakwerk dat we leveren. Maar eerst neem ik even de tijd om alles een plek te geven.”

Met zijn ervaring, nuchtere blik en ondernemingszin is Jurgen klaar voor een nieuwe toekomst, waarin vakmanschap en passie opnieuw samen zullen komen.


Halse wagenbouwers houden traditie in ere

Wagenbouwers ’t Fort, Ton Asscheman, Ralph van der Graaf, Martin Grobbe, Joyce van der Graaf, Johan Boomkamp, Yoren Boeren, Robert Beumer, Martin Steenbakkers. Op de foto ontbreken Frank Eskes en Jurgen Legters.

Carel de Vries

“We doen het puur voor de gezelligheid, maar we willen ook wel graag winnen,” zegt Ton Asscheman. Hij spreekt namens de wagenbouwers van buurtschap ’t Fort, genoemd naar de Fortstraat in Halle. Bij dat ‘winnen’ worden ze nogal eens in de weg gezeten door een andere groep wagenbouwers uit Halle, die van de Bielemansdijk.
“Het is elk jaar weer een vriendschappelijke, sportieve competitie,” zegt Ben Radstake van de Bielemansdijk-groep. “Maar uiteraard doen we allemaal ons best om de mooiste en origineelste wagen te bouwen. Het streven is om de wagen elk jaar net weer een beetje mooier en indrukwekkender te maken dan het jaar ervoor.”

Daar zijn de twee groepen inmiddels weer druk mee bezig. In februari begint het bedenken, lassen, timmeren en schilderen. Achter gesloten deuren, want het ontwerp moet tot vlak voor de optochten geheim blijven. Optochten, in meervoud, want behalve door Halle trekken de groepen met hun wagens tijdens de kermissen ook door andere dorpen in de omgeving.

Mooie traditie onder druk

Het wagenbouwen is een brede traditie op het platteland in Oost- en Zuid-Nederland. Je komt de praalwagens tegen in optochten tijdens kermissen, carnaval, bloemencorso’s en Koningsdag. In veel dorpen zijn ze een vast onderdeel van de jaarlijkse feestvreugde.

Met de wagens vertellen de bouwers korte verhalen over actuele politiek, maatschappelijke ontwikkelingen, historische voorvallen en opmerkelijke nieuwsfeiten. Meestal met een knipoog en een dosis humor, nemen ze de onderwerpen op de hak.

Nog elk jaar trekken er honderden wagens door de Achterhoekse dorpen. Maar de traditie staat onder druk. In sommige dorpen is de jaarlijkse optocht met praalwagens al verleden tijd, zoals in Hengelo. En bestaande groepen hebben dikwijls moeite met het vinden van nieuwe (jonge) deelnemers.

Ben Radstake: “Onze groep kan ook wel verjonging gebruiken. Wij zijn inmiddels allemaal zeventig- en zelfs tachtigplussers. Ik denk dat het probleem is dat jonge mensen vaak allebei buitenshuis moeten werken om hun woning op het platteland te kunnen betalen. Mensen zijn druk en hebben weinig tijd. Ook denk ik dat tegenwoordig veel mensen niet meer gewend zijn om met hun handen iets te maken. Zij hebben andere kwaliteiten. Vroeger waren het hier aan de Bielemansdijk allemaal boeren, en die waren gewend om te lassen, te timmeren en aan machines te sleutelen.”

“Ik vind het wel jammer dat het aantal wagens zo terugloopt. Nu doen in de Keijenborg nog zeven wagens mee; dat waren er tien jaar geleden nog tweemaal zoveel. In Halle heb je, naast de bijdragen van de schoolklassen, nog twee grote praalwagens. In Zelhem hebben ze gelukkig nog altijd een mooie grote optocht. Daar doen wij met de twee wagens uit Halle ook aan mee.”

Geheime ontwerpen

De wagenbouwers van ’t Fort hebben veel praktische vaardigheden in huis. Ton Asscheman: “Ik heb gewerkt als werkvoorbereider bij een aannemer en maak dit jaar met de computer de bouwtekeningen voor onze wagen. Daarnaast hebben we een goede lasser, een timmerman en iemand die goed is met mechanica en automatisering in ons team.”

Na de koffie in de keuken van Robert Beumer gaan we naar de schuur achter op het erf, waar aan het nog geheime ontwerp wordt gewerkt. De eerste contouren worden al zichtbaar. Ton: “In februari besteden we altijd twee avonden aan het bedenken van het ontwerp. Na de nodige kopjes koffie en pilsjes komt er dan een plan uit. Op basis daarvan maken wij het ontwerp, we komen vaak uit op politieke thema’s. Belangrijk is dat het een mooie wagen wordt, met bewegende delen en fraai uitgedoste figuranten eromheen.”

De groep van de Bielemansdijk komt bijeen in een grote loods, goed verstopt in een bosje van Gert Wassink. Gert, de nestor van de groep, was vroeger loonwerker en is nog steeds erg handig met het lasapparaat en met machines en werktuigen.
Gert: “Wij doen dit met ons groepje nu al meer dan vijfentwintig jaar. Wij vinden het een uitdaging om van oude, gebruikte materialen weer iets moois te maken. We hebben niet veel geld te besteden, dus we werken alleen maar met tweedehands materiaal en verf.”

Ben Radstake: “In februari komen we bij elkaar. Na het vierde borreltje ontstaat dan meestal wel een idee voor een wagen.” Het idee voor dit jaar wil hij nog niet prijsgeven.

Prijzengeld

Een onafhankelijke jury, vaak afkomstig uit een ander dorp, beoordeelt de wagens. De winnende groep valt in de prijzen. “Maar daarvoor hoef je het niet te doen,” zegt Ben Radstake. “In Keyenborg is de hoofdprijs €500 maar soms is die niet meer dan €25.”

Voor de twee wagens uit Halle start het optochtenseizoen met Sint Jan op 24 juni in Keijenborg. Daarna volgen de optochten in Halle, Halle-Heide, Zelhem en tot slot, eind oktober, de optocht in De Veldhoek.

Ben Radstake: “Na De Veldhoek zit het seizoen erop. Dan breken we de wagen weer af en beginnen we na de winter weer na te denken over welk thema we dat jaar eens bij de kop zullen pakken.”

Wagenbouwers Bielemansdijk, vlnr: Ben Radstake, Dinie Buunk, Gert Wassink, Jan Beendsen, Gerrie Buunk en Bennie Smeitink.

Zaterdag 6 juli reden beide wagens mee in de kermisoptocht te Halle. En zo mooi zijn ze geworden: