Op zoek naar Klooster Bethlehem

Carel de Vries

“Misschien heeft op de plek waar ik woon, ooit de kloosterboerderij gestaan”, vertelt Angeline Brunsveld. Zij woont met haar man Berty en gezin aan de Kerkstraat in Gaanderen op de plek waar in een ver verleden een klooster met de naam Bethlehem moet hebben gestaan. In een Achterhoekse verbastering werd het ook wel Bielheim genoemd. Dan weet u nu dus ook hoe de Bielheimerbeek aan haar naam komt. Op een kaart uit 1885 (figuur 1) is te zien dat die beek voordat die in 1970 werd ‘strakgetrokken’, langs de Kerkstraat liep en een aftakking had die water toevoerde naar het grachtenstelsel rond het klooster. Langs die grachten stonden waarschijnlijk één of meerdere watermolens. Een deel van die ronde gracht is nu nog in het landschap te zien. Angeline vertelt: “Mijn moeder herinnerde zich dat na de oorlog de restanten van een gracht in het land naast onze boerderij zijn gedempt”. Waarschijnlijk is dat de aftakking die op de oude kaart nog te zien is. De grote vraag is: waar heeft het klooster precies gestaan? Het lijkt waarschijnlijk dat het binnen die oude cirkelvormige grachten heeft gelegen en dat betekent dat zowel het huis van Angeline (boerderij ‘Rekhem’) als het naastgelegen Huize Rekhem op het terrein staan van het vroegere klooster. Wellicht zijn ze zelfs gebouwd op de fundamenten daarvan. Beide gebouwen dateren van eind 18de eeuw.

Figuur 1. Kaart van 1885. Rood omcirkeld is de plek waar het klooster heeft gestaan

Van 1180 tot 1578

Klooster Bethlehem werd gesticht aan het eind van de 12de eeuw (ca. 1180) door een zekere Franco, een meester in de godgeleerdheid. Onder druk van Hendrik van Gelre, graaf van Gelre en Zutphen, stelden de Markegenoten van Doetinchem grond beschikbaar aan Franco voor de vestiging van een kloostergemeenschap. Hij bouwde er een houten kapel en enkele huizen. Wat begon als een kleine kluizenaarsgemeenschap groeide uit tot een heus klooster van zogenaamde ‘reguliere kanunniken’, die leefden volgens de regel van Augustinus. Het aantal kanunniken varieerde van vijftien tot twintig. Daarnaast was er een onbekend aantal ’conversen’, lekenbroeders die wel onderdeel uitmaakten van de kloostergemeenschap, maar geen geloften hadden afgelegd. De kanunniken deden vooral het geestelijke werk (bidden en studeren) en de conversen verrichtten hoofdzakelijk het zware dagelijkse handwerk. Al snel groeiden de bezittingen van het klooster enorm door schenkingen en aankopen van gronden, boerderijen en huizen in de wijde omtrek: in Didam, Silvolde, Neede, Keppel, Gaanderen, Doetinchem, Zevenaar, Hummelo, Warnsveld en Zelhem. Ook verkreeg het klooster allerlei privileges zoals het recht om varkens te hoeden in de bossen of om bomen te kappen op de marken. Zeer belangrijk voor de rijkdom van het klooster was ook de zeggenschap die zij kreeg over de bezittingen en inkomsten van de kerken van Doetinchem, Steenderen, Varsseveld en Doesburg. Al met al ontwikkelde Bethlehem zich tot een belangrijk en rijk klooster. Maar in de 16de eeuw ging het geleidelijk bergafwaarts. Er waren continu oorlogen en de krijgsheren deden voor de financiering daarvan een beroep op het rijke klooster. Nadat in 1568 de Tachtigjarige oorlog tegen de Spanjaarden was uitgebroken, werd het platteland zo onveilig dat de monniken in 1580 eerst naar Doetinchem en vervolgens naar Emmerik vluchtten. Het verlaten klooster werd daarna in 1587 geplunderd en volledig verwoest.

Hoe het klooster er heeft uitgezien? We weten het niet, er is geen enkele afbeelding van bewaard gebleven. Alleen de namen ‘Het Klooster’, van een nabij gelegen boerderij en de ’Kloosterlaan’, herinneren nog aan de aanwezigheid ervan. In het landschap is er, afgezien van het stukje van de gracht, niets meer te zien dat aan het klooster herinnert. Geen ruïne, niks. De stenen zijn destijds gebruikt voor het herstellen en versterken van de muren rond Doetinchem. De laatste restanten van Bethlehem bevinden zich uitsluitend nog ondergronds. En dat maakt deze plek een goudmijntje voor (amateur-)archeologen.

Publieksdag

De plek waar klooster Bethlehem heeft gestaan, is één van de belangrijkste archeologische vindplaatsen in de gemeente Doetinchem. Daarom heeft de Omgevingsdienst Achterhoek het initiatief genomen komend najaar op deze plek een archeologiedag te organiseren voor het publiek. Zij krijgt daarbij steun van de gemeente Doetinchem en het Stadsmuseum. Annemieke Lugtigheid, archeoloog, werkzaam bij de Omgevingsdienst is projectleider. “Het belooft heel interessant te worden”, aldus Annemieke. “Het gaat die dag om meedenken en meedoen. Er worden korte lezingen gegeven en er zijn rondleidingen over het terrein. Maar mensen kunnen ook zelf meedoen aan archeologisch onderzoek onder leiding van Econsultancy. Ze gaan het veld in op zoek naar sporen van het verleden. Econsultancy zal dan ook boringen verrichten en zo gaan we deze dag op zoek naar oude bakstenen, scherven, gebruiksvoorwerpen en dergelijke. Ook zullen vondsten uit het verleden tentoongesteld worden. En voor de kinderen komt er een speciaal programma. Zij kunnen spelenderwijs ontdekken hoe leuk en spannend archeologie is”, aldus Annemieke.(samen met Angeline Brunsveld op de grote foto)

Studentenonderzoek

Op de publieksdag zullen ook twee archeologiestudenten van Saxion Hogeschool uit Deventer de resultaten van hun onderzoek presenteren. Een van hen duikt het komende half jaar in de geschiedenis van het klooster. Wat was de rol van het klooster in de samenleving, welke werkzaamheden werden er verricht? Maar ook: waarom werd het klooster op deze plek gesticht en welke invloed heeft het klooster op het landschap gehad? De andere student stort zich op de grote hoeveelheid vondstenmateriaal dat door archeologen al is verzameld. Wat vertellen die ons over het dagelijks leven van de monniken, over hun werkzaamheden, hun rijkdom en hun gebruiken? 

Voor Angeline en haar gezin geeft de archeologiedag een hoop drukte rond huis. Maar dat vindt ze juist leuk. “Ik ben zelf ook erg geïnteresseerd in de historie van deze unieke plek waar ik al mijn hele leven woon. Het is toch mooi om veel mensen en vooral ook kinderen daar kennis mee te laten maken. Archeologie brengt de geschiedenis tot leven”.

De publieksdag gaat na de zomer van 2024 plaatsvinden. De exacte datum en het programma staan nog niet vast, maar in de zomereditie van de Slangenburgh-boode zullen we u daarover informeren.

Figuur 2 Nagenoeg alle gebedenboeken en bijbels van het klooster zijn verloren gegaan. Alleen dit kostbaar versierde plenarium dat de vier evangeliën omvat, bleef bewaard. Het dateert van eind 13e eeuw.
Figuur 3 In het Geldersch Archief bevinden zich nog veel zakelijke documenten van het klooster, zoals dit Charter uit 1236, dat de schenking van goederen uit Gaanderen aan het klooster beschrijft. De vier zegels zijn de ‘handtekeningen’ van de betrokken partijen

Kaart en foto’s van plenarium en Charter via Oudheidkundige vereniging Deutekom