Zorgcentrum De Zonnewijzer

Hanneke van de Velde

Op het terrein van dit zorgcentrum in Halle is het een komen en gaan van toeleveranciers van klusmaterialen. De ontvangst door directeur Anita van der Poel is dan ook in kluskleding, weggehaald van de verfklus waar ze net mee bezig was. De rondleiding door de kleinschalige dagbesteding laat al de eerste veelbelovende resultaten zien. De nadruk op het hier sinds 1 oktober gevestigde zorgcentrum ligt op kleinschaligheid.

Op de locatie aan de Halle Nijmanweg is dagbesteding mogelijk voor mensen met een fysieke of mentale beperking, waaronder dementie. De missie van de Holland Zorggroep waartoe De Zonnewijzer behoort, is dat mensen hier kunnen zijn zoals ze zijn. Niets hoeft, maar alles mag. Om cliënten een vertrouwd gevoel te geven, wordt er voornamelijk gewerkt met vaste medewerkers. Zo hoeven de mensen niet elke keer aan een nieuw gezicht te wennen.

Het ontstaan

Van huis uit is Anita van der Poel accountant. Vanaf 2009 was zij vanuit die functie al betrokken bij de Holland Zorggroep als extern financieel adviseur. Door haar grote betrokkenheid bij deze zorginstelling verloor zij haar hart aan de ouderenzorg. Belangrijkste gedachte daarbij was, wat er nog beter zou kunnen. Dit leidde er in 2018 toe dat zij de stap nam om de Holland Zorggroep zorgvilla in Bilthoven over te nemen. Mei 2020 volgde de tweede zorgvilla in Lunteren. Als laatste volgde De Zonnewijzer in oktober 2020, toen nog gevestigd in Zelhem. Inmiddels is De Zonnewijzer per 1 oktober jl. verplaatst naar Halle waar de renovatie nu in volle gang is. Het oude schoolgebouw dat

De Zonnewijzer ooit was, is niet meer te herkennen als je binnen door de ruimtes loopt.

Themaruimtes

Sfeervolle themaruimtes worden er gecreëerd in het oude schoolgebouw, zoals een van veel ramen voorzien schilderatelier met de sprekende naam Van Gogh-kamer. Ook de Kluskamer voor het grotere kluswerk en de Herenkamer voor de fijnere handenarbeid bieden de mannelijke cliënten de mogelijkheid om op klusgebied van alles aan te pakken. In de Kluskamer komen echte werkbanken te staan en al het gereedschap wat nodig is. Een Rustkamer ontbreekt ook niet. Hier kunnen cliënten zich terugtrekken als ze een moment van rust nodig hebben. Er staan vier bedden met tussenschotten, zodat er voldoende privacy en rust is voor degenen die een moment voor zichzelf nodig hebben. Ook de stijlvolle bibliotheek met de mooie naam Annie M.G. Schmidt-kamer spreekt tot de verbeelding. Hier kan een boek of de krant worden gelezen. Tot in de details wordt er aandacht besteed aan de ruimtes. Dit is terug te zien in de mokken met Van Gogh-afbeeldingen in het schilderatelier en het kunstgras in de Tuinkamer, alsmede de prachtige wandvullende afbeeldingen in iedere ruimte.

Ook buiten wordt het nog grondig aangepakt. Volgende maand worden er Jeu-de-Boules-banen aangelegd. Een groentetuin staat ook in de planning, evenals een kweekkas. Deze komen dan in het zicht van de Tuinkamer te liggen, zodat de beleving van tuin ook vanuit deze groene Tuinkamer optimaal is. Hier kunnen de cliënten zelf ingrediënten voor de dagelijkse maaltijden kweken en deze vervolgens ook weer zelf in de keuken bereiden. Met ditzelfde doel wordt er nog een kleine fruitboomgaard aan het geheel toegevoegd.

Doel van dit alles is het creëren van een omgeving waar iedere cliënt zich thuis voelt en waar meer gebeurt dan alleen koffiedrinken. Straks kan de cliënt doen waar hij of zij op dat moment zin en behoefte aan heeft, of dat nu klussen, schilderen, wandelen of tuinieren is. En alles in eigen tijd en tempo. Vast onderdeel is wel de dagelijkse wandeling. Bewegen en frisse lucht zijn belangrijk voor de mens. Daar wordt dan ook veel aandacht aan geschonken. Ook meewerken in de keuken behoort tot de mogelijkheden.

Vanwege Corona worden de verschillende ruimtes nu breder gebruikt, bijvoorbeeld de bibliotheek wordt nu ook ingezet om er in kleine groepjes te eten. Normaal wordt dit in een grote ruimte gezamenlijk gedaan. Er wordt nu ook gegeten aan afzonderlijke, kleine tafels die ruim verspreid in de eetzaal staan, in plaats van aan een gezamenlijke grote tafel. Zo wordt de 1,5 meter afstand ook hier gegarandeerd. Ook is de bezetting niet maximaal nu om voldoende ruimte te hebben om de Corona-maatregelen te kunnen garanderen. Zo kan de zorg nu ook gewoon doorgaan, een zorg die broodnodig is om overbelasting van mantelzorgers te voorkomen. Bovendien blijven de mensen actief en behouden ze hun vaardigheden.

Normaal is het mogelijk dat familie en vrienden een bezoek kunnen brengen aan het zorgcentrum. Het voor de naaste mantelzorgers wel belangrijk en noodzakelijk dat zij juist hun eigen tijd nemen en hun eigen dingen doen. Daarvoor is het zorgcentrum er immers ook, om de mantelzorgers te ontlasten.

Huiselijkheid

Tussen de medewerkers en de cliënten door, loopt ook nog een blonde Labradoedel rond. Vol met krullen en met een hoog knuffelgehalte. Het is de hond van Anita, die gewoon meekomt als ze in Halle is. Ze laat zich de aandacht van de bezoekers met soms ook wat lekkers rustig aanleunen. Deze rustige, knuffelbare viervoeter geeft een extra gevoel van huiselijkheid aan het geheel voor veel cliënten.

De inzet van vrijwilligers staat op dit moment vanwege Corona op een lager pitje. Hopelijk komt ook dat weer snel op gang. Datzelfde geldt voor het maken van uitjes. Dit is het afgelopen jaar beduidend minder geweest.

Eigen regie van de cliënten is een belangrijk punt. Het betekent dat de medewerkers ’s ochtends zonder plan voor die dag binnenkomen. Ze laten zich leiden in hun activiteiten door wat hun cliënten die dag vragen en willen. Uiteraard is het bij de dementerende client belangrijk dat er een aanbod is waaruit deze kan kiezen.

Verdere plannen zijn er nog genoeg, weet Anita me vol enthousiasme te vertellen. Graag zou zij in de omgeving ook logeerzorg aanbieden. Hiermee zouden mantelzorgers nog meer ontlast kunnen worden. Want immers de slaap van een mantelzorger is vaak een punt, omdat deze geregeld met een verstoorde nachtrust te maken krijgt. Dit initiatief van logeerzorg is mede afhankelijk van een geschikte locatie.

Zorg voor jongdementerende mensen heeft tevens haar aandacht. Hier wordt al druk over nagedacht. Wat kun je bieden aan mensen die fysiek nog gezond zijn en vaak nog deelnemen aan het arbeidsproces? Ook deze groep is groeiende en er is nog weinig tot geen passende zorg voor.

De overall-ambitie van Anita en haar Holland Zorggroep is om de laagdrempelige zorg zoals deze er nu is, aan zoveel mogelijk mensen te kunnen aanbieden. Zeker gezien de vergrijzing en groeiende zorgkosten een mooi doel.

Na het interview gaat Anita weer aan de gang met haar verfklussen. Aan het eind van de middag vertrekt zij naar de locatie in Lunteren om daar als invaller voor een zieke medewerker een huiskamertoezichtsdienst over te nemen.

De wens is om in het voorjaar van dit jaar een feestelijke opening te houden. Maar dit zal mede afhankelijk zijn van alles wat er speelt rondom Corona. En anders wordt gekeken naar wat er wel kan.


De gewone pad

Ans Laurens en Gerrie Til

Iedereen kent hem wel, de gewone pad. Deze pad, die in bijna heel Europa voorkomt, is ondanks het algemene voorkomen geen opvallend dier. De rug is beige, grijsbruin tot roodbruin gekleurd, de buik witachtig met grijs gemarmerde tekening. Door zijn grotendeels verborgen manier van leven en goede camouflage wordt hij vaak over het hoofd gezien. Buiten de paartijd is hij voornamelijk in de schemer en ’s nachts actief en houdt zich overdag vooral schuil in zelf gegraven holletjes , onder stenen of struiken.

Het is een vrij grote, plompe pad met een opvallende wrattige huid. De mannetjes zijn tot 9 cm, vrouwtjes tot 11 cm groot. De meeste halen het niet, maar een pad kan wel 15 jaar oud worden.

Naast de wrattige huid heeft het dier achter elk oog een oorklier, die bij de gewone pad opvallend groot en lang is en een afwijkende kleur heeft. Deze klieren produceren gifstoffen die worden afgescheiden bij gevaar. Het gif is wit en heeft een erg bittere smaak en maakt dat de pad en ook de kikkervisjes van de pad niet de meest geliefde prooi zijn. Voor de hond of de kat is het geen pretje om met het gif van de pad in aanraking te komen. Het veroorzaakt bij hen een behoorlijke irritatie van de slijmvliezen.

De egel en de ringslang zijn echter immuun voor het gif van de pad en naast roofvogels en de bunzing dan ook een geduchte vijand.

Een andere vijand die de volwassen exemplaren van de gewone pad op een verschrikkelijke manier te gronde kan richten is de groene paddenvlieg. Deze vlieg parasiteert op verschillende kikkers maar heeft een voorkeur voor de gewone pad.

Paddentrek

Hebt u een niet al te aangeharkte tuin, dan is de kans groot dat er in de winter ergens in uw tuin een pad zijn winterslaap houdt.

Zodra de weersomstandigheden gunstig zijn, d.w.z. vochtig en warmer weer, gaan de padden vanuit hun winterslaapplaats naar het water waar ze geboren zijn. Van februari tot april gaan ze daar naar toe om de eitjes in lange snoeren in het water af te zetten. Om bij de poelen te komen, steken ze vaak in grote groepen de weg over.

In het gebied van o.a. de Heidenhoeksevloed vond tot ongeveer 10 jaar geleden een grote paddentrek plaats. Er was daar toen een

paddentrekwerkgroep actief. De padden, die vanuit Haankheide naar hun geboortepoelen trokken, moesten dan de Nijmansedijk oversteken om bij de poel te komen. Als koudbloedig dier zoekt de pad altijd naar een mogelijkheid om zich op te warmen en padden vinden het heerlijk om zich tijdens de trek aan het asfalt van de wegen die ze oversteken op te warmen. Het gevolg daarvan is gemakkelijk te raden: ze worden massaal doodgereden!

De paddentrekwerkgroep was toen heel actief met het plaatsen van schermen en het ingraven van emmers op de plaatsen waar de padden de weg overstaken op weg naar de poelen. De vrijwilligers van de werkgroep brachten de in de emmers gevallen padden naar de overkant om daar te worden uitgezet. Zo zijn er heel wat padden gered.

Als de eieren in de vorm van zogenaamde paddensnoeren in de poel zijn afgezet, zoekt de pad een beschutte plek om de zomer door te brengen. Een pad hapt naar alles wat voorbij komt, wat deels is te wijten aan zijn slechte ogen. Vangt hij iets wat smerig smaakt, dan wordt de prooi met de poten en de tong uit de bek gewerkt. Hij eet voornamelijk insecten, larven, spinnen, slakken en regenwormen. Een paar padden in de tuin is dus zo gek nog niet. In de schemering en de nacht gaat de pad op pad om slakken en insecten te vangen.

Padden Heidenhoeksevloed

Toen met de jaren de begroeiing van het nieuwe natuurgebied de Heidenhoeksevloed ruiger en afwisselender werd, konden de padden dichter bij de poel waar ze hun eisnoeren hadden afgezet, in de begroeiing een plek vinden om te overwinteren.

De paddentrekwerkgroep kon zichzelf opheffen en de zeilen en emmers werden doorgegeven aan andere werkgroepen in de omgeving, o.a. de Kruisberg en Gaanderen waar ze nog wel nodig zijn. Dat is mooi, maar inmiddels dient zich een andere bedreiging aan voor de pad: de droogte. Door de droogte van de afgelopen jaren staat er steeds minder water in de poelen. Als deze trend zich doorzet en de poelen steeds vroeger in het jaar te weinig of geen water meer bevatten, zal dat funest zijn voor de dikkopjes van de pad. Wanneer de poel droogvalt voordat de dikkopjes volgroeid zijn en nog geen pootjes en ademhalingsorgaan hebben, betekent dat hun einde. Een poel met voldoende water is essentieel voor de kleine padjes. Het is voor de hele natuur en met name voor de pad en alle andere amfibieën te hopen dat er de komende tijd nog lekker veel regen valt!

De pad in volksverhalen

Er doen tal van volksverhalen de ronde over de pad. Hier is er één van:

Waar de padden hun winterslaap houden, onder de grond, daar wonen ook de aardmannetjes. Door hun gewroet onder de grond weten padden alles van de aardmannetjes. Sommige van de aardmannetjes nemen wel eens de vorm van een pad aan. Dat ondervonden twee meisjes in Pommeren. Terwijl ze bezig waren aardappels te hakken, kwam er een dikke pad tevoorschijn. Een van de meisjes wilde het beest met de hak doodslaan, de ander hield haar tegen. Enige tijd later kwam er een aardvrouwtje en nodigde de meisjes uit voor een doopfeest. Ze namen de uitnodiging aan. In een onderaards vertrek was alles ingericht voor het feest. Ieder kreeg zijn plaats. Het meisje dat naar de pad had willen slaan, keek naar boven en gaf een luide gil: boven haar hing een zware molensteen aan een zijden draad. Op haar verzoek kreeg ze een andere plaats. “Zie,” zei één van de kleine mannetjes, ”zie, zo zou het nou met u gegaan zijn als u mij met de hak had geslagen”. Toen het feest ten einde was, raadde het aardmannetje hen aan het vuilnis dat in de hoek lag mee te nemen. Het zou in goud veranderen zodra ze weer boven waren. En zo gebeurde het. Padden weten door hun ondergrondse verblijf vele schatten die ze bewaren en waar ze over beschikken.

Zeilen verhinderen de pad om de weg over te steken

’The Place to be’

Toos Lenderink

Het perceel aan de Brunsveldweg nummer 9, waarop vroeger een traditionele boerderij stond, krijgt een bestemming waar nog nooit iemand van had durven dromen. Chris en Jolande van Bokhorst hebben plannen om er een retraitecentrum, een soort eigentijds klooster, van te maken. ”We willen graag een nieuwe invulling geven aan kleine rituelen rondom bijvoorbeeld Kerst, Oud en Nieuw, geboorte, trouwen, rouw of burn-out”.

In hun woonkeuken wordt ons gesprek vrolijk onderbroken door de dochters Anna-Roos en Julia. Amélie de oudste is naar school. Chris, die oorspronkelijk uit Elst komt, had de laatste jaren in Amsterdam een eigen organisatie- en adviesbureau. Hij organiseerde congressen en tentoonstellingen en deed veel in de evenementenbranche. Zijn bedrijf liep echter zo goed en gaf daarbij zo veel stress, dat hij in 2018 na een burn-out besloot om er mee te stoppen.

Jolande, die uit Ede komt, had in Amsterdam een eigen praktijk aan huis als GZ- psychologe. Ze is ook yogadocente en geeft meditatie, mindfulness en compassietraining. Samen hebben ze tien jaar rondgereisd en gekeken in India, Frankrijk en heel Nederland, met in hun achterhoofd de wens iets gezamenlijks op te zetten. Dit idee komt steeds terug en hun wensenlijstje wordt almaar concreter. Het ziet er echter lang niet naar uit dat hun droom op korte termijn gaat uitkomen. Tot ze op de site van Staatsbosbeheer dit pand te koop zien staan en gaan kijken bij het huis waar tot voor kort de familie Gerritsen woonde.

Chris is meteen enthousiast: ”Direct het wauw-gevoel, ondanks de stromende regen. Ja, dit is het! Een feestje om hier te wonen. Echt een heel mooi plekje.” Vooraf moet er een ondernemingsplan worden ingediend dat moet passen binnen de visie van SBB en dat lukt. Van Staatsbosbeheer worden de gebouwen gekocht en nog 1,4 ha grond gepacht.

Jolande is door de corona-maatregelen al gedwongen haar lopende praktijk via beeldbellen voort te zetten. Ze werkt samen met een organisatie en bouwt haar cliëntenkring uit Amsterdam geleidelijk af. Het vroegere bakhuisje is inmiddels in gebruik als ’Praktijk Slangenburg’. Cliënten vinden hier een mooi plekje bij het raam in een vriendelijke, prikkelarme en veilige omgeving.

Sinds kort zijn Chris en Jolande behalve echtgenoten ook zakenpartners en compagnons. Chris doet vooral de zakelijke kant en wil duurzaam verbouwen. Hij wil een soort retraitecentrum neerzetten dat goed in de omgeving past. Het plan is om in het voorhuis te gaan wonen en overnachtingsmogelijkheden te creëren. Ondertussen is er al geëxperimenteerd met een summer camp en hele gezinnen hebben gekampeerd en geholpen met allerlei klussen. Met gezamenlijke maaltijden en kampvuren was het een mooie zomer.

Plan aan de horizon

De ultieme droom is een soort eigentijds klooster waar mensen het hele jaar door terechtkunnen. Waar maaltijden bereid worden met groente en fruit uit eigen tuin. ”We willen mensen faciliteren om weer dicht bij zichzelf te komen”. Met hulp van andere docenten, diverse workshops en een rustige natuurbeleving. Deze activiteiten passen bij datgene wat al aanwezig is in de directe omgeving zoals bij het kasteel, de abdij en het pionierswerk van de kerk.

Niet alleen dromen maar ook doen. Met hulp van mensen uit de buurt die bijvoorbeeld het gras maaien. Of in de samenwerking met zorgboerderij Slangenburg. Medewerkers hiervan helpen met de moestuin, het erf herinrichten en snoeiwerk. In ruil daarvoor geeft Jolande hen mindfulness trainingen. Zo hebben ze al diverse contacten opgebouwd.

Al met al zijn ze nog niet toegekomen aan een kennismakende buurtborrel. Maar dit is zeker wel de bedoeling. Mocht je nieuwsgierig zijn, dan mag je best het erf opkomen en alvast een praatje komen maken.

vlnr Chris, Jolande en Anna-Roos

Waterbeheer door het Waterschap

Sluis de Pol

Joop Helmink

De Slangenburgh-boode in het teken van water, dan kun je niet om het Waterschap heen. In een gesprek met ing. Louis Zweers en zijn collega Gé Brouwer van het Waterschap Rijn en IJssel geven zij graag meer inzicht in wat het waterschap voor Slangenburg en omgeving betekent.

Stroomgebied

Op de parkeerplaats van kasteel Slangenburg wordt tussen de buien door een grote kaart uitgevouwen op de motorkap van de auto. Deze kaart geeft alle sloten, beken en rivieren in het gebied Slangenburg weer. We zien de Boven Slinge die zich ten oosten van Slangenburg splitst in de Beneden Slinge die door Slangenburg loopt, richting de Bielheimerbeek, en de Bielheimerbeek die ten zuiden van Slangenburg richting de Oude IJssel stroomt.

Ing. Louis Zweers en zijn collega Gé Brouwer van het Waterschap Rijn en IJssel geven graag meer inzicht

Oppervlakte water

Het Waterschap Rijn en IJssel omvat het gebied Achterhoek, Liemers, een gedeelte van Overijssel en rand van de Veluwe. Het beheert het oppervlakte- en grondwater (niet de drinkwatervoorziening) in de ruimste zin van het woord. Het Waterschap is goed in de afvoer van water, hiervoor hebben ze een waar netwerk van watergangen, sloten, kanalen en rivieren waarvoor ze verantwoordelijk zijn. De ontelbare stuwen en gemalen zorgen ervoor dat de hele regio droge voeten houdt, ook als er zich extreme situaties voordoen. De dijken zijn een belangrijke element om dat doel te verwezenlijken en behoren ook tot de verantwoordelijkheid van het Waterschap.

De kwaliteit van het oppervlaktewater is voor het Waterschap een belangrijke taak. Diverse rioolwaterzuiveringsinstallaties ontvangen het rioolwater van de gemeenten waar o.a. bacteriën zorgen dat het vuile water weer schoon gemaakt wordt zodat het geloosd kan worden op het oppervlaktewater. Deze zuiveringen worden door het Waterschap beheerd. Een groot aandachtspunt is dat het rioolwater wordt gescheiden van het regenwater. De zuivering van rioolwater door bacteriën werkt het best als dat zo vuil mogelijk is. Als het grootschalig gemengd is met schoon regenwater is de hoeveelheid vooral bij piekbelasting veel te groot, waardoor de bacteriën meer moeite hebben om het water schoon te maken. Door de zuivering van het rioolwater is het oppervlaktewater de laatste decennia veel schoner geworden en dat is te merken aan de visstand, die in de watergangen en rivieren aanzienlijk is toegenomen.

Klimaatverandering en de Achterhoek

Het Waterschap was tot voor kort vooral bezig om water af te voeren in hun gebied. Onze delta krijgt veel water te verstouwen en er is weinig overlast. De akkers zijn op tijd redelijk droog, zodat de boeren het land kunnen bewerken en grote dijkdoorbraken zijn de laatste decennia hier niet voorgekomen. Door de klimaatverandering zijn er verschuivingen in de neerslagpieken. In het verleden viel er meer neerslag in de winter maar dit is langzaam verschoven naar pieken in de zomer. Ook zijn er periodes met watertekorten waarbij het grondwaterpeil zakt. De laatste drie droge zomers vallen hierbij erg op. De Achterhoek is een van de droogste gebieden van Nederland. Weinig regenwater en de structuur van de zandgronden zijn onder andere de oorzaak dat het grondwaterpeil is gedaald naar een zorgelijk niveau. Het Waterschap onderzoekt of het afvoeren van oppervlaktewater niet is doorgeschoten en de behoefte ontstaat om het water juist vast te houden. “Droogteschades in onze gebieden kunnen wel eens groter worden dan waterschades. Daarbij komt dat een waterpiek geen overlast mag veroorzaken”, aldus Louis. Hiervoor wordt beleid ontworpen.

De stuwen in de grote watergangen worden hoger afgesteld en in de duikers van de kleinere watergangen en sloten worden boerenstuwen en ballonnen geplaatst. Grote vraag is wanneer moet worden ingegrepen om af te voeren en wanneer om vast te houden. Voor het bosgebied van Slangenburg is het ook van belang dat het waterpeil niet verandert, omdat grote loofbomen zoals de beuk het moeilijk krijgen als het grondwaterpeil zakt.

Gé Brouwer controleert de stuw

Projecten

Een groot project dat direct in de omgeving van Slangenburg door het Waterschap is gerealiseerd, is het Masterplan De Pol in het stroomgebied van de Bielheimerbeek en Oude IJssel. Hiervoor zijn vistrappen gemaakt en is de loop van de Bielheimerbeek verlegd, waardoor de afwatering wordt vertraagd. Tevens is een bypass gegraven in het natuurgebied van Hammink aan de Vreeltstraat. Langs het sluiscomplex De Pol wordt het Pieterpad geleid en een prachtig fietspad volgt de Oude IJssel van Doetinchem naar Gaanderen. Voor de vissport zijn een tiental visplaatsen aangelegd, zodat ook sportvissers hier van hun hobby kunnen genieten.

Zumpe

Voor het gebied de Zumpe is speciale aandacht. Dit zeldzame natuurgebied wordt op dit moment uitgebreid. De bijzondere kalkhoudende laag onder de Zumpe zorgt voor een unieke flora en fauna. De gemeente Doetinchem realiseert dit in opdracht van de provincie. Het Waterschap brengt kennis en kunde in en realiseert voorzieningen voor de waterhuishouding in dit gebied. Ballonnen in duikers in watergangen hebben ook de afgelopen droge jaren hier het waterpeil langer in stand kunnen houden.

Oplossingen

Er moet naar creatieve oplossingen worden gezocht om toekomstige overschotten en tekorten te kunnen handelen. Louis geeft aan dat het Waterschap samen met de gemeente Doetinchem zogenaamde stresstesten heeft uitgevoerd waarmee inzichtelijk gemaakt wordt wat waterschappen doen in extreme situaties die bijvoorbeeld één keer in de 1000 jaar voorkomen. Het waterschap bespreekt deze resultaten momenteel met o.a. natuurorganisaties in regionale sessies. Om de continuïteit van de taken van het Waterschapbeleid te kunnen waarborgen heeft Gé Brouwer de taak om de nodige service en onderhoud te verlenen aan de stuwen en gemalen in ons gebied. Meldingen, peilbeheer en klachten worden door hem en zijn collega’s behandeld en opgelost.


Muskusratten vanger

Toos Lenderink

Het is een taak van het waterschap om muskus- en beverratten te vangen. De muskusrat komt oorspronkelijk uit Noord-Amerika en hoort eigenlijk niet in Nederland thuis (het is dus een exoot). Ze graaft uitgebreide gangenstelsels en veroorzaakt hierdoor schade aan dijken en waterkeringen. Nederlandse waterschappen hebben vier jaar lang grootschalig wetenschappelijk onderzoek gedaan, waarna de huidige bestrijdingsstrategie is opgesteld. Doelstelling is om over vijftien jaar geen enkele muskus- of beverrat meer te hoeven vangen. Bij de grens is deze marge wel iets groter. In Duitsland zetten ze niet zo professioneel in op deze vangst, omdat ze daar minder waterkerende dijken en oevers hebben. Bij hoog water spoelen de muskusratten zo ons land binnen.

Jari op zijn ronde

Jari Bremer, in dienst van het waterschap Rivierenland, maar ook werkzaam voor het waterschap Rijn en IJssel, vertelt over zijn beroep. Jari werkt als muskus- en beverrattenvanger in het gebied Slangenburg. In de Achterhoek werken veertien vangers, die elk verantwoordelijk zijn voor ongeveer 1000 km aan sloten en beken (watergangen). Deze watergangen worden afgespeurd met behulp van een quad, boot, kano of te voet. De bekende bruine rat wordt in principe niet gevangen, maar mocht deze toch gevangen worden, dan is dit een gewenste bijvangst. Als er bevers of otters gesignaleerd worden, dan wordt deze informatie doorgegeven aan de Zoogdier Vereniging. Het waterschap onderhoudt hiermee een goede samenwerking. Jari heeft een app op zijn telefoon met GPS-systeem waarop van elk vangmiddel wordt vermeld wat er is gevangen, of het een moer of ram is, de leeftijd en eventuele bijvangst. De kooizender die nu gebruikt wordt, stuurt een sms naar de vanger wanneer de kooi dichtvalt, waarna de vanger er binnen vierentwintig uur naar toe gaat.

Een nu in gebruik zijnde vangkooi

In voor- en najaar zetten Jari en zijn collega’s de vangmiddelen uit. In april-mei is het paartijd voor de muskusratten en zoeken ze elkaar op. Tijdens deze trek kan er succesvol gevangen worden. Vang je er twee in het voorjaar, dan voorkom je zesendertig muskusratten later in het jaar. Er wordt sowieso steeds meer preventief gewerkt. Een dood beest wordt teruggegeven aan de natuur en neergelegd in een bosje of op een plek waar weinig publiek komt. Voer voor de vos, marter of buizerd.

Een gevangen rat wordt teruggeven aan de natuur

Niet iedereen begrijpt waarom het vangen van deze ratten noodzakelijk is. Jari heeft tijdens zijn opleiding geleerd om met kritiek om te gaan. Hij is op zijn speurtocht altijd herkenbaar gekleed als muskusrattenvanger en loopt veel langs oevers of rijdt per quad langs oevers en dijken. Er wordt gelet op geuren, op vraat en op speciale keutels. De keutels van de beverrat zijn drie tot vier cm lang, boonvormig en blijven door hun olielaagje drijven op het water. Wanneer Jari een verstopte duiker ziet of een verzakking, dan wordt dit doorgegeven aan de afdeling Beheer en Onderhoud van het waterschap zodat dit hersteld kan worden.

Jari vindt het mooie van zijn werk dat hij continue ’de natuur kan lezen’ en alle seizoenen meemaakt.

Innovaties

Eén van de onderdelen van het zogenoemde LifeMICA-project dat door Brussel wordt gesubsidieerd, is een slimme vangkooi. Deze is nog in ontwikkeling en kan een muskus- of beverrat herkennen door middel van beeldherkenning, waardoor de vangst van een ander dier wordt voorkomen. Het gaat om een grote kooi die drijft op een tempexvlot op het water. Een ander onderdeel van het LifeMICA-project is E-DNA. Door een watermonster te nemen kan de vanger zien of er in het water DNA zit van een muskus-/beverrat. Hierdoor is het mogelijk om te zien of er een muskus-/beverrat aanwezig is in een gebied. Ook zijn de verschillende waterschappen bezig met andere innovaties. Er wordt gekeken wat drones en speurhonden in de toekomst voor hulp kunnen bieden om de doelstelling te halen.


Drinkwater van Vitens

Jeanette Wechgelaer

Het prachtige majestueuze gebouw De Pol aan de Hulleweg in Gaanderen waar vijf jaar geleden nog door Vitens water werd opgepompt, gezuiverd en opgeslagen in een kelder zo groot als een zwembad en vervolgens als drinkwater werd getransporteerd naar de diverse huishoudens, ligt er verlaten bij en is niet meer in gebruik. Vitens wil het gebouw verkopen maar de gemeente heeft daar wel voorwaarden aan verbonden. Het is een gemeentelijk monument en in het gebouw zit industrieel erfgoed.

In 1938 is het pompstation en ook de Watertoren in Doetinchem gebouwd. Vijf jaar geleden werd de winning en zuivering in dit pompstation gestopt en nu levert Arnhem via het doorleverstation De Pol richting Lichtenvoorde een deel van het drinkwater in de regio. De redenen voor deze wijziging waren de nieuwe visie van het bedrijf en kwaliteitsproblemen.

Het niet meer in gebruik zijnde gebouw De Pol

Als water aan de bodem wordt onttrokken, stelt zich een nieuw evenwicht in. In het gebied De Zumpe gaat de grondwaterstand als gevolg van de waterwinning met 5 cm naar beneden. Ook de kwel neemt met circa 5 % af. Vooral droge zomers veroorzaken een lage waterstand in het gebied. Vitens wil haar waterwinning graag duurzaam inpassen in het watersysteem. Samen met waterschap en provincie werken zij daaraan. De kwaliteit van het grondwater staat onder druk. Door een grondwaterverontreiniging van een voormalige textielwasserij zijn vluchtige koolwaterstoffen in het grondwater gekomen. Door natuurlijke processen en de invloed van de landbouw is het grondwater van De Pol zwaar belast met ijzer en mangaan (oude oerbanken) en is de hardheid van het water hoog. Zuiveren tot drinkwater is daarmee niet eenvoudig en duur.

Een peilbuis in het bos

In Slangenburg staan peilbuizen met drukopnemers die regelmatig worden uitgelezen om te zien hoe de grondwaterstand verloopt. Als gevolg van drie droge zomers treden tekorten op. Eerst was er sprake van waterafvoer en nu spreekt men van water vasthouden. In samenspraak met Waterschap wordt geprobeerd oppervlaktewater zo lang mogelijk in het gebied te houden.

Vitens streeft ernaar optimaal te leveren maar is ook gebonden aan een maximum van water dat uit de bodem mag worden gehaald. De provincie verleent vergunning hiervoor. In dit gebied heeft Vitens vergunning om bij De Pol twee miljoen kuub uit de bodem te halen. Maar Vitens maakt daarvan geen gebruik, niet omdat de waterwinning problematisch is of de kosten voor de waterzuivering te hoog zijn, maar omdat de aanvoer vanuit het rivierengebied en Montferland beter is.

Vitens is het grootste waterleidingbedrijf in Nederland dat door fusies met de waterbedrijven in de provincies Gelderland, Overijssel, Friesland, Utrecht en Flevoland is ontstaan. De kwaliteit van het Vitens-drinkwater is nog steeds van zeer hoge kwaliteit. Het is daarom verbazingwekkend dat er nog zoveel flessenwater uit de supermarkten wordt gekocht. Het milieu wordt door het flessenwater veel meer belast. Het water van Sourcy komt uit dezelfde bron als het Vitens-water. Het Vitens-water wordt wekelijks gecontroleerd en moet voldoen aan de Waterleidingwet. Bronwater moet voldoen aan de Voedselwarenwet die minder streng is.

Harold Weeteling bij het nieuwe doorleverstation

Het nieuwe bedrijfsgebouw wordt bemand door Harold Weeteling. Hij is procesoperator in dit kleine pompstation dat water doorlevert. Harold is verantwoordelijk voor het beheer en onderhoud. Hij werkt al weer 35 jaar bij Vitens. Maar het werk is veranderd. Vroeger controleerde hij putten, filters e.d. Nu bewaakt hij kwaliteit en verhelpt storingen. Hij doet het werk alleen. Harold heeft drie dochters en een zoon. En ook twee kleinkinderen. Hij woont al 30 jaar hier op deze plek en hoopt in deze mooie omgeving nog een tijdje te kunnen blijven wonen.


Abdijhoeve Bethlehem

Toos Lenderink

Alles lijkt hetzelfde gebleven, als je de oprijlaan oprijdt en de abdij, kapel en het gesloten hek ziet. Maar ben je eenmaal door dat hek, dan zie je een wereld van verschil. Ruim een jaar geleden leidde abt Henry Vesseur ons rond en vertelde over de grootse plannen. Begin oktober laat Nol Verhoeven zien waar de immense verbouwing en de inzet van vele vakmensen toe heeft geleid. Door de maatregelen in verband met het huidige coronavirus is een open dag voorlopig niet mogelijk. Maar wij, lezers van de Boode krijgen zo toch alvast een inkijkje.

Het begint al met de nieuwe, grote parkeerplaats, aangelegd aan de achterkant van het complex. Met verlichting en aanplant en een doorgang naar de ingang van het centrum. Het hele erf rondom is nu strak aangelegd met o.a. grindpaden, bloemborders en terrassen. Links naast de ingang is een winkel voor gasten. Via de hoofdingang kom je in de vroegere hooischuur. Deze heeft een metamorfose ondergaan, maar de Nemaho-spanten zijn nog wel terug te vinden. Een schuifwand kan de hoge ruimte in tweeën delen. In deze ruimtes kunnen mensen op 1,5 meter afstand van elkaar hun programma volgen. Er zijn meerdere zalen en er is een nieuwe, groene kapel met glas-in-loodramen. In de tegenover gelegen vleugel van het gebouw zijn nog twee meditatieruimtes op zolder voor meerdere groepen beschikbaar. Voor de gasten zijn zesendertig logeerkamers: dertig eenpersoons- en zes tweepersoonskamers aanwezig. De kamers zien er mooi uit, netjes afgewerkt en overal ook met een oud accessoire erin verwerkt. Bijvoorbeeld een oude balk aan het plafond. Elke kamer heeft een eigen moderne toilet- en doucheruimte. Het uitzicht vanuit de kamers op de binnentuinen is prachtig. De oude muren van de abdij geven extra sfeer en contrasteren sterk met het moderne interieur. Beneden zijn een invalidenlogeerkamer en invalidentoilet. Voor komend jaar is voor bijna alle weekenden al wel een boeking binnen. Zelfs voor 2022 zijn er al reserveringen. Boven een van de poorten van het gebouw is de vroegere fruitzolder veranderd in een studie- en bibliotheekruimte voor de monniken met ramen aan beide kanten, waar een grote tafel met stoelen uitnodigend klaar staan.

Rondom de gebouwen

De binnentuinen zijn mooi aangelegd, strak als een oude kloostertuin, maar dan met bloemen, beuken, grindpaden en gezellige zitjes. Het onderhoud gebeurt in eigen beheer. Aan de zijkant, achter de zonnepanelen en tegen het bos aan is een beschutte ruimte voor stiltegroepen. De grond hiervoor wordt nog wat opgehoogd zodat er een natuurlijke scheiding ontstaat. Een deel wordt met gras ingezaaid en een deel met bloemenmengsel. Er komen picknickbanken en een overkapping aan de schuur voor comfortabele zitmogelijkheden. Verderop is de leefwereld van de monniken. Er komt een duidelijke scheiding tussen de nieuwe groepsaccommodatie en de abdij zoals die hier al jarenlang bestaat. Verwarming en elektriciteit zijn zo veel mogelijk zelfvoorzienend. Zowel de abdij als de abdijhoeve worden verwarmd en krijgen warm water van de twee verwarmingsketels die gestookt worden met houtsnippers. Deze komen van de gekapte bomen van het eigen landgoed. Hier is een flink buizenstelsel voor nodig. Er zitten warmtewisselaars in voor warm douchewater voor de abdij. De abdijhoeve gebruikt boilers. De elektriciteit komt grotendeels van de zonnepanelen. Voor noodgevallen is er wel een gasaansluiting achter de hand.

De Abdijhoeve Betlehem wordt momenteel vooral bezocht door groepen die zelf een programma hebben: mindfulness-groepen, onderwijsgerelateerde groepen en leiderschapstrainingen. Ook daggezelschappen kunnen gebruik maken van de ruimtes en de horecavoorziening. De monniken verzorgen ook zelf trainingen. Als alle bouwvakkers, elektriciens, installateurs, stratenmakers, hoveniers, schilders en leveranciers van lampen, linnengoed, bedden, tafels en meubels eindelijk verdwenen zijn, zal er na bijna twee jaar de rust terugkeren op deze bijzondere sfeervolle plek.


Tuinman van de familie Passmann

Joop Helmink

Gert Besselink uit IJzevoorde heeft meer dan 50 jaar op Slangenburg gewerkt, eerst voor de familie Passmann in de tuinen en na de oorlog in het bosgebied. In 1967 is hij met pensioen gegaan. Mooie verhalen vertellen kleindochter Lies Ankersmit en haar tante Willy Schutter-Besselink, de dochter van Gert Besselink in het huis aan de Loordijk in IJzevoorde, waar ze beiden zijn geboren en getogen.

Bel ‘de luie bengel’.

Dochter Willy weet nog goed dat pa ‘s morgens voor dag en dauw vertrok, lopend naar het kasteel, waar hij om 7 uur door de bel “de luie bengel” aan het werk werd gezet. Die bel gaf een geluid dat klonk als “luie bengel” en gaf de werktijden aan. In grote omtrek van het kasteel was deze bel te horen. De boeren pasten er ook hun werktijden op aan. Die bel hangt nog steeds aan de muur van het eerste bijgebouw, direct links.

Willy praat met grote genegenheid over de kasteelheer en zijn familie. Ze waren heel sociaal naar hun personeel en bewoners van de omgeving. Haar vader, die als 14- jarige jongen op het kasteel kwam, heeft op een gegeven moment de volledige verantwoording gekregen over de tuinen van het kasteel. Hij moest zorgen dat het er piekfijn uitzag als de familie in de zomer en in de jachttijd het kasteel bewoonde.

Bosarbeiders in de eerste helft van de jaren ‘60:
Collectie Gijs den Hollander

Niet alleen de bloemenpracht in de perken en bakken waren een lust voor het oog in de zomer, ook de exotische planten die niet tegen de vorst konden moesten verzorgd en geplant worden. Gert heeft die exoten, zoals de oranjeboom en vijgenbomen, zelf gehaald bij naburige landgoederen en kastelen. De bloemenkamer voor overwintering is er nog steeds. De moestuin was ook een belangrijke taak voor Gert. Alle soorten groenten werden gepoot en gezaaid in de kweekbakken met glasplaten. Belangrijk was dat ze ook geoogst konden worden als de familie op het kasteel was.

Dat de familie Passmann geliefd was bij de Besselink familie blijkt uit een anekdote van Willy. Mevrouw Passmann kwam geregeld bij de familie in IJzevoorde op bezoek en vroeg dan aan de moeder van Willy “of ze uit konden met het geld dat Gert verdiende?” “Nee,” was het antwoord, waarop ze altijd iets extra’s kregen. Gert vond dat maar niets, hij was te ‘gruts” om dat te laten blijken. Zijn vrouw niet, die pakte het dankbaar aan. Ze kreeg ook geregeld lappen stof om kleren van te maken. Ze beschouwde dat als extra waardering voor wat Gert deed op het kasteel.

Van links naar rechts: zoon Gert Besselink, Gert Besselink de tuinman, zijn echtgenote, kleindochter Ada Schutter en dochter Gerda Jansen-Besselink: Collectie Gijs den Hollander

Toen het kasteel en landgoed van de familie Passmann werd onteigend na de oorlog, was de tuin rond het kasteel niet meer de grootste prioriteit voor de rentmeester. Gert ging toen vooral op het landgoed in de bossen aan het werk. Daar heeft hij ook fijne herinneringen aan, want in de bossen werkte hij met collega’s, wat veel gezelliger was. Het werk was soms ook zwaar. Als er bomen gerooid moesten worden waren er niet zulke machines bij de hand zoals tegenwoordig. Vooral “stumpen uut maken” was een tijdrovend en zwaar werk. Tegenwoordig worden de stompen van de bomen gefreesd in de grond. Toen moesten ze uit gegraven worden en werd dat hout gebruikt voor in de kachel.

Gert heeft ook zorg gehad voor de begraafplaats van de familie Passmann. Nadat de familie verdween, is het kerkhof een tijdlang verwaarloosd. Tegenwoordig wordt het kerkhof goed onderhouden. Er is een nieuwe muur geplaatst en het monumentale hekwerk is gerestaureerd. Dit komt de familie Passmann ook toe, want dit was de afspraak toen de gronden waren geschonken aan de gemeente voor de Algemene Begraafplaats aan de Kommendijk.

Eerste begraafplaats aan de Kommendijk

Willy weet nog te vertellen dat haar vader in de oorlog was opgeroepen door de Duitsers om loopgraven te graven in en rond Bingerden, vlak bij Doesburg. Hij ging ’s morgens vroeg met de fiets op pad en kwam ’s avonds terug. Dat waren spannende en moeilijke tijden.

Kleindochter Lies weet nog precies hoe opa na zijn pensionering voor zijn huis aan de Loordijk 28 zat te genieten van zijn tuin. Hij heeft jaren gewoond in het huis dat toen onbewoonbaar was verklaard maar waar hij met een speciale vergunning mocht blijven wonen.

Nu woont Lies met haar gezin weer in het totaal gerenoveerde ouderlijk huis van Opa Gert. Prachtig dat deze 18e-eeuwse arbeiderswoning bewaard is gebleven. Mooie verhalen met foto’s uit die tijd, Willy en Lies praten met genegenheid en trots over hun vader en opa.


Autobedrijf Vriezen 55 jaar aan de Pinnendijk

Joop Helmink

Achter (of voor) aan de Pinnendijk is het autobedrijf Vriezen al decennia lang een vertrouwd gezicht. Je verwacht niet snel in het buitengebied van Slangenburg een autobedrijf met een moderne werkplaats en de gemoedelijkheid die zo vertrouwd is op het platteland. Voor veel mensen is autobedrijf Vriezen het synoniem voor betrouwbaarheid, vakmanschap en service wat belangrijk is om een auto probleemloos te kunnen rijden.

Zo is het begonnen

In 1965 heeft Han Vriezen vader van de huidige eigenaar Gert Jan, de stoute schoenen aangetrokken om een autobedrijf op te starten. Hij zag het niet zitten om het wegenbouwbedrijf van zijn vader over te nemen, daar was hij te technisch voor en hij wilde graag de nieuwe technologie van het autobedrijf aan de man brengen. In het begin als een soort duobaan, want hij was ook rijinstructeur. Menigeen uit Slangenburg en omgeving heeft het rijbewijs aan Han te danken. Dit was niet altijd goed te combineren met zijn job in de werkplaats, maar de klantenkring groeide daardoor wel lekker.

Gert Jan heeft in 1988 samen met zijn vader Han de zaak voortgezet in een vof en in 2001 is hij als eenmanszaak verder gegaan.

Gert Jan vertelt dat hij met zijn éénpitterszaak, die hij samen met zijn vrouw Marian bestuurt, in deze wereld van glitter en glamour soms tegen de stroom in moet werken. Maar service, vakmanschap en vertrouwen zijn voor zijn trouwe klantenkring doorslaggevend. Dat vakmanschap is gegarandeerd door het hypermoderne testapparaat, waarmee hij bij alle merken auto’s de diagnose kan stellen. In de werkplaats, die opvalt door de ruime en opgeruimde sfeer, kan aan meerdere auto’s tegelijk worden gewerkt.

Marian is zijn trouwe compagnon. De administratie wordt door haar keurig bijgehouden en als het nodig is, wordt zelfs de overall aangetrokken om te assisteren in de werkplaats. Zij is de gastvrouw en kan bepalend zijn in het koopproces. Omdat ze de rust en goede sociale contacten kan leggen, doet de klant graag zaken bij Vriezen. Doordat Gert Jan als dat nodig is, kan rekenen op hulp van collega’s in de buurt is continuïteit ook gegarandeerd. Gert Jan en Marian hebben twee kinderen en wonen in het ouderlijk huis.

Toekomstverwachtingen

Gert Jan aan het werk

In het bestemmingsplan staat dat het adres van autobedrijf Vriezen aan de Pinnendijk industrieterrein is. Hierdoor heeft Gert Jan geen problemen met vergunningen. Voor de toekomst zijn ze niet bang. De Corona-crisis heeft geen grote consequenties voor het bedrijf gehad. De activiteiten in de werkplaats zijn een stabiele factor omdat een auto moet blijven rijden. Een trouwe klantenkring is dan belangrijk en daar heeft autobedrijf Vriezen niet over te klagen. De autobranche zal veranderen, aldus Gert Jan. De elektrische en hybride aangedreven auto’s zullen op niet te lange termijn meer worden verkocht dan de traditionele wagens met verbrandingsmotor. Gert Jan is daar niet bang voor, want door de jaren heen is de autowereld altijd een dynamische tak van sport geweest en zal dat ook wel blijven.

Gert Jan en Marian zijn echte Slangenburgers, waar traditie’s van het platteland worden gekoesterd. Het begrip ‘noaber’ kennen ze als geen ander. De 24 buren garanderen hulp als het nodig is en voor feesten en rouw zijn ze ook altijd van de partij. Prachtig om te zien dat een bedrijf als autobedrijf Vriezen onze buurt verrijkt en leefbaar maakt.

Gert Jan en Marian voor het huidige bedrijf

Knippen in de Hooiberg

Toos Lenderink

Juni 2015 betrokken Ada Woerts en haar gezin het huis De Reuvekamp aan de Kerkstraat in Gaanderen. Het voorhuis van De Reuvekamp is al in 1817 gebouwd en veel ouder dan het achterhuis. Aan de voorgevel is te zien dat er later nog een stuk bij bovenop gebouwd is. Op het veld tegenover het huis aan de andere kant van de weg werden vroeger voederbieten ( suukerreuven) verbouwd. Er stond hier een snijmachine om deze rapen tot hapklare brokken voor het vee te vermalen. En een oliemolen van klooster Bethlehem die olie voor de verlichting produceerde. Hier komt de naam De Reuvekamp vandaan.

In het huis zijn veel oude elementen bewaard gebleven. Zo zijn de boomstammen in de kap en op zolder nog steeds functioneel. De man van Ada is timmerman en heeft de balkenplafonds weer in ere hersteld. De kozijnen binnenshuis hebben weer een ouderwetse sierlijst gekregen. Alles is in een mooi landelijke grijs/groene tint geschilderd. Een grote woonkeuken en vloerverwarming beneden zorgen voor woongenot. Aan de buitenkant vensters die zowel ’s zomers als ’s winters goed van pas komen.

Op oude foto’s is een hooiberg te zien. De plek waar die stond is nu van de buren, maar de nieuwe staat nagenoeg op dezelfde hoogte. De wens van Ada om haar eigen kapsalon niet vast aan het woonhuis te hebben, bracht haar op het idee opnieuw een hooiberg te bouwen en hiervoor in te richten. Ada en haar man hebben zelf hard gewerkt aan dit eigen ontwerp met een resultaat dat veel voldoening geeft: keukenblokje, toilet, goede verlichting en een rieten puntdak dat voor luchtigheid zorgt. Kapstoelen en ruimte om haren te wassen en uit te spoelen. De sfeer straalt er aan alle ronde kanten uit. De naam Pernou is samengesteld uit de namen van haar kinderen Jasper en Manou en al vijf jaar lang is Ada hier volop aan het werk. Vanaf begin 2003 had Ada een eigen kapsalon in Doetinchem. Hiervoor werkte ze 15 jaar in diverse salons waar je soms 20 minuten kreeg voor een cliënt. “Wat voor mij belangrijk is, is dat ik voldoende tijd voor mensen heb. Dat er ruimte is om wat te vertellen.” Vandaar de keus om voor zichzelf te beginnen, al is zakelijkheid niet haar sterkste kant. Haar grootste rijkdom is het omgaan met mensen. En daar past “hup hup hup” niet bij.

Modelijnen in het kappersvak

Het kappersvak heeft modelijnen met een voor- en najaarsshow. Aansluitend kun je dan allerlei trainingen volgen. Ook het merk dat Ada gebruikt, verzorgt trainingen. Ada knipt mensen van 0 tot 93 jaar! Heerlijk om met zo veel verschillende mensen contact te hebben. Bijna alle jongens komen tegenwoordig met een plaatje: zo wil ik het hebben! “Toen ik begon was de haarstijl bij jongens heel uniform. Nu zijn ze veel zelfbewuster en kunnen goed vertellen wat ze willen en hoe. Dat vind ik juist leuk!” Voor een nieuwe klant probeert Ada meer tijd uit te trekken om de cliënt goed te leren kennen, zodat duidelijk wordt wat er precies gewenst is. Ze werkt vooral gericht op wat een klant prettig vindt. Ada heeft altijd stagiaires gehad. Omdat ze alleen werkt, is het moeilijk om een volwaardige leerplek te zijn. Dan kost het veel energie om dat toch te bieden. De verplichte sluiting in coronatijd was een nare periode. Ze miste heel erg de interactie met klanten en is blij dat er nu weer gewoon gewerkt kan worden.