Op de markt met Mark de Notenbrander

Toos Lenderink

Meer dan een eeuw geleden is er in Zelhem al een markt gestart op de Koestraat (nu Burgemeester Rijpstrastraat). Vanaf 1963 is er elke vrijdagmiddag weekmarkt in Zelhem. In het verleden werden uren van te voren alle kramen opgebouwd door de marktvereniging waarna de marktkooplui druk waren met het uitstallen van hun waren. Lang voordat de markt begon en lang nadat de markt gesloten was moest er nog uit- en ingepakt worden. Tegenwoordig komt bijna elke marktkoopman met een eigen wagen voorrijden, sluit de elektriciteit aan, opent zijgevels, zet wat reclameborden neer en binnen tien minuten kan de verkoop beginnen.

Mark de Notenbrander staat al vanaf 2009 op de markt in Zelhem. Hij is een gemakkelijke prater en heeft snel een klik met mensen. Hij begon met de verkoop van stroopwafels maar nam al gauw de notenkraam van zijn broer over. Hij staat naast de viskraam van Hendriksen waar Resi destijds werkte. Mark houdt niet van vis maar Resi zag Mark wel zitten en heeft hem uiteindelijk aan de haak geslagen. Inmiddels staan ze al jaren samen op markten in Dieren, Silvolde, Wehl, Westervoort, Beusichem en Zelhem. Het zijn lange werkdagen maar beide doen ze dit werk met veel passie en noemen het meer een hobby. Sinds de zomer van 2019 hebben ze een opslagruimte gehuurd aan de Steverinkstraat in Gaanderen. Een telefonische bestelling bij één van de toeleveranciers en de volgende dag wordt hier nieuwe voorraad bezorgd.

Het werk achter de kraam

Maandag en dinsdag zijn de dagen waarop de mobiele wagen wordt schoongemaakt en worden alle voorbereidingen voor de rest van de week getroffen. Deze kraam is samen met een timmerman helemaal naar eigen wens en smaak opgebouwd. De mooie achterwand ziet er uitnodigend uit en er is plek om alle producten overzichtelijk uit te stallen, pinda’s te branden, weegschalen waterpas neer te zetten, etc. In de opslagruimte net buiten Gaanderen worden bakjes met notenmixen, zuidvruchten, kokosrotsjes en vele andere lekkernijen afgewogen en gevuld. Klaar voor de verkoop. Ook de diverse muesli-mengsels worden hier wekelijks zelf gemaakt. Noten zijn een natuurproduct waardoor de kwaliteit per seizoen kan wisselen. Op mijn vraag of het niet heel erg moeilijk is om niet veel van al dit lekkers te snoepen bij het mengen en afwegen, komt een bekend antwoord: vooraf eten! Het assortiment wordt aangepast aan de vraag. Loopt iets niet dan wordt het niet meer ingekocht. De vruchtengriesmeel van vroeger is bijvoorbeeld vervangen door diverse zaden.

Elke standplaats is anders en publiek uit stad of dorp maakt een groot verschil. Mark heeft een extra frituurpan erbij aangeschaft en kan nu twee kilo pinda’s vers branden om aan de vraag te kunnen voldoen. Iedere notenbrander heeft zijn eigen manier van werken. Meer of minder donker bakken bepaalt de smaak. Mark gebruikt arachideolie van goede kwaliteit en bakt de pinda’s licht. Hier is in Zelhem veel vraag naar.

Toekomst van de markt

De huidige markten zijn overal een stuk kleiner geworden met vooral nog food-producten. Hier geldt ook dat de vraag het aanbod bepaalt. Als verkopers op de markt een boterham kunnen verdienen blijven ze komen. Veel mensen gaan voor de sfeer naar de markt. Het is een heel andere beleving dan boodschappen doen in een winkel. In de huidige coronatijd vinden mensen het ook prettig in de buitenlucht en op afstand van elkaar hun inkopen te kunnen doen. De kooplui nemen tijd voor een praatje, kennen hun klanten en zijn altijd goed gemutst. Kinderen mogen kiezen uit een klein zakje met toverrozijnen of magische steentjes. Zijn daarbij ook de terrasjes weer wat bezet dan is het gewoon erg gezellig.


Toekenning Friesland Campina-prijs

Meerdere melkveebedrijven ontvingen dit jaar een prijs van FrieslandCampina voor het duurzaam leveren van melk die voldoet aan kringloopeisen. De prijs was een dienblad en een tegeltje. Landelijk voldoet 25 % van de melkleveranciers aan de eisen en dat is in Slangenburg 50 %. Enkele winnaars in beeld gebracht:


Slangenburger

Joop Helmink

Volgens mij ben ik een echte Slangenburger en daar voel ik me best goed bij. Hoe is dat zo gekomen? Ik ben al jaren geabonneerd op de Slangenburg-boode en lees met plezier de artikelen die de redactie ons voorschotelt. Wij wonen in de Gaanderhei en dat voelt alsof we een beetje clandestien Slangenburger zijn. Want hoever reikt het grondgebied van Slangenburg? Her en der navraag gaf mij de overtuiging dat het grondgebied van Slangenburg wordt begrensd door de Akkermansbeek in de Gaanderhei naar de Kerkstraat in Gaanderen richting Rekhemseweg tot de Zumpe, de Zelhemseweg tot Zelhem via de Nijmansdijk richting Westendorp tot de Keppelbroeksdijk naar de Akkermansbeek.

Dat legitimeert mij om me Slangenburger te voelen omdat wij woonachtig zijn aan de Hertelerweg tegen de Akkermansbeek. Dat wil overigens niet zeggen dat grenslanders van dit gebied geen aanspraak kunnen maken op deze titel.

Ik heb ook wel wat met de Slangenburg; als jongeman uit Doetinchem liep ik al in de Slangenburg mijn joggingsrondje op de trimbaan die daar toen was en genoot van de prachtige natuur. De Zumpe was voor mij en mijn vader een prachtig wandelgebied, waar we Anna Hoegen op de fiets met de melkbussen tegenkwamen als ze naar haar koeien ging om ze te melken. De wintervoorraad aardappelen voor ons gezin die in de herfst werd aangekocht kwam van boer Heuthorst van de Varseveldseweg. Als basisschoolleerling was ik bevriend met Tonnie Heurnink van de Turfweg waar ik mijn eerste clandestiene rondje op een Berini-bromfiets samen met Tonnie maakte en scheurde over de zandwegen in IJzevoorde. Mijn vrouw Leny een echte Gaanderse heibewoonster heeft haar roots dus ook in de Slangenburg. De schaatsrondjes op de gracht tijdens de koude winters worden graag uit haar herinnering opgediept. Later toen onze dochters Karien en Lisette een baantje zochten om wat zakgeld bij te verdienen hebben ze jarenlang als kamermeisje en hulp in de huishouding op het kasteel Slangenburg dienst gedaan. Zij vertelden over het kasteelleven met de gasten; de sfeer was bijna zoals het er vroeger aan toe moet zijn gegaan op een kasteel, zo kwam het bij mij over. Ze vertelden over het interieur van het kasteel en ik was jaloers omdat ik dat ook wel zou willen beleven. Tot op heden is het er niet van gekomen om eens met een excursie mee te gaan, maar dat gaat zeker een keer gebeuren.

Het mystieke klooster van de paters heeft mij ook altijd geïntrigeerd. Als katholiek opgevoede jongen met ervaring als misdienaar heb ik af en toe een dienst bijgewoond in de kapel. De plechtige sfeer, de wierook en de mooie Gregoriaanse gezangen hebben veel indruk gemaakt.

Onze dochter Karien met haar man Edwin en hun twee kinderen zijn ook trotse Slangenburgers. Ze wonen op de voormalige boerderij van de familie Witten bij ons op het erf aan de Hertelerweg. We zijn trots dat de vierde generatie van dezelfde familie op deze plek is komen wonen. Nu onze zoon Robert Jan, zijn vrouw Jet en hun drie dochters op de boerderij de Voorst aan de Turfweg zijn gaan wonen en daardoor ook Slangenburgers zijn geworden, is de cirkel rond en is de band met Slangenburg definitief bevestigd. Alleen onze dochter Lisette met haar gezin woont op de Heerlijkheid Etten (en dat is bijna net zo mooi als de Slangenburg).

Ik hoop u in de toekomst meer te kunnen vertellen over hoe de Slangenburg en omgeving een rol in ons leven speelt.

“Good goan”


Epidemie op Slangenburg

Jan Berends

Al enkele maanden staat ons land in het teken van corona, met maatregelen die heel ingrijpend zijn voor ons gedrag en een enorme impact hebben op het bedrijfsleven, om maar niet te spreken over de zieken en slachtoffers die een diepe indruk nalaten.

In de veertiende eeuw sloeg de pest toe in Italië en daarop is de Decamerone van de schrijver Giovanni Boccaccio geïnspireerd. Hij schreef dit werk waarschijnlijk tussen 1349 en 1360.

Het boek vertelt ons over jongelui, die voor de pest vluchten vanuit Florence naar een villa in de heuvels in de nabijheid van de stad om in quarantaine te gaan. Het gezelschap bestaat uit zeven jongedames en drie -heren. Ze hebben een vaste dagindeling en vermaken zich met musiceren, dansen en spelletjes, maar na de siësta vertellen ze elkaar in een 14-daags verblijf verhalen, soms gebaseerd op een thema, soms op een vrij onderwerp. In het weekeinde gebeurt dat niet en zo worden in tien dagen tien verhalen verteld met veel humor, spot, kritiek op gezagsdragers en erotiek. Tien verhalen per dag gedurende tien dagen, totaal 100 verhalen en daaraan ontleent het boek dus de naam, Decamerone.

En nu is het voor ons erg interessant dat in kasteel Slangenburg een drietal schilderijen te vinden is dat verwijst naar de Decamerone. Niet direct meesterwerken, maar door alle gebeurtenissen van de afgelopen tijd toch aardig te memoreren en te bezien. De stukken zijn te vinden in de alkoofkamer, een schouwstuk, en in de blauwe salon bevinden zich twee deurstukken. De schilder is niet bekend, maar de herkomst wijst in de richting van de Haagse schilder J.H.A.A. Breckenheimer, (1772-1856), die werk heeft geleverd aan de familie Van der Goltz, de grafelijke familie, die Slangenburg had geërfd van de familie Steengracht.

Giovanni Boccaccio (1313 – 1375) was een Florentijnse dichter, schrijver en humanist. Boccaccio balanceerde tussen twee werelden. In zijn vroege werken richt hij zich nog volop op de middeleeuwen, de ridderidealen en de hoofse literatuur die populair was bij de adel. In zijn latere periode, onder meer onder invloed van zijn goede vriend Petrarca, hoort zijn werk bij de Italiaanse renaissance. Hij is vooral bekend om zijn Decamerone, een raamvertelling met honderd verhalen, een werk dat bepalend was voor de Italiaanse prozaliteratuur en dat vandaag tot de belangrijkste werken uit de wereldliteratuur wordt gerekend.

De alkoofkamer

Hier zien we op de schouw het begin van de eerste novelle van de vijfde dag ‘Cimon van Cyprus door de liefde ontbolsterd’. Cimon was de zoon van een belangrijk adellijk heer op Cyprus, die opgegroeid was als een botterik waaraan de vader weinig plezier beleefde. Hij werkte op het land, maar op zekere dag trok hij met een knuppel op de schouder door een bosje. Op deze plek trof hij een wondermooi, slapend meisje aan, gekleed in een dun gewaad, dat weinig van haar lichaam verborg. Ze was vergezeld door twee vrouwen en een man. Diep onder de indruk en leunend op een stok wachtte hij tot zij de ogen zou opslaan. Hij vond deze Iphigenia de mooiste vrouw die hij ooit had gezien. Hij was volstrekt sprakeloos en toen zij ontwaakte vroeg zij wat hij van haar wilde.

Deze episode wordt op het schilderij afgebeeld.

Verontrust riep zij haar bedienden om te vertrekken, maar Cimon wilde met haar mee en pas bij huis gekomen kon zij zich van hem verwijderen. Van het land keerde hij nu terug bij zijn vader en was geheel veranderd. Getroffen door de liefde veranderde hij, deed belangrijke studies, kleedde zich naar behoren en zijn ruwe, boerse stem kreeg een welluidende klank en hij werd een meester in zang- en snarenspel.

Er werden huwelijksaanzoeken gestuurd aan de vader van het meisje, maar deze werden afgewezen, omdat zij al was beloofd aan een belangrijk edelman op Rhodos, Pasimundas, die haar liet ophalen. Op reis per schip naar haar bruidegom enterde Cimon het schip en wist haar te schaken, zonder maar enige schade verder aan het schip te veroorzaken. Nu kwam men in een vreselijk storm terecht en konden ternauwernood het vege lijf redden en liepen een baai op Rhodos binnen, waar ook het eerder overvallen schip was beland. Daar werden Cimon en zijn makkers gevangen genomen, zij ontkwamen aan de doodstraf, maar werden levenslang opgesloten.

Pasimundas, de bruidegom, maakte nu plannen voor de bruiloft met Iphigenia en wilde dat zijn broer Hormisdas tegelijk met Cassandra zou trouwen.

Lisimachus, die had gedacht dat hij Cassadra tot zijn vrouw zou kunnen maken, smeedde plannen om haar te schaken en dacht daarbij aan Cimon in de gevangenis. Hij maakte contact en zo werden de plannen gemaakt om op de huwelijksdag een overval te plegen. Daar ontstond een gruwelijk gevecht, waarbij de broers Pasimundas en Hormisdas sneuvelden, de bruiden werden geschaakt, meegenomen naar het schip en daarna voeren ze vrolijk weg. Onder groot enthousiasme werden de huwelijken gevierd van Cimon met Iphigenia en Lusimachus met Cassandra en na een lange tijd van geweldige drukte en opschudding konden ze zich toch weer vestigen op Cyprus en Rhodos.

De zesde novelle op de tweede dag geeft het verhaal ‘Beritola, de reeënmoeder’, weer over een vorstelijke familie die door oorlog op Sicilië uit elkaar wordt gereten. De vader Arrighetto Capece wordt gevangen genomen, zijn zwangere vrouw Beritola vlucht per schip met haar zoontje Giusfredo naar Lipari, waar zij haar tweede zoon baarde. Met een min wilde zij naar Napels reizen, maar het schip werd door een storm naar een eiland gedreven. De arme vrouw doolde over het eiland en bij terugkomst op het strand zag zij dat hun boot was gekaapt en dat deze wegvoer met haar beide kinderen. Ze leefde lange tijd op het eiland, zoogde twee gevonden, jonge reeën, omdat zij na haar bevalling nog niet was opgedroogd en leefde van kruiden en water.

Uiteindelijk werd ze aangetroffen door Currado, die met vrouw en bedienden het eiland verkende. Beritola wordt aangenomen als bediende voor de edelvrouw en leeft aan het hof van Currado.

De ontvoerde zoontjes groeien bij de min op en worden als slaven behandeld. Uit veiligheid wordt zoon Giusfredo door de min Giannotto genoemd. Op 16-jarige leeftijd gaat hij in dienst bij Currado, waar zijn moeder gezelschapsdame is, maar hij herkent haar na zoveel jaren niet.

Hij is een knappe jongeman geworden en komt in het huis van zijn heer in aanraking met de dochter Spina, weduwe geworden op jonge leeftijd. Zij verliefden zich in elkaar en deze liefde ging maandenlang verder in vervulling zonder dat iemand het merkte. Toen ze eens door een mooi bosje wandelden, verlieten ze het gezelschap en lieten ze zich neer tussen bloemen en kruiden en begonnen elkaar ‘de zaligheden der liefde’ te gunnen.

Ze werden door moeder en vader verrast en Currado was woedend en besloot hen een smadelijke dood te doen sterven. De verontruste moeder wist haar man te bewegen hen niet te doden, maar in kerkers op te laten sluiten om hun zonden te overdenken.

Een vol jaar zaten ze onder slechte omstandigheden gevangen toen Giannotto hoorde van allerlei schermutselingen, waarbij waarschijnlijk zijn vader betrokken was. Hij beklaagde zich bij de cipier over het feit, dat hij nooit meer uit de gevangenis zou komen, waarop de cipier zich verbaasde over zijn zorg wat hoge heren onderling uitvoeren. Toen maakte Giannotto zich bekend als zoon van Arrighetto Capece en gaf zijn ware naam: Giusfredo. De cipier vertelde het zijn heer, die zich er niets van aantrok, maar zijn vrouw vroeg aan Beritola of zij een zoon had die Giusfredo heette. Schreiend vertelde ze, dat dit haar eerste zoon moest zijn. Currado laat daarop onderzoeken instellen en raakt ervan overtuigd, dat zijn gevangene van zeer voorname afkomst moet zijn. Spina en Giusfredo worden uit de gevangenis gehaald en zien er vreselijk uit, maar de liefde zal zijn loop krijgen. Na onderzoek blijkt de vader Arrighetto nog te leven en deze wordt opgespoord. Hij blijkt een belangrijke functie te hebben. Ook wordt zijn broer, die als knecht diende bij een edelman gevonden en deze edelman schenkt bij het bekend worden van de hoge afkomst van zijn knecht hem zijn 11-jarige dochter als bruid. Het verhaal eindigt met een grootse bruiloft, waarna Beritola, Giusfredo, Spina en anderen vertrekken naar Sicilië om daar verenigd te worden met Arrighetto .

En zo leefden ze nog lang en gelukkig.

Blauwe salon, deurstuk naar de hal

De eerste novelle van de vierde dag ‘Het droeve einde van een koningsdochter’, vertelt het verhaal van Tancred en zijn enige, zeer geliefde dochter Ghismonda. Doordat hij moeilijk van haar kon scheiden, was zij later dan gewoonlijk uitgehuwelijkt aan de zoon van een hertog. Maar zij werd al gauw weduwe en zo keerde zij bij haar vader terug. Zij had een genoeglijk leven aan het hof van haar vader en omdat hij wegens zijn grote liefde voor haar, geen aanstalten maakte voor een nieuwe verbintenis, nam zij zich voor een wakkere minnaar te nemen. Aan het hof waren veel mannen, edellieden en gewone en onder hen was Guiscardo, de dienaar van haar vader die haar buitengewoon beviel. Omdat hij een schrandere man was had hij al gauw begrepen dat zij heel verliefd op hem was. Zij schreef een brief die zij in een riet verborg, waaruit hij kon opmaken wat hem te doen stond.

Naast het paleis was van vroeger uit, in de rotsen een uitgehouwen hol, de ingang dicht begroeid, waarin zich een uitgehouwen trap bevond die naar een deur leidde van de kamer van Ghismonda. Nu lukte het haar de zware deur te openen en zij stuurde een brief waarin ze haar geliefde uitnodigde te komen. Voorzien van gereedschap wist Guiscardo zijn geliefde te bereiken en ze brachten een stuk van de dag ’in pure lust en zaligheid’ door. En zo ging dat vele malen.

Nu gebeurde het op een dag, dat de geliefde met haar vrouwen in het park vertoefde en vader Tancred zijn dochter op haar kamer wilde bezoeken. Zij was afwezig, maar hij besloot te wachten, zette zich op een kist en sloeg een gordijn om zich heen, leunde tegen het bed en sliep in. Omdat het liefdespaar die dag had afgesproken verliet Ghismonda de tuin en ging naar haar kamer, waar haar minnaar zich al snel bij haar voegde. Ze gingen naar het bed en ‘dolden en genoten’ van elkaar. Tancred werd wakker en wilde hen uitschelden en verwijten maken, maar om er minder ruchtbaarheid aan te geven, hield hij zich stil. Het paar bleef nog lang bij elkaar en daarna verliet de minnaar via de deur de kamer. Zij verliet de kamer en Tancred liet zich, oud als hij was, toch aan een touw naar beneden zakken. De volgende dag werd Giuscardo door twee mannen gegrepen en voor Tangred gevoerd, die hem de grootste verwijten maakte dat hij als knecht zich zo gedragen had. Giuscardo belijdt daarna zijn grote liefde. Ghismonda moet ook bij haar vader verschijnen en ook zij bekent een diepe liefde voor haar minnaar. Zij prijst haar geliefde voor zijn edele eigenschappen, al is hij slechts een dienaar.

Tancred besluit zijn dochter niet te straffen, maar geeft twee mannen de opdracht Guiscardo te wurgen en het hart uit zijn lichaam te snijden en hem te brengen. Ghismonda had zich ondertussen vergiftige kruiden en wortels laten brengen en deze verhit om het sap er uit te halen om het bij de hand te hebben voor wat zij vreesde. Toen de volgende ochtend een dienaar, gestuurd door haar vader een gouden schaal bracht met het hart van haar geliefde, kuste zij het hart en gaf de boodschap mee aan haar vader dat zij het beschouwde als het grootste geschenk en als laatste dank. Daarna weende zij lange tijd, liet zich het op de vorige dag bereide kruikje brengen, goot de vergiftige drank in de schaal met het hart en haar tranen en dronk dit op.

Nu legde zij zich gemakkelijk neer met het hart van haar geliefde tegen haar eigen hart gedrukt en wachtte zo de dood.

Vader Tancred gewaarschuwd, begon bitter te schreien, maar de dochter had nog maar één wens: Ghismonda wilde samen met haar geliefde worden begraven. Haar laatste woorden waren: “Leef met God, ik ga”. Na veel berouw en geklaag werden de geliefden in hetzelfde graf begraven.

Foto’s schilderijen: Annie Overveld


Kringlooplandbouw heeft de toekomst

Toos Lenderink

Boeren hebben absoluut geen saai beroep. Is het geen droogte, CO2-uitstoot of stikstofdiscussie, dan is het wel de veranderende wet- en regelgeving. Op proefboerderij de Marke in Hengelo Gelderland wordt al jaren samengewerkt met Wageningen Universiteit om boeren te ondersteunen. Het is niet ongewoon dat landelijk of Europees beleid wordt aangepast vanwege hun bevindingen. In 2014 ging de boerenvereniging Vruchtbare Kringloop Achterhoek en Liemers (VKA) als project vanuit de Marke van start. Er wordt van en met elkaar geleerd en data verzameld. 350 boeren in de regio doen bedrijfsvoering op basis van kringloophuishouding. Leden van de VKA zijn vooral melkveehouders en loonwerkers. De regio Achterhoek is zelfs als agro-innovatieregio aangemerkt. Anton Baks en Henk Oldenhave uit Slangenburg doen hieraan mee en vertellen hun verhaal.

Henk, die aan de Goorstraat woont en Anton kennen elkaar sinds Anton acht jaar geleden aan de Kommendijk zijn bedrijf startte. Ze hebben dezelfde interesses en gaan vaak samen op pad. Ze zijn zo’n zes jaar geleden lid geworden van een studiegroep kringloopwijzer (KLW) omdat het interessant leek en school was ook al weer zolang geleden. Je leert er van elkaar en stimuleert elkaar. Hoe kun je het beste efficiënt met stikstof en fosfaat omgaan, minder mineralen gebruiken en toch een goede opbrengst halen? Zo’n studiegroep van 10 tot 12 personen bestaat uit boeren uit dezelfde regio die via huiskamerbijeenkomsten contact hebben. Elke groep heeft zijn eigen studiebegeleider. Het is zeker geen eliteclubje.

Meten is weten

Veel gegevens worden bijgehouden en in grafieken verwerkt, bijvoorbeeld inkopen als kunstmest en voer. Ook Vitens is er bij betrokken en levert gemeten waardes in het grondwater aan. Al deze data wordt met elkaar vergeleken. De droogte van de afgelopen twee jaar heeft de balans negatief beïnvloed: mineralen zijn wel op het land gebracht en maïs is gezaaid, maar door de droogte is er weinig opbrengst. Er moest voer bijgekocht worden; weer een negatief effect.

Binnen een studieclub gaat iedereen op zijn eigen manier aan het experimenteren. Iemand is bezig om dierlijke mest als vervanger van kunstmest in te zetten. Anton experimenteert met voederbieten en weer een ander heeft een sensor voorop de grasmaaier gemonteerd om tot precisielandbouw te komen. De zelfstandige ondernemers komen bij elkaar op hun bedrijf en bespreken de resultaten. Rond de keukentafel wordt dan gesproken over de eigen ervaringen en bijvoorbeeld over nieuwe regels, bemestingsplannen of CO2-uitstootvermindering. Anton en Henk doen hier al meerdere jaren aan mee en zien er niet alleen het nut van in, ze hebben het ook gezellig met elkaar. Zij leveren al die jaren veel bedrijfsgegevens aan: onder andere voorraden, klimaatmodule, gebruik energiescan, etc. Beide leveren melk aan Friesland Campina en sinds kort eist deze melkcoöperatie dat iedere melkveehouder de kringloopwijzer (klw) invult. Henk en Anton zijn al gewend om veel gegevens bij te houden en te delen. Maar een flink aantal bedrijven heeft hier moeite mee, vooral met het verplichtende karakter. Als je de klw niet inlevert wordt de melk namelijk geweigerd.

Toekomstvisie

Er bestaan plannen om natuurgebied De Zumpe te verbinden met Slangenburg. Dit zou kunnen betekenen dat ze beiden hun bedrijf moeten opofferen aan de natuur. Begrijpelijk dat dit grote zorgen voor de toekomst geeft. Anton zit hier totaal niet op te wachten; hij is al een keer verhuisd voor natuurontwikkeling vanuit natura2000 gebied ‘Stelkampsveld’ en wenst dit niet nog een keer mee te maken.

Anton en Henk

Henk wil graag dat zijn bedrijf in de toekomst overdraagbaar is. Beide boeren benadrukken dat er al heel veel verbeterd is wat betreft milieu en uitstoot. “Deze positieve bijdrage zou door de consument en de beleidsmakers wel eens wat meer gewaardeerd mogen worden”, aldus Anton en Henk.


Modern boeren

Jeanette Wechgelaer

Boerderij De Saks aan de Steverinkstraat is een boerderij met een lange historische geschiedenis en vormt een groot contrast met de hypermoderne melkstal die boer Frans Kroets er naast heeft neergezet. Frans woont met echtgenote Edith en hun vier kinderen, twee zoons en twee dochters in de oude boerderij en moeder Margareth Kroets-Mensinck woont in een bungalow daartegenover.

Frans zag wel toekomst in de investering van een moderne grote melkstal. In 2012 werden de voorbereidingen getroffen en in 2017 is begonnen met eigen opfok naar in totaal 180 koeien. Maar toen de fosfaatquotering kwam moest Frans terug naar 125 koeien; een hele aderlating. “De quotering is gerelateerd aan de melkproductie die toen nog niet zo hoog was. Op dit moment is die wel redelijk hoog, 10.500 liter, en kon ik volgens de richtlijnen van het fosfaatquotum investeren en dientengevolge weer nieuwe koeien kopen. Nu staan er weer 180 koeien in de stal. Zo koop je terug wat eerder werd afgenomen”.

Wel toekomst?

Hoewel het aantal boeren hard afneemt en de schaalvergroting blijft doorgaan ziet Frans wel toekomst voor de boeren. Ook ondanks de drie droge zomers die invloed hebben gehad op de kostprijs.

Boer Frans

“De regelgeving is voor veel boeren een reden om te stoppen en naarmate ik ouder word heb ik ook meer moeite met de nieuwe regels. Regels ook in verband met het klimaat”.

Frans wil wel grootschalig boeren. Voor een deel wordt voor de Europese markt geproduceerd. Geëxporteerd wordt naar Parijs en Berlijn. “Er zijn in dit gebied veel boeren gestopt. De grond die vrijkwam heb ik soms gekocht. Ik hoef nu niet ver weg om gras te halen. Het aantal koeien is niet meer geworden. Ik heb ook een stuk grond gratis in gebruik waarop ik, in overleg met de eigenaar, een kruidenrijk grasmengsel heb ingezaaid. Ik lever biodiversiteit en hooi. Het is een mooi voorbeeld van samenwerking tussen grondeigenaar en boer”.

Omgevingsplan

Een landschapspark in Slangenburg? Hoe rijmt dat met het boeren hier? Frans is van mening dat een soort samenwerking moet ontstaan. “Boeren helemaal weg uit de Slangenburg, dat bestaat niet. Maar de grond voor boeren neemt af. Je ziet allerlei grote landhuizen in het landschap en er wordt veel meer bos ingeplant. Er wordt wel grond aangeboden maar ik kan niet alle grond kopen en als de provincie daar bos neer wil zetten kan ik niet zeggen dat mag niet. Maar het is natuurlijk wel jammer. Hier omheen is al veel bos en om nou overal maar bos te maken?”

De vraag is aan hoeveel boeren in Slangenburg ruimte wordt gegeven hun bedrijf voort te zetten.

“Dat aantal wordt niet genoemd. We doen ook best wel veel aan natuurbeheer. Akkerranden inzaaien b.v. voor het wild. Ik stel grond beschikbaar daarvoor maar er moeten ook vrijwilligers zijn die het bijhouden. Er moet een wisselwerking komen tussen de diverse belangenpartijen. LTO afdeling Bronckhorst zet zich goed in. Ik heb daar geen tijd voor en dat is jammer, maar ik heb vertrouwen in deze organisatie”.

Een moderne boer?

Wat is modern? “Mijn bedrijf is zelfvoorzienend wat gras en voer betreft, maar mais koop ik van de boeren in de buurt en vervolgens gaat de mest ook daar naar toe. Dat is kringloop. Tegenwoordig moet je kringloop zijn en ben je afhankelijk van de normen hoeveel mest je op een hectare grond mag brengen. De grond gaat verschralen als er geen mest op komt. Helaas worden de normen steeds strenger. Nu mag dat maar 35 kuub zijn. Het was in de jaren tachtig 120 kuub op 1 hectare en dat was niet goed, maar het slaat door tegenwoordig. Modern kan ook zijn een kleine boer met 40 koeien en een baan. Maar als je met modern bedoeld een groot bedrijf met de meest geavanceerde machines en technieken, dan zijn wij wel een modern bedrijf”.

“Het is maar net uit welke hoek de wind waait”


En de boer, hij ploegde voort….

Ans Laurens

Het is de warmste dag van juli, de zon brandt meedogenloos op het erf en de boerderij van Albert Rikkers. Een enkele zwaluw scheert er nog hoog door de strakblauwe lucht. De hond en de kat doen een middagdutje in de schaduw. Om de hoek van één van de staldeuren komt een kalfje nieuwsgierig eens poolshoogte nemen.

Dan verschijnt het bezwete hoofd van Albert ineens uit een andere stal: “Heb je nog even geduld? Ik wil nog wat koeien naar buiten doen eerst”. En weg is het hoofd weer. Natuurlijk heb ik geduld, bovendien hoef ik me niet te vervelen, er is genoeg te zien en te horen. Achter de stal hoor ik Albert de koeien aansporen door te lopen naar de wei, er is nog een ander kalfje de wijde wereld in getrokken. Daar is Albert . “Ach, zegt hij tegen het kalfje dat een beetje verloren om zich heen staat te kijken. Kom maar, deze kant heen”. Hij dirigeert het kalfje de kant van de wei op.

Kalfjes

“Nog even een beetje hooi geven en dan kom ik hoor!” Met in ieder hand een baal vers hooi komt hij de stal in. “Dat lusten ze wel, zie je dat? Ik ben een beetje laat, vanmorgen nog een bevalling gehad”. Nadat alle koeien zijn voorzien gaan we eerst kijken bij het net geboren Lakenvelder kalfje. Het is te vroeg geboren en dus wat aan de kleine kant, maar prachtig bruin met een paar kleine vlekjes. “Mooi hè, zo mooi bruin, het is toch net een ree?” Ik kan niet anders zeggen; het bruine kalfje is prachtig!

Albert: “Dat is nou het mooie van het boer zijn, de cirkel van het leven. Ik vind dat je als boer te verweven met de natuur bent om er niet zorgvuldig mee om te gaan. Ideaal zou zijn als alles in balans is. Wat je er niet instopt, komt er ook niet uit. Maar dat is best moeilijk. Om bij voorbeeld voer en grond in balans te houden zou je misschien ook kunnen proberen de kringloop groter te maken samen met collega-boeren. Er moet wel iets veranderen, dat is wel duidelijk. Het zal ook gaan veranderen, want hoe je het ook wendt of keert : Alles is tijdelijk”.

Hoe denkt Albert over boeren die naast hun bedrijf nog een andere inkomstenbron hebben? “Waarom niet? Dat was in de tijd toen mijn overgrootvader hier begon in 1880 ook zo. Hendrik Jan Rikkers was in de zomer schaapherder en in de winter maakte hij klompen. Buurman Ebbers was in de winter kleermaker. Een andere buurman was naast boer schoenmaker. Misschien moeten we wel terug naar verbreding. De laatste jaren gaat het steeds meer de kant van de specialisatie op in het boerenbedrijf. Daar kan je bijna niet aan ontkomen”.

Hooi binnenhalen

Op de vraag of Albert weer boer zou worden antwoordt Albert: “Ik denk het niet. Dan werd ik bodemkundige. Het is zo machtig interessant om de samenstelling en de vorming van de bodem te bestuderen. In de grond waarop wij leven vind je verbinding van natuur en cultuur. Ik doe dat nu als hobby en dat is ook fantastisch om te doen. Ach, ik vind het ook mooi om boer te zijn en in mijn tijd volgde je gewoon je vader op. Eeuwenlang gold hier het oude Saksisch erfrecht; de oudste zoon nam de boerderij over. Men keek toen veel meer naar de lange termijn. Je zorgde dat je voor het nageslacht iets goeds achterliet. Dat mis ik vaak tegenwoordig: een langetermijnvisie.

Als men eens zou afstappen van het kortetermijndenken en meer rekening zou houden met de toekomstige generaties, dan komen we al een heel eind”.

“Als boer ben je te verweven met de natuur om er niet zorgvuldig mee om te gaan”


Omgevingsvisie Doetinchem

Karin Wensink

Op 1 januari 2022 moet (landelijk) de Omgevingswet in werking gaan treden. De nieuwe wet moet zorgen voor een samenhangende aanpak van de leefomgeving, ruimte voor lokaal maatwerk en betere en snellere besluitvorming. Daarnaast wordt participatie bevorderd, door burgers en ondernemers zo goed mogelijk te betrekken bij de ontwikkeling van de leefomgeving. Alle gemeenten zijn verplicht om ook een Omgevingsvisie vast te stellen. Daarin wordt vastgelegd hoe de gemeente binnen het kader van de wet op lokaal niveau haar gebied wil inrichten. De gemeente Doetinchem heeft ervoor gekozen om deze Omgevingsvisie in maximale samenspraak vorm te geven door binnen 11 deelgebieden in gesprek te gaan met haar inwoners en bedrijven.

De gemeente heeft daarbij groots uitgepakt. Alle zes wethouders hebben een of meer deelgebieden ‘geadopteerd’, ambtenaren zijn vrijgemaakt voor inbreng en er zijn externe bureaus ingeschakeld om informatie uit het gebied op te halen en het proces van inspraak te stroomlijnen via ontwerpend onderzoek. Ontwerpend onderzoek houdt in dat je door het tekenen op kaarten en visualiseren van ideeën een steeds beter beeld krijgt van de kansen voor de toekomst. In deelgebied Slangenburg en omgeving zijn interviews gehouden en themasessies georganiseerd. Gedurende het proces zijn de kaarten waarmee mensen aan de slag gingen steeds verder ingevuld met ideeën en richtingen.

Gemeentelijke kaders

In verschillende gemeentelijke beleidsdocumenten uit de afgelopen jaren komt Slangenburg steeds naar voren als een gebied met potentie als het gaat om recreatie. Een parel wordt Slangenburg genoemd en dat is weer belangrijk voor Doetinchem als Centrumstad. Ook beleving is een belangrijk thema voor Slangenburg. Daaronder wordt o.a. verstaan: genieten van het landschap, recreatieve toegankelijkheid en recreatie, een gezonde leefomgeving, cultuurhistorie, natuur, landschap en biodiversiteit. Een andere grote opgave gaat over het water in het gebied. Dat heeft te maken met de toenemende droogte en hogere temperaturen, afgewisseld met kortere maar heftiger regenval.

Themasessie Recreatie en Landschap en voedsel

Op 5 maart was ‘s middags de themasessie Recreatie en Landschap en voedsel in Taverne Edelweiss. Op de zolder van Edelweiss kwam een groep van ongeveer twintig ondernemers, organisaties, ambtenaren en betrokken bewoners bijeen om in gesprek te gaan over de kansen voor recreatie in het gebied. Aan de orde kwamen ideeën over eten en slapen, welk soort recreatie ambiëren we in Slangenburg, Slangenburg als merknaam, tiny houses, wonen en werken, verbinding zoeken met andere spelers in de regio op het gebied van voedsel, cultuurhistorie, recreatie en toerisme. De algemene conclusie van de middag was dat de recreatieve potentie van Slangenburg groot is en dat het de opgave is om de recreatieve sector door te ontwikkelen met respect voor de balans die er in het gebied heerst.

Themasessie Leefbaarheid op ‘t platteland

Op 5 maart ‘s avonds vond de themasessie Leefbaarheid op ‘t platteland plaats in de Pokkershutte. De themasessie was onderverdeeld in vier workshops die gingen over het sociale leven, de ontwikkelingen op ’t platteland met betrekking tot duurzame energie, natuur en water en landbouw en met betrekking tot wonen, recreatie, toerisme en mobiliteit.

Er was een grote opkomst van inwoners, verenigingen en ondernemers uit het gebied. Een belangrijke oproep van de verenigingen aan de gemeente was om ook over de grenzen heen te kijken. Zorgen werden geuit over de (on)mogelijkheid voor jongeren om een betaalbare woning te kopen. En deze jongeren zijn hard nodig om het gebied levend te houden. Punt van aandacht is ook hoe de sterk aanwezige sociale cohesie te behouden als teveel woningen worden verkocht aan mensen van buiten de regio. Met het motto ‘Samen komen we er wel uit’ blijven we in gesprek en staan we samen sterk.

Themasessie Agrarische ondernemers

Op 16 maart zou ‘s avonds de themasessie met de agrariërs zijn. Vanaf 16 maart zat Nederland echter in de lock-down en moest vanwege de coronacrisis deze sessie uitgesteld worden. Het werd uiteindelijk een digitale sessie op 14 mei waar twaalf agrariërs, ook namens hun collega’s in het gebied, hun zorgen hebben geuit en standpunten en wensen kenbaar hebben gemaakt. Ook de boeren uit het deelgebied waartoe De Zumpe behoort hebben zich hierbij aangesloten. De ideeën op deze avond waren veelal praktisch van aard. “Gebruik je nuchtere boerenverstand en ga tijdig de boer op om in overleg te treden en samen tot oplossingen te komen”. De conclusies van de avond waren: het bewaren van het evenwicht tussen recreatie, boer en natuur; behoud van een goed toekomstperspectief voor de landbouwbedrijven; korte/directe lijntjes tussen overheid en bedrijven/inwoners; gemeente luister naar je inwoners.

Themasessie Water en klimaatadaptatie

Op 18 mei vond de themasessie Water en klimaatadaptatie plaats met vertegenwoordigers van Waterschap Rijn en IJssel, Staatsbosbeheer, BVR (ontwerpbureau voor deelgebied De Zumpe) en de gemeente Doetinchem. Hier is gesproken over hoe men kan anticiperen op klimaatverandering. Op welke manier kan water vastgehouden worden in het gebied zonder dat we daar in nattere jaren weer teveel last van hebben. Dit is een gebiedsoverstijgend thema en treft zowel de landbouw, de natuur alsook de fundering van gebouwen zoals bijvoorbeeld van Kasteel Slangenburg. De opgave is om, in samenspraak met de grondeigenaren, flexibele oplossingen te bedenken waarvan droogte en wateroverlast beide onderdeel zijn.

De kerngroep

De procesleiders Roelof en Liselore van bureau LOS stadomland BV hebben alles uitgewerkt en het resultaat is tijdens een digitale bijeenkomst op 3 juni besproken in de zogenaamde kerngroep waarin ook een aantal ambtenaren en vijf inwoners uit het gebied hebben deelgenomen.

De visie: Laat 1.000 bloemen bloeien

Deelgebied Slangenburg en omgeving is in balans. Een balans tussen landschap, natuur en ondernemerschap, een balans tussen inwoners met elk hun eigen belangen en wensen. Zo voelen de inwoners dat. En als er wat verandert, is dat met respect voor elkaar, rekening houdend met elkaar. Samen bijschaven aan een uniek gebied. Tegelijk liggen er grote opgaven te wachten en ook die hebben ruimte en aandacht nodig.

Eén kasteelheer in Slangenburg? We hebben er 600!”

In Slangenburg en omgeving doen we het samen

In de visie voor Slangenburg en omgeving pakken we die opgaven samen op, gaan we in gesprek met elkaar en verzinnen we slimme oplossingen. Werkend vanuit die balans komen we er samen uit en maken we alles nog mooier. We laten niet één bloem bloeien, maar duizend!

In deze visie voor Slangenburg en omgeving knopen we de opgaven op verschillende schaalniveaus aan elkaar tot een werkbaar gezamenlijk perspectief. Met het watersysteem en de recreatieve aantrekkingskracht maakt Slangenburg en omgeving deel uit van (boven)regionale systemen. Ook het verenigingsleven in IJzevoorde overstijgt de gemeente Doetinchem qua schaal. Het agrarische leven en het landschap zijn meer lokaal. Door de verschillende opgaven en schaalniveaus aan elkaar te knopen komen we tot:

• Een duurzaam watersysteem in Slangenburg

• Een sterk landschap met natuurparel(s)

• Een integraal perspectief voor de landbouw

• Een integrale aanpak van gebiedsdoelen

• Een veilig en toegankelijk gebied

• Een blijvend sterke gemeenschap.

Het complete rapport over deelvisie Slangenburg en omgeving, alsmede de rapporten over de overige tien deelvisies zijn te vinden op de website www.omgevingswetdoetinchem.nl.

Op 17 november 2020 (voorlopig onder voorbehoud) vindt er nog een inspraakronde plaats, het zogenoemde Stad en Land debat, waarna alle deelvisies in elkaar geschoven worden tot één visie voor de hele gemeente Doetinchem.


Boom met boodschap

Jan Berends

Wanneer men de Holdrostweg inrijdt, vindt men links een pad, dat naar de parkeerplaats voert. Bij het begin van het pad aan de rechterzijde is een inscriptie in een beuk aangebracht. Er werd mij altijd gezegd, dat deze herinnerde aan één van de vele onderduikers, die in de Tweede Wereldoorlog hun schuilplaats vonden op Slangenburg.

Nieuwsgierig geworden werd een onderzoek gestart naar het hoe en wat van deze boodschap. Er staat duidelijk te lezen:

A de Vries uut Aerdt
EKW B131
1 / 4 1945
den dag van den bevrijding
kippenhok
bij J Til
Slangenburg

Eerst voerde het onderzoek naar boerderij het Park, waar de familie Til lange tijd woonde en daarna naar Drempt, waar nog een nazaat het verhaal kan vertellen. Het betreft hier een geëvacueerd gezin De Vries uit Aerdt, dat in februari 1945 bij de familie Til op het Park terecht kwam. De verdere naspeuringen voerden naar Aerdt op bezoek bij de familie De Vries.

Hoe zat het nu precies in elkaar? Vader Bernard en zoon Jan Til waren begin 1945 met paard en wagen gevorderd door de Orgination Todt om werkzaamheden voor de Duitsers te verrichten op het Gelders Eiland. Bij het passeren van de kwekerij De Vries in Aerdt was er een Engelse luchtaanval en konden vader en zoon op de kwekerij in de kelder bescherming vinden. Bij het afscheid de volgende morgen beloofde Bernard Til, dat wanneer het nodig was de familie De Vries bij hen op Slangenburg welkom was.

In februari 1945 was het zover. Het Gelders Eiland moest ontruimd worden en zo trok de familie De Vries met een aftands paard voor de wagen richting Achterhoek. In moeilijke omstandigheden kwam men terecht in Stokkum en dan herinnert men zich de toezegging van Til. Vader De Vries trekt naar Slangenburg om de mogelijkheden te onderzoeken en het gezin kan terecht in een goed schoongemaakt kippenhok, rechts van de Holdrostweg.

Familie De Vries voor het kippenhok. V.l.n.r. staand: Evert, moeder Maria de Vries-Hasse, vader Anthonius de Vries en Wim, zittend: Nico, Johannes en Anthonius. De dochter ontbreekt (coll. Henny Til)

Het verblijf is, gezien de omstandigheden, prima. Het ontbreekt hen aan niets en men heeft een goed verblijf op Slangenburg. Dan is de bevrijding daar en wordt de betekenis van de inscriptie duidelijk: Het betreft het gezin van A. de Vries uit Aerdt, EKW betekent geëvacueerd en B 131 is het huisnummer in Aerdt. Op 1 april is de bevrijding van Doetinchem e.o. die de familie in het kippenhok bij Til beleefde.

In het proces voor de Raad voor het Rechtsherstel, waar de familie Passmann getracht heeft het in beslag genomen landgoed terug te krijgen, is ook aangevoerd, dat Hermann Passmann veel gedaan zou hebben in het belang van de vele onderduikers. Dit feit werd niet bewezen verklaard. Weliswaar had rentmeester G. Beltman wel eens met zijn landheer daarover gesproken, maar de schaarse bezoeken van Hermann Passmann haalden eventueel bewijs onderuit. De regeling van het helpen van onderduikers en het verstrekken van brandhout e.d. op Slangenburg moet geheel op het conto van rentmeester Beltman of de betreffende pachters worden geschreven. worden geschreven.

(Verkorte versie van ‘Levend monument op Slangenburg bij boerderij ’t Park’ uit Kronyck van Deutekom nummer 110, blz. 26).


Pleegzusje Anneke

Toos Lenderink

Op een miezerige middag begin januari komt Mineke Können-Woolschot uit Zaltbommel haar persoonlijke verhaal vertellen. Ze is geboren en opgegroeid in de Slangenburg, Halseweg nr 1, voorheen S 46 E.

foto

Begin zomer 1943 werd aan haar ouders, Marinus en Hanna Woolschot gevraagd om een Joods meisje in hun gezin op te nemen, zoals destijds wel meer gebeurde hier in de regio. Anneke woonde sinds korte tijd bij ds. Troelstra in Halle, maar deze werd beroepen in Wageningen. Hij vond het daar te gevaarlijk voor haar en zo kwam Anneke bij de familie Woolschot in huis. Moeder Hanna bereidde Mineke voor door haar te vertellen dat ze een pleegzusje kreeg. Mineke verstond plee-zusje en kende dit woord alleen als de destijds gebruikelijke wc. Ze begreep er dan ook niet veel van. Ze was altijd de oudste dochter in huis geweest met nog twee jongere broertjes en vond het wel leuk om een zusje te krijgen. Anneke was een jaar ouder dan Mineke en vader nam Anneke op schoot en zei tegen het nieuwe zusje: “En no’w bun i‘j de oldste”. Ze kreeg meteen een vaste plek in het gezin. Gelukkig klikte het vanaf het begin goed tussen Mineke, Anneke en de andere gezinsleden. Anneke had het wel over haar twee broertjes maar niet over haar ouders. Ze vertelde dat iemand haar had begeleid tijdens de reis per bus. Mineke kende alleen de cacao- en beschuitbus en was dan ook heel verbaasd te horen dat die bus zo groot was, met wielen eronder en dat daar dan mensen in zaten!

Leerplicht

Op 1 april 1944 was Anneke zes jaar en zou ze eigenlijk naar school moeten. Maar in de Nijmanschool zaten Duitsers en vader vond het risico veel te groot. Een jaar later, op 1 april 1945 was de oorlog in Slangenburg voorbij en begonnen Mineke (6 jaar) en Anneke (7 jaar) gezamenlijk als een tweeling op de lagere school. Ze gingen identiek gekleed en zaten altijd naast elkaar. Op een gegeven moment wilden ze allebei ook wel naast een vriendinnetje zitten maar moeder Hanna zei:” I’j wet wa’j an mekare hebt, blief maor naost mekare zitten”.

Herman, Wim, Mineke Woolschot en Anneke

Tijdens de oorlog werd de familie soms door een oom (die bij het verzet zat) gewaarschuwd: “Er komt een razzia aan”, waarna Anneke door vader werd weggebracht om tijdelijk elders onder te duiken. Aan het eind van de oorlog waren er Duitsers ingekwartierd op de boerderij. In de opkamer stond zendapparatuur. Dit was voor de kinderen spannend maar ook wel leuk. De soldaten maakten grapjes met de kinderen. Maar ze waarschuwden vader ook: “Pas op voor die éne man, die schiet je zo maar overhoop”. Op advies van deze Duitsers brachten ze de nacht met het gezin door in de kelder. De volgende ochtend waren de Duitsers verdwenen. Tijdens de bevrijding mochten Anneke en Mineke naar de verharde weg. Daar hielden de bevrijders halt en trakteerden op chocolade. Andere buren, o.a. Jo en Gerrie Wolsink waren hier ook. Iets lekkers werd thuis altijd gedeeld maar de bevrijders zeiden dat ze ook chocolade meekregen voor thuis en dat ze dit hier echt mochten opeten.

Hereniging met overgebleven familieleden

De ouders, pleegzusje Anneke en de broertjes van Mineke

Na de oorlog bleek dat van de familie van Anneke van vaders kant alleen opoe en tante Lien de oorlog hadden overleefd. En van moeders kant de zussen Gretha (met gezin) en Els. Tante Els vindt Anneke terug en wordt haar voogd. Mieneke’ s vader wordt toeziend voogd. Vanaf dat moment hebben Mineke en Anneke twee paar ouders. Anneke heeft de lagere school afgemaakt in de Nijman. Maar daarna vond haar familie dat Amsterdam beter was voor haar verdere scholing. Mineke had mede door haar contacten in Amsterdam een sterke drang zich verder te ontwikkelen. Woonde zelfs een tijd in Amsterdam bij tante Els en oom Dick in, die haar graag wilden bemoederen. Ze ging naar Amerika. Mineke besefte als jong meisje al dat vrede en vertrouwen niet vanzelfsprekend zijn. Anneke is op 23-jarige leeftijd getrouwd en heeft met twee dochters, een zoon en kleinkinderen een rijk gezinsleven. Tussen de gezinnen van Anneke, Mineke en tante Els ontstond een heel speciale band.

De Duitsers lieten in de jaren 40-45 hun oog vooral vallen op monumentale panden om te vorderen. Zo ook het huis aan de Varsseveldeweg 234, waar tot voor kort Riek Klumper-Luesink woonde. Hier waren SS-ers ingekwartierd die halsoverkop naar Doesburg vertrokken om in Arnhem parachutisten te bestrijden. Op de buitenmuur van het huis zijn de ingekerfde SS-kenmerken nog te zien.