Plaggenhut brengt Zelhemse geschiedenis tot leven

Harry Krul

Plaggen Hendrik en Smoks Hanne proberen de Zelhemse folklore extra kleur te geven. Met originele ideeën vullen zij de Zelhemse geschiedenis aan met sagen en legendes. Het nieuwste initiatief van Stichting Plaggen Hendrik is de bouw van een originele plaggenhut.

Op bezoek bij Willy Dierssen, een bevlogen bestuurslid van Stichting Plaggen Hendrik, wordt het verhaal achter dit project uit de doeken gedaan. Bij het 25-jarig bestaan van de Stichting Plaggen Hendrik kwam men met het plan om ter ere daarvan een echte plaggenhut te bouwen. Zo’n idee is leuk natuurlijk, maar daarna komt het op de uitwerking en realisering aan.

Plaggenhutten waren eenvoudige ‘woningen’ die te vinden waren in de armste gebieden van Nederland, vaak bewoond door grote gezinnen. Eind 19e en begin 20e eeuw kwam de plaggenhut als makkelijk te bouwen en goedkoop in trek bij de ‘gewone man’. Vooral veenarbeiders, arme boeren, dagloners en kolenbranders, maakten er gebruik van. Maar de leefomstandigheden waren erbarmelijk. De hutten waren slecht te verwarmen, altijd vochtig en het krioelde er van ongedierte.

Om een plaggenhut te bouwen is allereerst een plek nodig. Er was de ongeschreven wet dat als je in één dag de hut bouwde en de kachel aan het branden had, dat je dan op die plek mocht blijven wonen! Het betekende dat je een langwerpige kuil van ca 50 centimeter diep en 4 meter breed en 6 tot 8 meter lang uitgroef. De wanden vormden dan de muren, bestaande uit zand. Daarboven werd dan een houten geraamte van boomstammetjes en dikke takken gemaakt. Dit alles moest goed stevig met elkaar verbonden zijn natuurlijk. Op dit geraamte werden plaggen geplaatst, meestal heideplaggen, maar soms werden hiervoor grasplaggen of riet gebruikt. De vloer kon verstevigd worden met leem, keitjes of platte stenen. Aan het éne uiteinde kwam de schoorsteen en aan de andere kant de deur en eventueel ramen. Natuurlijk waren er veel mogelijkheden om de hut sterker en beter te maken. De levensduur van deze plaggenhutten was beperkt, en het was vaak zinvoller een nieuwe hut te bouwen dan de oude op te knappen.

Terug naar het plan van de Stichting Plaggen Hendrik om een plaggenhut te bouwen. Het eerste idee stuitte o.a. op de coronaperiode en werd door het bestuur van Plaggen Hendrik doorgeschoven naar het 30-jarig bestaan in 2024. Intussen was over de plaats van de plaggenhut overlegd met de gemeente en met het bestuur van Museum Smedekinck, over de mogelijkheid om de plaggenhut aldaar een vaste plek te geven. In eerste instantie bleek het ‘bouwblok’ hiervoor te klein. Dat betekende dat er een nieuwe vergunning aangevraagd moest worden. Dit zorgde voor nog eens anderhalf jaar vertraging. Financiële middelen werden gevonden via culturele fondsen, de Rabobank en allerlei acties. Een klein bedrag ontbreekt nog, maar er is inmiddels voldoende budget om binnenkort te kunnen starten. Staatsbosbeheer is bereid gevonden om het hout en de plaggen te leveren. De hut wordt vergelijkbaar met de hut die in Hoenderloo is gebouwd. De bouw wordt begeleid door Stichting Plaggen Hendrik. De planning is dat de hut in de herfst toegankelijk is voor publiek.

Omdat de plaggenhut door Museum Smedekinck als educatief middel voor basisscholen gebruikt gaat worden, is het natuurlijk van belang dat hij een langere levensduur heeft dan de oorspronkelijke hutten.

Daarom, zo geeft Willy Dierssen aan, worden op het houten geraamte extra platen, plastic en gaas aangebracht, zodat de plaggen langer meegaan en het klimaat in de hut beter blijft. De zijwanden worden ook met houten planken verstevigd. De deur, raamkozijnen en schoorsteen zijn van hout, waarbij de schoorsteen tegen de hut is aangebouwd.

Met deze bouw zorgen Stichting Plaggen Hendrik en Museum Smedekinck voor een mooie uitbreiding van dit museum. Basisschoolleerlingen krijgen een beter beeld van de lokale geschiedenis  en worden zich bewust van de armoe waarin men vroeger leefde en de gevolgen daarvan. Een waardevolle aanvulling op het educatieprogramma rond geschiedenis, cultuur en duurzaamheid.

Net als Smoks Hanne is Plaggen Hendrik niet meer weg te denken uit het Zelhemse straatbeeld. Veel Zelhemse ondernemers hebben daarop ingespeeld. Het gevolg is dat veel mensen niet weten dat veel historische feiten rondom deze personen verzonnen zijn binnen de stichting. Maar het levert wel folklore en saamhorigheid binnen het dorp op en prachtige plaatjes tijdens de kermisoptocht. Eén van de bedachte producten is de Plaggen Hendrik Foezel, ‘een zuivere geestnevel voor de krachtige drinker’, die aangeeft rijk te zijn aan Zelhemse kruiden. Wie weet levert deze nog meer mooie plannen op.


Word ook Herenboer en verbouw je eigen eten

Carel de Vries

“Wij hebben echt heel veel geluk met de familie Hammink, de samenwerking verloopt zo mooi”, zegt Karin Aalders, voorzitter van de kersverse coöperatieve vereniging Herenboerderij ’t Maatje. “En wij zijn heel blij met het initiatief Herenboeren”, zegt Heleen Hammink. “Het is voor ons een hele mooie manier om het familie-erfgoed in stand te houden.” (op de foto ziet u v.l.n.r. Jan Hammink,  Liesbeth Hammink, Heleen Hammink, Karin Aalders en Dorinde van Bekkum)

We zitten aan de keukentafel bij Jan Hammink aan de Vreeltstraat in Gaanderen. Rond de tafel zitten verder Heleen Hammink, dochter van Jan, Karin Aalders en Dorinde van Bekkum, bestuursleden van Herenboerderij ‘t Maatje. Dit is de plek waar de familie Hammink al sinds 1836 boert. Jan vertelt: “Dit bedrijf is destijds gekocht door een voorvader, een rijke bierbrouwer uit Breedenbroek. Mijn twee dochters zijn nu de zesde generatie Hammink op dit bedrijf. Het is altijd voor de streek een grote boerderij geweest met ruim 40 ha grond. Ik ben hier in ’72 begonnen met boeren. Destijds hadden we hier zo’n beetje van alles wat, koeien, kippen, varkens, groente, graan, fruit. Maar ik bouwde toen al snel een ligboxenstal voor ruim 80 koeien en heb me gespecialiseerd in de melkveehouderij. Toen de melkquotering kwam in de jaren tachtig is het aantal koeien wat afgenomen en heb ik de akkerbouw weer wat uitgebreid. Eind jaren negentig stond ik voor de keuze hoe we verder moesten met het bedrijf. De stal was aan vervanging toe, maar mijn dochters waren geen bedrijfsopvolger. Ik ben toen andere plannen gaan maken.”

Nieuw landgoed

Begin deze eeuw begon de provincie beleid te maken voor het stichten van nieuwe landgoederen. Jan kreeg daar lucht van en meldde zich als één van de eerste pioniers. “Ik ben in ’98 met de plannenmakerij begonnen. In 2003 zijn we toen het boerenbedrijf gaan omvormen naar een landgoed. De koeien gingen weg en de oude ligboxenstal werd gesloopt. We mochten volgens de provinciale regeling enkele bouwkavels ontwikkelen, daarmee konden we de omvorming financieren. Dertig hectare plantten we in met bos en elf hectare bleef reguliere landbouwgrond. Die grond hebben we steeds verpacht aan een akkerbouwer die er vooral aardappels teelde.” Inmiddels doet Jan een stapje terug en is de volgende generatie aan zet om het bedrijf verder te ontwikkelen.

Herenboeren

Heleen: “Wij willen op de elf hectare landbouwgrond iets anders doen dat beter past bij de natuurontwikkeling. Je hebt allerlei organisaties die dat willen, zoals Land van Ons en Lenteland, maar die willen de grond van je kopen. Wij willen het familiebezit in stand houden. Toen kwam ik de Stichting Herenboeren op het spoor. Ik heb me daarin verdiept en dat sprak ons erg aan.”

Het concept Herenboeren ging tien jaar geleden van start in Brabant. Het idee is dat een lokale groep burgers een boerderij pacht en daar gezamenlijk op een natuurvriendelijke wijze het eigen voedsel gaat verbouwen. Een soort moderne, collectieve variant van de volkstuin. Inmiddels zijn er in het land al 23 Herenboerderijen actief van gemiddeld ca 20 ha, waar zo’n 9000 burgers verantwoordelijk voor zijn. Het zijn gemengde bedrijven waar, onder begeleiding van een professionele bedrijfsboer, de burgers zelf hun groenten en fruit telen en kleinschalig kippen, varkens en koeien houden. Meewerken mag, maar moet niet. Er zijn in het land momenteel zo’n 25 Herenboerderijen in voorbereiding. Eén daarvan is Herenboerderij ’t Maatje, de eerste in de Achterhoek.

Klein begin

Het Achterhoekse avontuur begon met een telefoontje van Heleen naar de landelijke stichting Herenboeren. Dat leidde in november ’24 tot de eerste stap: een informatiebijeenkomst in herberg ’t Onland. Karin Aalders had zich al eerder als geïnteresseerde ingeschreven bij Herenboeren en dacht ’dat is iets voor mij.’ Karin: “Ik ben een echte liefhebber van de natuur en het buitenleven. Weten waar je eten vandaan komt en dat het duurzaam is geproduceerd vind ik belangrijk.” In ’t Onland toonden veertig mensen interesse. Het idee sloeg aan en in januari ’25 was er een vervolgbijeenkomst waaruit een groep van twaalf kartrekkers naar voren kwam, waarvan Karin de voorzitter mag zijn. Inmiddels is er een coöperatie opgericht en zijn er diverse werkgroepen actief die onderdelen van de Herenboerderij verder uitwerken. Het plan is om tijdens de Week van de Circulaire Economie van de gemeente Doetinchem, eind maart, Herenboerderij ’t Maatje officieel te openen.

Karin: “We gaan van start, maar zijn met de huidige zestig leden eigenlijk nog te klein: 200 leden is officieel de startdrempel. Nieuwe leden zijn dus zeer welkom. De elf hectare van Hammink is voor ons nu nog te groot. Maar de familie Hammink komt ons echt tegemoet en verpacht ons eerst 2 hectare. Wanneer we groeien kunnen we meer land bij pachten.” Jan Hammink: “Als je samen iets nieuws van de grond wilt krijgen, moet je elkaar een beetje tegemoet komen.”

Zo word je Herenboer

Altijd al Herenboer willen worden? Dit is je kans! Met een eenmalige inleg van €2500,- ben je mede-eigenaar van Herenboerderij ‘t Maatje. Het is geld op naam, dus je kunt je aandeel eventueel t.z.t. aan een ander verkopen. Maar dat kan pas na drie jaar. Verder betaal je een contributie, afhankelijk van hoeveel monden je wilt laten mee-eten, van €11,- tot €15,- per week. Die contributie geeft je recht op een wekelijkse krat met verantwoord, biologisch voedsel van eigen land. Karin: “We hebben het uitgerekend en dat komt ongeveer overeen met de kosten die je anders in een week kwijt bent voor biologisch voedsel.”

Dorinde vult aan: “We weten dat het inleggeld voor mensen met een smalle beurs een probleem is. Maar ook voor hen willen we mogelijkheden ontwikkelen om mee te doen. Daar werken we aan in onze speciale werkgroep ‘de smalle beurs.’ Iedereen die wil, moet kunnen aansluiten. Het is zo leuk om deel te zijn van deze groep, om samen te werken op het land. Dat gemeenschapsgevoel gun je iedereen.” Nieuwsgierig? Elke laatste zondagochtend van de maand is er een rondleiding op de boerderij.


Zorgboerderij Slangenburg: uitnodigend en sociaal betrokken

Hanneke van de Velde

Op een zonnige vrijdagmiddag in september bezochten negenentwintig leden van onze Stichting, Zorgboerderij Slangenburg aan de Kommendijk. We werden hartelijk en gastvrij ontvangen door Falco, de directeur, die met hart en ziel vertelde over deze onderneming. Belangrijk bij dit sociale ondernemerschap is: zoveel mogelijk doen met de beschikbare middelen, voor de mensen om wie het draait – en dat alles op een plek waar zorgvuldig wordt omgegaan met gemeenschapsgeld. We kregen een uitgebreide rondleiding over het terrein, begeleid door Falco’s bezielende verhaal.

Sociaal ondernemerschap

Op Zorgboerderij Slangenburg wordt per individu gekeken wat iemand kan en wil. Daar worden de werkzaamheden op afgestemd. Het doel is niet om een eindstation te zijn, maar juist een leerschool: een plek van persoonlijke groei en ontwikkeling op weg naar zelfstandigheid.

De werkzaamheden zijn veelzijdig

*In de moestuin wordt gewerkt onder begeleiding van diverse vakkrachten.

* Sinds kort verzorgt de zorgboerderij ook maaltijden voor de broeders en  bezoekers van de abdij. Daarbij wordt er gebruik gemaakt van verse producten uit de eigen moestuin.

* Daarnaast wordt er hovenierswerk, stratenmakerij en zwerfvuilbeheer gedaan voor BUHA Doetinchem, door teams van betaalde vakkrachten samen met cliënten van de zorgboerderij.

* De natuurcamping Distelheide valt ook onder beheer van zorgboerderij Slangenburg.

*In de houtwerkplaats kun je prachtige dingen laten maken, zoals degelijke tuinbanken.

GroenteBuur, een nieuw en uniek maatschappelijk initiatief

Nieuw is het initiatief GroenteBuur. Samen met deelnemers van Stichting Zorgboerderij Slangenburg telen tuinders op een natuur inclusieve en pesticidevrije manier een grote verscheidenheid aan groenten, fruit en kruiden.

Afgelopen jaar werden er maar liefst drieënzestig verschillende gewassen verbouwd. Door de diversiteit aan gewassoorten is de kans op ziekten beperkter. Daardoor is de continuïteit in de oogst beduidend groter.

Hoe werkt GroenteBuur?

Als klant met een zelfplukabonnement bij GroenteBuur, word je oogstdeler. De zorgboerderij geeft namelijk eenzelfde abonnement gratis weg aan een noaber voor wie vers voedsel geen vanzelfsprekendheid is. De verse oogsten gaan naar Voedselbank Doetinchem en Mini Mannamarkt. Je mag als klant wekelijks zelf komen oogsten vanaf het moment dat je start met je abonnement. Dit loopt tot en met het einde van het moestuinseizoen in november. De sfeer bij de moestuin is hartverwarmend en de medewerkers en vrijwilligers van de boerderij geven de klanten informatie en ondersteuning bij het oogsten.

Net als tijdens onze rondleiding ervaren bezoekers ook dan weer die enorme gastvrijheid.

Wil je meer weten over zorgboerderij Slangenburg en GroenteBuur:

kijk op: www.groente-buur.nl of https://zorgboerderijslangenburg.nl


Gerda Heurnink-Bosman wier op 25 september maor liefst 100 joor!

Toos Lenderink

Ze vertelt: “Honderd, dat wödt ow egeven. ’t Is gien verdienste of zo.”
Ze hef ’n hele mooie verjaordag ehad. De buur’n hadden ’t mooi versierd en d’r was de hele dag anloop. Behalve völle bloemen en kaarten kri’g ze ok ’n brief van de secretaris van de koning. Met d’r bi-j ’n foto van koning Willem-Alexander en koningin Máxima. Groot’n indruk maakten de vaandelzwaaiers van buurtvereniging Slangenburg.
Al met al ging ze ’s aoves al um 9 uur naor bedde en was met vief minuten vertrokken.

Ze is geboren an de Diepengoorsestraote, nog gin kilometer hier van de Turfweg vandan. Eur jongste zus, Marietje Tomassen, woont nog altied op ’t olderlijk huus en ze hebt geregeld contact via de telefoon. Efkus bi-j mekare op de koffie is lastig, want beiden loopt met ’n rollator en dan is de afstand toch net wat te wiet.

Toen ze 95 was, wier eur ri-jbewijs nog met vief jaor verlengd, maor op eur 97e stopte ze d’r zelf met. “’t Ging nog goed en vlot zat, maor ik begon minder goed te ziene. En i’j wilt ‘n ander niks andoen.”
Ze mist ’t autori-jen wel, want now mot ze de kinder vraogen en dat vindt ze maor niks.

As kind uut ‘n katholiek gezin met negen kinder, ging ze lopes naor de katholieke schole in Dörkum. Dat was 4,5 kilometer lopen!
Ze verslet in drie wekken tied ’n paar klompe. Later kreeg ze schoene, die gingen langer met.
In die tied stond d’r bi-j Haank ‘n liekwagen estald. Op ’n heite woensdagmeddag liep ze toevallig allene van schole naor huus. De liekwagen met peerd d’r veur kwam läöge terug van de begraafplaats an de Loolaan. Gerda sprong achterop en zo ging ze op huus an, zittend in de wagen met de gordiene dichte en de bene d’r uut stekkend.
Onderweg mossen de mensen lachen um die bungelende bene.

Wat heb i’j in de loop van 100 jaor zoal zien veranderen?
“As d’r vrogger un auto langs kwam, dan kek i-j daor naor. En veur ’t strieken mos i-j eerst een gluujend heit stuk gietiezer met ’n tange uut de kachel halen en in de striekbolt doen. Dan ko’j weer ’n hötjen strieken. De was doen in ’n holten wasmachine was ok zwaor wark, want den mos i-j met de hande draejen. Later wier ’t waswater in de fornuuspot heite emaakt. En dan de was op ’t gres bleiken. In de winter kreeg i-j dikke opgelopen arme van de kelde.”

Hoe was ’t gezinslaeven vrogger?
Gerda kreeg verkering met buurjonge Gerrit. Ze trouwden hier in bi-j zien moeder en ongetrouwde bruur. Ze kregen samen vier kinder.
Gerda had een opleiding veur coupeuse ehad in Dörkum en de mensen brachten naejwerk bij eur an huus. Maor dat verdiende “ut zalt in de pap niet.”
Later ging ze warken bi’j kledingzaak Smeenk in Zelhem as coupeuse, dat leverde wat meer op. Ok maakte ze klere veur zichzelf en de kinder.
Eur man was eerst ’n lange tied ziek en stierf toen hi-j 68 jaor old was. “Ik heb ’n geweldig lieve man ehad. ’t Was wel effen heel moeilijk toen hee d’r niet meer was.”

Hoe zut ’t dagelijks laeven d’r now uut?
Gerda redt zich nog heel goed zelf. Ze kan schaterlachend vertellen en zegt: “Ik sprek gin wartaal!” Eén keer in de wekke kump d’r huusholdelijke hulp. “Ik vuul mien better as ik zelf in bewaeging blief en ik hol ’t wieters un betje bi-j.” As ik muu bun, gao ik efkes in de stoel zitten met de ogen dichte.”
Ze laest geerne, maor hef wel goed licht neudig en ’s aovonds kik ze tv as d’r wat moois op is.
Wieter geniet ze van de familiedage, verjaordage en van lekker etten samen met familie en bekenden.


Kunst in de kijker

Hans Wisselink, studio Mooibos

Anneke Zwager

Aan de Kuiperstraat net buiten Halle-Heide heeft Hans Wisselink veertien jaar geleden zijn stek gevonden: een huis met een werkplaats voor zijn houtbewerking. Hij woont met zijn gezin in het achterhuis; hun vrienden wonen in het voorhuis. Hoewel hij zelf hier niet is opgegroeid is de omgeving hem niet vreemd. Zijn moeder kwam uit de Heelweg en zijn vader uit Harreveld.

Als ik de werkplaats binnenstap is het mij meteen duidelijk: dit is niet zo maar een hobbyschuurtje, hier werkt een man met passie voor hout die hoge eisen stelt aan de eindproducten. Bekend zijn zijn portretten van Mandela, Willem-Alexander en Maxima, gemaakt uit duizenden kleine stukjes hout in vijf verschillende hoogtes en tien verschillende houtsoorten. Het geeft de indruk van een portret in grove pixels. De portretten zijn gebaseerd op foto’s, die zijn omgezet naar werktekeningen. Daarnaast heeft hij sculpturen gemaakt van hout. Hij laat zich vooral inspireren door de kleuren en de structuren van het hout.

In de werkplaats staat een tafel met verschillende draaibanken, zie ik overal schappen en planken met stukjes gezaagd hout en lades met allerlei gereedschappen en bakken met samengestelde plakjes hout in mooie kleuren. Daar wil ik straks meer van weten.

Hans maakt voor de verkoop houten sieraden zoals ringen, oorbellen en hangers met bijbehorende doosjes en tevens kleine meubels als tafeltjes en ladekastjes. Hij is zelf druk met bestellingen die vanuit geheel Nederland en België via de website binnenkomen. Studio Mooibos heet de zaak. Zijn dochter Mariëlle doet de klantcontacten en onderhoudt de website. Zij is geheel ingevoerd in de zaak maar woont en werkt in Arnhem en heeft twee jonge kinderen. De huidige taakverdeling werkt voor hun beiden op dit moment het beste.

Hans maakt niet alleen zelf mooie dingen maar geeft ook workshops aan wie het maar wil, ook op locatie. Zijn opleidingen komen hierbij van pas. Oorspronkelijk is hij opgeleid als gymleraar. Hij maakte de overstap naar activiteitenbegeleiding in de zorg en kreeg steeds meer met houtbewerkers te maken. Hij deed daarna de opleiding tot meubelmaker en kon als zzp’er een eigen dagbesteding opzetten voor mensen met niet-aangeboren hersenletsel (NAH). Dat heeft hij jarenlang met veel plezier gedaan. Helaas moest hij daar vier jaar geleden door ziekte mee stoppen.

En die bakken met die mooie plakjes hout?  Daar worden de ringen uit gezaagd. Veel van die soorten kennen we wel: eiken, beuken, linde, esdoorn, wilg en noten. Ze hebben hun eigen kleur, structuur en hardheid. Om het kleurpalet te vergroten is ook wat tropisch hardhout toegevoegd zoals het paars van purperhout. Er worden eerst laagjes van verschillende houtsoorten kruislings op elkaar geplakt voor extra stevigheid. Uit deze plakjes wordt de ring geboord, die heeft dan meteen meerdere kleuren. Daarna komt het proces van zagen, draaien, vijlen en lakken. En dat laatste kan al in een workshop van twee uur. Het werken met de apparatuur vereist concentratie maar moeilijk is het niet. Zijn jongste klant was zeven jaar. Allerlei groepen, families en stellen weten Studio Mooibos te vinden. Soms heeft hij bijzondere klanten; laatst nog een duo voor trouwringen van de verschillende houtsoorten uit hun geboortestreek. Ja, die verhalen die tijdens het werk worden verteld, daar geniet hij echt van.


Kasteel Slangenburg, je stapt een andere wereld in.

Hanneke van de Velde

De afgelopen jaren is er veel gebeurd rondom Kasteel Slangenburg. Van gasthuis naar opengesteld monument en prachtige vakantiehuisjes.

Mark van den Bos, directeur en bestuurder van Monumentenbezit, geeft een kijkje in de toekomst van Kasteel Slangenburg. Brigitta Hofman – van der Meer en Bobby Knopjes, medewerkers op locatie Slangenburg, geven een indruk van de dagelijkse activiteiten in en om het kasteel.

Bevlogenheid en passie

Opvallend aan de interviews met Mark, Brigitta en Bobby is de bevlogenheid en het enthousiasme waarmee zij spreken over Kasteel Slangenburg. ‘Hun’ kasteel verdient het om behouden te blijven voor toekomstige generaties, zodat velen er nog lang van kunnen genieten. En daar dragen ze allen enthousiast hun steentje aan bij. De een met strategische plannen voor onderhoud en budgettering, de ander met de dagelijkse gang van zaken, zoals rondleidingen en evenementen.

Dit enthousiasme is ook terug te vinden in het onlangs gevormde vrijwilligersteam dat de rondleidingen op het kasteel verzorgt. Informatie over wat ook een beetje als hun kasteel aanvoelt, wordt gretig verslonden en gedeeld.

Stichting Monumentenbezit

In 2015 werd de stichting Monumentenbezit opgericht om monumenten vanuit het Rijksvastgoedbedrijf over te dragen. Naast Slangenburg (in 2016 overgedragen) zijn dat onder andere Buitenplaats Trompenburgh in ’s-Graveland en Kasteel Radboud in Medemblik. Centraal is er inmiddels een team dat zaken voor meerdere locaties van Monumentenbezit kan bundelen of de diverse lokale teams van de monumenten ondersteunt ten aanzien van allerlei zaken zoals marketing of promotie.

Ontwikkelingen bij Kasteel Slangenburg

Kasteel Slangenburg stond in de omgeving bekend als gasthuis voor mensen die rust of stilte zochten, soms in combinatie met een bezoek aan Abdijhoeve Bethlehem. Door onder meer Corona bleven de boekingen achter bij wat financieel nodig was. Het kwalitatief verbeteren van de ruimtes om meer mensen aan te trekken, zou te veel kosten en het karakter van het kasteel te veel aantasten, wat niet paste binnen de doelstellingen. De Abdij heeft inmiddels voldoende invulling gegeven aan capaciteit en kwaliteit van overnachten, waardoor de doelgroep van het gasthuis daar nu terecht kan. Daarom is er voor Slangenburg gekozen voor een andere vorm van exploiteren: een museumfunctie. Hierdoor is het kasteel toegankelijk geworden voor iedereen die er een kijkje wil nemen.

Kasteel Slangenburg volop in ontwikkeling

Inmiddels zijn er wekelijkse rondleidingen gestart door de benedenverdieping. Hier komen familiegeschiedenis, architectuur en mythologische verhalen over de schilderingen aan de orde. De passie en het enthousiasme van de gidsen zijn te verkiezen boven een anonieme audiotour. Drijvende kracht hierachter is coördinator Brigitta, die voorheen al in het gasthuis werkte.

De toekomst

Met de rondleidingen is een eerste stap gezet om het kasteel voor een breder publiek toegankelijk te maken. Ook de kasteelhuisjes op het plein voor het kasteel zijn prachtig gerenoveerd en ingericht als sfeervolle overnachtingsplekjes.

Plannen voor rondleidingen voor scholen zijn al in een vergevorderd stadium, waarbij  deze worden aangepast aan de leerplannen op die scholen. Zo wordt geschiedenis voor kinderen tastbaar en boeiend, is de gedachte.

Daarnaast start Bobby met een cursus Gebarentaal om rondleidingen voor auditief beperkten te kunnen aanbieden.

Kasteel Slangenburg als complete trouwlocatie zit ook in de pijplijn. Het is de bedoeling dat de Grote Zaal als sfeervolle trouwzaal dienst gaat doen. Vervolgens kan er dan in het Koetshuis worden gefeest en in de kasteelhuisjes worden overnacht.

Verder wordt er gekeken naar thema-evenementen, zoals bijvoorbeeld een kerstactiviteit.

Afgelopen oktober is ook de bovenverdieping opengesteld en wordt deze in de rondleiding meegenomen. Het kasteel wordt dus steeds meer zichtbaar en toegankelijk.

Brigitta en Bobby geven beide aan dat het heel prettig werken is, met voldoende ruimte om nieuwe ideeën te ontwikkelen in en om Slangenburg.

Onderzoek door studenten

Afgelopen najaar zijn er enkele studenten van de KU te Leuven op het kasteel werkzaam geweest. Zij volgen beiden een masterstudie over conservatie van monumenten en doen onderzoek naar de bouwhistorie van het kasteel. Hierdoor wordt steeds meer duidelijk over de geschiedenis van Slangenburg. Deze kennis wordt weer gedeeld met de vrijwilligers, die dit op hun beurt delen met geïnteresseerde bezoekers van het kasteel.

Restauraties

De komende jaren zijn er nog enkele flinke restauraties gepland. Bij het dak van het kasteel moet nog asbest worden verwijderd. Ook moet de kap van het Koetshuis worden hersteld. In het kasteel worden de wandschilderingen schoongemaakt en gerestaureerd, en oorspronkelijke meubels van het kasteel komen terug uit de opslag. Het prachtige Kasteel Slangenburg blijft volop in ontwikkeling.

Welkom

Nieuwsgierig geworden? Kom en volg een rondleiding. Dit kan van donderdag tot en met zondag. Het koetshuis is geopend van woensdag t/m zondag. Interesse om zelf vrijwilliger te worden? Neem dan contact op met Brigitta via info@kasteelslangenburg.nl of kijk op www.kasteelslangenburg.nl

Brigitta en Bobby regelen de activiteiten in en om het kasteel en de coördinatie van de vrijwilligers


Nieuwe energie in Slangenburg

Carel de Vries

“We lezen het in de krant: het huidige elektriciteitsnet is niet berekend op de eisen van deze tijd. Dat geeft allerlei problemen; nieuwe bedrijven kunnen soms niet worden aangesloten en stroom terugleveren is niet altijd mogelijk. Ook de kabels in de Slangenburg zijn gedateerd, ze zijn zo’n 50 jaar oud. Vernieuwing en verzwaring van het net is hard nodig.” Dit zegt Collin Hakkaart, projectmanager bij Van den Heuvel, het aannemersbedrijf dat in opdracht van netbeheerder Liander nieuwe elektriciteitskabels aanlegt in ons gebied. 

“De toekomst is elektrisch”, legt Collin uit. “Nederland gaat steeds meer van het gas af, we stappen over op warmtepompen, we gaan op termijn allemaal elektrisch rijden en wie heeft er nog geen zonnepanelen op het dak? Dat alles vraagt een enorme aanpassing van het elektriciteitsnet.”

Zesenveertig kilometer nieuwe kabels

Energietransitie lijkt iets nieuws, maar is van alle tijden. Alleen het tempo waarin de transitie plaatsvindt is nu hoger dan ooit. Eerst stookten we hout, totdat er in Hol(t)land bijna geen boom meer overeind stond. Toen schakelden we over op turf, totdat half Zuid- en Noord Holland veranderden in een binnenzee, waarna we grote delen van Drenthe gingen afgraven. Vervolgens haalden we in Limburg de steenkool uit de grond, daarna met ja-knikkers de olie in Drenthe en tot slot het gas in Groningen. Nu resteren ons, ook aangemoedigd door het klimaatprobleem, vooral nog elektriciteit uit zon en wind.

“De veranderingen gaan razendsnel”, zegt Collin. “Zo grootschalig en zo snel, dat hebben wij nog niet eerder meegemaakt.” Collin is er zelf ook razend druk mee. Vanuit zijn kantoor in Halle stuurt hij zeven projecten in de Achterhoek aan. Drie daarvan zijn in voorbereiding en vier reeds in uitvoering, waaronder het project in Doetinchem. Zie de website van Liander. Ook kunt u met een ‘Liander Bouw App’ de ontwikkelingen op de voet volgen. Vanuit de locatie van Liander in Doetinchem aan de Houtsmastraat worden drie nieuw kabels getrokken, in totaal zesenveertig km (zie het kaartje). Een kabel gaat naar Zelhem en de andere twee liggen in een ring naar Halle. Een kabel loopt ten noorden van Slangenburg langs IJzevoorde en de Stadsedijk naar Halle, de andere kabel gaat dwars door het landgoed, in een bocht rond Halle-Nijman, richting Halle.

Zomer ’25 gereed

“Zo’n kabel leg je niet zomaar”, zegt Collin. De voorbereidingen duren ongeveer anderhalf jaar en de aanleg ook nog eens anderhalf jaar. Per traject worden zo’n 100-150 proefsleuven gegraven om te checken wat er allemaal in de grond ligt aan leidingen en kabels. De kabels komen bij voorkeur in de wegbermen, dan hebben aanwonenden er het minste last van. Maar langs veel wegen staan bomen, dan moet je wel door het weiland. Waar niet gegraven kan worden, wordt gewerkt met gestuurde boringen, daar zie je boven de grond niets van. Daarnaast worden er in totaal zes distributieruimtes geplaatst, drie elektriciteitshuisjes (transformatorhuisjes) omgebouwd en één nieuwe geplaatst. De oude huisjes zijn nog van fraai metselwerk, sommigen hebben zelfs cultuurhistorische waarde. De nieuwe huisjes zijn grote strakke containers. Niet al te fraai, maar dankzij hun donkergroene kleur vallen ze niet erg op. Het project rond Slangenburg moet medio 2025 gereed zijn.

Klaar voor de toekomst

Wat gaan we, afgezien van het graafwerk, als inwoners van Slangenburg verder merken van de aanpassing van het elektriciteitsnetwerk? “Op korte termijn nog niets”, luidt het ontnuchterende antwoord van Collin. Om dat toe te lichten geeft hij een klein college over hoe het elektriciteitsnet in elkaar steekt. “Het bovengronds hoogspanningsnet heeft kabels van 380 of 150 kV, 1 kV = 1000 Volt. Vanuit het 150 kV hoogspanningsstation van Liander in Doetinchem leggen wij nu nieuwe kabels aan van 20 kV, het zogenaamde middenspanningsnet, die worden straks gekoppeld aan de bestaande leidingen van 10 kV en daaraan is vervolgens het laagspanningsnet gekoppeld van 400V waarmee we naar de individuele woningen gaan.”

Ook dat laagspanningsnet zal op een aantal plekken verzwaard moeten worden om nieuwe bedrijven en woningen aan te kunnen sluiten en om ruimte te maken voor het terugleveren van stroom. “Dat is een volgend project”, zegt Collin. “Maar dan ligt de infrastructuur er om dit mogelijk te maken. Wat dat betreft is dit gebied vanaf midden volgend jaar klaar voor de toekomst.” 


Oudjaarsconcert

Zaterdag 28 december is in de Slangenburgse kerk het jaarlijkse Oudjaarsconcert.

Het vrouwenkoor Con Brio treedt op met een breed en uitdagend repertoire. Dirigent is Nick Moretz en het koor wordt begeleid door Julian Simmes.

De avond begint om 20.00 uur en de kerk is open vanaf 19.30 uur. De toegang is € 10,00 p.p., inbegrepen koffie of thee met een oliebol en een glas glühwein.

Er kunnen niet meer mensen toegelaten worden dan er zitplaatsen zijn in de kerk. Een toegangskaart kan men reserveren door het bedrag over te maken op bankrek.nr. NL66RABO0364890460 tnv Stichting Vrienden van de Slangenburg. Of telefonisch: Frank van Maren; 0315-298710


Speuren naar de restanten van een machtig klooster

Carel de Vries

Albert, Toon en Mick bij de oude gracht

Kijk, hier kun je zien dat er iets in de ondergrond zit.” Ik loop met Albert Rikkers door het weiland dat hij jaren geleden heeft gekocht van de familie Scholten van boerderij De Koepel. Het weiland vormt een soort terp in het landschap. Het is goed zichtbaar. Op de plek die Albert aanwijst groeit duidelijk minder gras dan op de rest van het perceel en de kleur is veel lichter. “Hier zitten ongetwijfeld oude funderingsresten in de grond. Je moet hier niet gaan ploegen”, zegt Albert, “Het is hier allemaal puin. Kijk maar.” Albert buigt zich over een molshoop en pakt een brokje rode steen op. Een stukje van een handgevormde baksteen, door de mol omhoog gewerkt. “Je moet deze grond met rust laten, ik gebruik het alleen als weiland voor mijn vee.” Als je daar staat op die verhoging in het landschap en om je heen kijkt, heeft het iets magisch. Hier op deze historische plek heeft van 1179 tot 1579 het machtige en rijke klooster Bethlehem gestaan. In de vorige editie van de Slangenburgh-boode schreven we er uitgebreid over. Van dat klooster is boven de grond niets meer te zien, behalve die verhoging in het landschap en een deel van de ronde binnengracht. Die oude binnengracht is het domein van Toon Maas, een fitte tachtiger die met ons door het weiland loopt. De voormalige Gaanderse postbode heeft al decennia de historie van deze plek als hobby. Over het klooster en de oude voormalige Gaanderse ijzermolen die hier vlakbij heeft gestaan, de eerste in ons land, kan Toon honderduit vertellen. Al tien jaar verzorgt hij met een groepje vrijwilligers het onderhoud van de gracht en de erlangs staande knotwilgen die er weer keurig gekortwiekt bijstaan. Toon verzorgt jaarlijks ongeveer acht rondleidingen over het terrein voor groepen geïnteresseerden. Hij neemt ze dan ook mee over de uitgezette wandelroute ‘Rondom klooster Bethlehem’. Samen met zijn collega-vrijwilliger Mick Verwoord onderhoudt Toon dit wandelpad en de bewegwijzering. Hij laat me een fraaie folder van de wandelroute zien. “Die kun je krijgen bij herberg ’t Onland, hier vlakbij.” Als we langs de gracht lopen te soppen in het natte weiland zegt Toon: “Je moet even hier gaan staan. Kijk, dan zie je mooi de ronding van de gracht. Zie je hoe laag de gracht ligt; hoe groot het hoogteverschil is met de plek waar het klooster heeft gestaan? Waarschijnlijk hebben ze met de grond uit de grachten het perceel opgehoogd.” 

Snippers en vondsten

Dat het klooster was gevestigd op een verhoging in het landschap kun je ook goed zien op de hoogtekaart die Thomas de Vries laat zien op het kantoor van ingenieursbureau Econsultancy in Doetinchem, waar hij bezig is met zijn afstudeeronderzoek. “De kleuren op deze kaart geven de hoogteverschillen aan. Je kunt duidelijk zien dat het klooster, maar ook de oude boerderijen op verhogingen in het landschap stonden. Het was hier vroeger echt grotendeels ‘onland’, nat en moeilijk begaanbaar”, vertelt Thomas. Hij studeert komend jaar als archeoloog af aan Saxion Hogeschool in Deventer. Zijn afstudeeronderzoek gaat over de historie van klooster Bethlehem. Waar stond het klooster, waarom op die plek, hoe zag het eruit en welke invloed had het op het omringende landschap? Hij loopt stage samen met zijn studiegenoot Marit Smedema. Ook Marit heeft klooster Bethlehem als afstudeeropdracht. Zij verdiept zich vooral in de gevonden materialen van het klooster. Op een tafel heeft zij scherven van bekers, bouwkundige elementen, maar ook een kanonskogel uitgestald. Het is een deel van de grote hoeveelheid vondsten die door amateurarcheologen de afgelopen decennia zijn verzameld. “Je kunt de restanten van de kannen en bekers dateren op basis van de specifieke kenmerken van het aardewerk”, vertelt Marit. “Kijk, deze steengoed-beker is veel dunner en gladder afgewerkt dan deze, die dikker, grover en dus veel ouder is.” Thomas en Marit zijn duidelijk enthousiast over hun studierichting en afstudeeropdracht. “Ik vind vondsten geweldig”, zegt Marit. “Ze vertellen ons zoveel over het verleden. De materiaalkeuze vertelt bijvoorbeeld veel over de toepassing en de rijkdom van de gebruiker.” Thomas: “Ik vind het fantastisch om aan de hand van al die snippers informatie uit oude boeken, artikelen, wetenschappelijke rapporten en archieven de historie van dit bijzondere klooster te reconstrueren. Het was zo’n belangrijk klooster, het op één na oudste van Gelderland en heel veel mensen weten niet van het bestaan af.” Zowel Thomas als Marit zijn van plan om na hun HBO-studie nog een universitaire Master in archeologie te gaan volgen.

Thomas, Marit en hun studiebegeleider Emile ten Broeke
Een deel van de vondsten

Overal historie

Als we na de rondgang door het weiland weer met bemodderde schoenen terugkomen bij onze auto’s, kijk ik met Albert en Toon nog even uit over een naastliggend perceel koolzaad, waarvan de eerste gele bloemetjes zich al laten zien. Dit perceel is ook van Albert, die zijn boerenbedrijf heeft aan de Ellegoorsestraat. Naast veehouder is hij ook akkerbouwer. “Als ik dit perceel ploeg”, zegt Albert, “kun je aan de kleur van de grond nog precies zien waar de oude loop van de Bielheimerbeek, die onderdeel uitmaakte van het grachtenstelsel van het klooster, heeft gelegen. Je komt de historie hier overal tegen”.

Archeologiedag voor het hele gezin op 12 oktober

Wil je meespeuren naar de restanten van klooster Bethlehem, kom dan op 12 oktober naar de archeologiedag die de Omgevingsdienst Achterhoek organiseert in samenwerking met de gemeente Doetinchem en Econsultancy. De dag vindt plaats op de locatie van het voormalige klooster aan de Kerkstraat in Gaanderen. Toon, Thomas en Marit zullen daar ook aanwezig zijn om alle kennis en informatie die zij hebben verzameld met u te delen. Thomas en Marit presenteren er de resultaten van hun onderzoek in een serie korte lezingen. Daarnaast zijn er allerlei vondsten te zien en wordt u rondgeleid over het terrein. Daarbij kunt u ook zelf meedoen aan archeologisch onderzoek onder leiding van een archeoloog van Econsultancy. In het veld gaan we op zoek naar sporen van het verleden. “Voor de kinderen komt er een speciaal programma. Zij kunnen spelenderwijs ontdekken hoe leuk en spannend archeologie is”, aldus projectleider Annemieke Lugtigheid, werkzaam bij de Omgevingsdienst. “Het belooft heel interessant te worden”.


“Een wiekendrager op het Velsguet”

Eind november 2023 werd het boekje met deze titel, geschreven door W. Ger Lieverdink en Theo J. Rougoor, feestelijk aangeboden aan Theo Hendricksen, eerste molenaar in de Benninkmolen.

Bij deze feestelijke aanbieding was ook Hennie Bennink aanwezig, haar vader Frits Bennink was hier vroeger molenaar op de Benninkmolen.

Het boekje gaat over de geschiedenis van de Benninkmolen en de directe omgeving. Er is veel onderzoek aan voorafgegaan en met hulp van o.a. de Historische Vereniging Deutekom en kadastrale gegevens tot stand gekomen. Dit mooi uitgevoerde boekje met veel foto’s en topografische kaarten, gaat over meer dan 150 jaar. Voor de liefhebber is het boekje te koop voor €10 bij de Benninkmolen, het  Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers aan de IJsselkade en het sigarenmagazijn Dimmedaal aan de Terborgseweg.

Theo en Ger met het boek

Hennie van de Mölle